is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant.
Na het nieuws over de verminderde homo-acceptatie onder jongeren ging de NOS langs bij een school. Er was een meisje dat (terecht) verwees naar sociale media en een jongen die homo’s ‘niet gewoon’ vond, maar ‘ook niet haat’. Het meest veelzeggend was een jongen met kettinkje en gelhaar. Hij sprak over de ‘homovlaggen’. Die vond hij niet eerlijk. ‘Ik vind dat wij hetero’s ook in bescherming genomen moeten worden. Dan moeten er ook heterovlaggen worden opgehangen.’
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Dit soort achterlijkheid wordt tegenwoordig onder het mom van neutraliteit onze huiskamers ingepompt, zonder weerlegging, duiding of commentaar. De makers van zo’n item verwachten wellicht dat de kijker zelf ook wel ontstemd zal zijn over dergelijke uitspraken, maar er lijkt mij geen enkele reden daarop te vertrouwen. De puber herhaalde immers wat Mona Keijzer te berde bracht bij een of andere talkshow, dat we het éígenlijk zouden moeten hebben over de witte heteroman, want díé staat pas in het verdomhoekje!
Wéér zien we hier het nulsomdenken, waarbij de aandacht voor een gemarginaliseerde groep wel ten koste moet gaan van de rest. De asielzoeker een fatbike? Dan ik ook een fatbike! De homo’s een vlag? Ik óók een vlag! Alles is een uitruil; kleuterlogica, genormaliseerd door de media. De mislukte televisiepresentator Talitha Muusse zei op sociale media dat het aan een ‘doorgeslagen ideologie’ ligt, die voor een ‘terechte backlash’ zou zorgen. Lale Gül gaf moslims en religie de schuld, ook al daalt het aantal gelovigen en nam de acceptatie over de gehele breedte af.
Iedereen met verstand weet waarom de homo-acceptatie zo ongelooflijk achteruit is gegaan: de algoritmische haat op onze telefoon en de extreemrechtse dominantie op onze digitale platformen. Platformen die, ik herhaal het nog maar eens, letterlijk in eigendom zijn van geschifte fascisten. Het is daarbij natuurlijk niet alleen de homo-acceptatie die onder druk staat, maar de acceptatie van alles en iedereen die ‘anders’ is, of dat nu een asielzoeker of een trans persoon is.
Door de voortdurende verdomming die via onze beeldschermen als een bosbrand door de samenleving raast, hebben mensen geen empathie meer. Mensen kunnen zich niet voorstellen hoe het is om tot een minderheid te behoren, hoe het is om een asielzoeker te zijn, of hoe het is om als jonge homo uit de kast te komen. Waar de meeste mensen vroeger boeken lazen of films keken die hen een blik boden in het leven van een ander, niet zelden uit een gemarginaliseerde groep, hebben mensen van nu de spanningsboog gewoon niet meer. De verdomde mens kan het niet meer opbrengen om zich in te leven in een ander. Niet uit onwil, maar omdat zij het ontleerd zijn.
Dit gebrek aan inlevingsvermogen zorgt er daarnaast voor dat mensen niet meer geloven in de oprechtheid van goede bedoelingen. Zo wordt asielmigratie of homo-acceptatie een ‘verdienmodel’ of ‘plan’ dat ons ‘door de strot wordt geduwd’. Het pleiten voor zaken die tot voor kort gemeengoed waren wordt gewantrouwd. Het móét wel ten koste van ‘ons’ gaan, en voorstanders zullen wel een eigenbelang, verdienmodel of verborgen agenda hebben. Dat is overigens een behoorlijk apolitieke kwaal; ook op links bestaat dat allesverwoestende wantrouwen.
Er zijn twee manieren om empathie te kweken: door ontmoeting en door te lezen. Beide zaken staan zwaar onder druk in een maatschappij waar mensen scrollend op een eiland zitten. Als we dat niet tijdig onderkennen en radicaal actie ondernemen eindigen we als de apen die we ooit waren. We zijn helaas hard op weg.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.