Home

Steeds meer Polen vertrekken uit Nederland: In Polen is het leven inmiddels minstens zo goed

Er is een opvallende trendbreuk gaande: voor het eerst sinds 2004 keren er meer Polen terug naar hun moederland dan zich in Nederland vestigen. Heimwee en economische kansen spelen een rol, maar ook het klimaat in Nederland: ‘Je voelt hier altijd dat je een buitenlander bent.’

Het dak van het nieuwe huis ontbreekt nog, maar Lukasz Dankiewicz (38) weet in elk geval al waar de sauna komt. ‘Hier komt ook een gym’, wijst hij. ‘En daar de garage.’ Samen met zijn vrouw Beata (41) geeft hij een rondleiding over een bouwplaats vlak buiten het stadje Gryfice. Hier werken bouwvakkers aan hun Poolse droomhuis. Hun andere huis, in het Brabantse dorp Handel, staat inmiddels op Funda.

Want de familie Dankiewicz keert terug naar Polen. Na bijna twintig jaar in Nederland verhuizen ze naar het land dat ze ooit in de hoop op betere kansen achter zich lieten. Ze zijn niet de enigen: volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vertrokken vorig jaar voor het eerst meer Polen uit Nederland dan er binnenkwamen. Nederland ‘verloor’ 186 Poolse inwoners.

Dat is een opvallende trendbreuk: sinds de toetreding tot de EU groeide Polen uit tot een van de grootste migrantengroepen. Ze kwamen hier veelal voor werk dat geen Nederlander wilde doen: in de distributiecentra, kassen en de bouw. Telde Nederland in 2003 nog 20 duizend Poolse inwoners, in 2025 waren dat er ruim 190 duizend. Het werkelijke aantal ligt overigens hoger: veel migranten staan niet ingeschreven bij de gemeente.

Hoewel die arbeidsmigratie vaak een circulair karakter had – veel Polen kwamen voor tijdelijk (seizoens)werk en gingen weer terug – ziet onderzoeker Sara Bojarczuk, van het Centrum voor Migratieonderzoek van de Universiteit van Warschau, dat het aantal immigranten sinds 2023 daalt terwijl de groep emigranten stijgt. Bojarczuk is coauteur van een rapport over terugkerende Polen uit Nederland, in opdracht van de Poolse overheid. ‘Polen zijn duidelijk minder geïnteresseerd om naar Nederland te komen en het is aantrekkelijker geworden om terug te keren.’

Vakantiebaantje

Terwijl in de bouwkeet in Gryfice stevig wordt gehamerd en geboord, vertelt Lukasz hoe hij in 2006 als 19-jarige naar Nederland kwam voor een vakantiebaantje. ‘Die vakantie duurt nu al twintig jaar’, glimlacht hij. ‘Ik heb inmiddels een groter deel van mijn leven in Nederland gewoond dan in Polen.’ Lukasz ging, zoals veel van zijn landgenoten, als uitzendkracht aan de slag – voor een bedrijf dat auto-onderdelen levert aan DAF. Tien jaar terug kreeg hij een baan aangeboden als intercedent bij een uitzendbureau. ‘Maar na zes maanden besloot ik: dit kan ik zelf beter.’ Sindsdien heeft hij zijn eigen uitzendbureau voor arbeidsmigranten.

Zijn vrouw Beata loopt met een microfoontje en rollende camera over de bouwplaats: het echtpaar maakt vlogs, onder meer over hun terugkeer. In de reacties valt ze op dat veel landgenoten eraan denken terug te keren. Beata kwam acht jaar geleden naar Nederland. Zij werkte aanvankelijk aan de lopende band als paprika-inpakker. Later runde ze een webshop met cosmetica en sieraden.

Het stel, dat vorig jaar trouwde, ontmoette elkaar in Eindhoven. ‘Via Facebook.’ Lukasz deed Beata een taalcursus Engels cadeau en reed haar naar de lessen. Niet lang daarna trok ze bij hem in. Inmiddels hebben ze samen dochter Jessica (6), die op de bouwplaats in Gryfice door de openingen rent waar straks de deuren komen.

Grauw verleden

Polen was lange tijd een land waar mensen wegtrokken. In de 19de en 20ste eeuw emigreerden velen wegens schrijnende armoede, verwoestende oorlogen en dictatuur. De laatste grote uittocht van Polen vond plaats na de toetreding tot de Europese Unie in 2004.

De Poolse economie leed onder de overgang naar de kapitalistische markteconomie. Staatsbedrijven werden vanaf het midden van de jaren negentig geprivatiseerd, met hoge werkloosheid tot gevolg. Arbeidsmigratie naar West-Europa, die al mondjesmaat plaatsvond, werd een exodus. Naar schatting twee miljoen Polen verlieten het land: ongeveer 5 procent van de bevolking.

Zoals de familie van Jakub Radzikowski (35). Aan de keukentafel van zijn rijtjeswoning in Gouda vertelt de joviale Pool bloemrijk over zijn kleurloze jeugd in Inowroclaw. ‘Alles was grijs, grauw en in verval, zelfs het schoolplein was beton’, zegt hij. ‘De glasfabriek sloot, de zoutmijn ging dicht en het nationale telecombedrijf, waar mijn moeder werkte, werd geprivatiseerd, waarbij zij haar baan verloor.’

Radzikowski’s moeder en zus vertrokken in 2007 naar het Verenigd Koninkrijk. ‘De werkloosheid in ons dorp was 40,2 procent’, vertelt hij. ‘Het was zo’n rare tijd. Je hoorde elke dag wel een nieuw verhaal: die buurman is naar Duitsland gegaan, die buurvrouw naar Noorwegen.’ De toen 16-jarige Jakub kreeg de keuze: hij mocht bij zijn oma in Polen blijven of zijn moeder volgen naar Engeland.

Een dilemma, vertelt hij. ‘Ik wist natuurlijk dat het een grote kans was, maar tegelijkertijd vond ik het moeilijk mijn vrienden en familie achter te laten. Ik voelde me als een jonge boom; klein, maar wel al geworteld.’ Toch besloot hij de sprong te wagen, en met succes: hij haalde zijn master en kwam – via het Britse bedrijf Molton Brown – in 2017 in Nederland terecht. Waar hij afwisselend bij Danone, Nutricia en Unilever werkte.

Zes jaar geleden ontmoette hij op die eerste werkplek zijn vriendin Karolina (39), die in 2020 als kennismigrant naar Nederland kwam. Het inmiddels getrouwde stel woont nu nog samen in Gouda, maar de dozen in hun woonkamer verraden dat dat niet lang meer zal duren. Want ook de Radzikowski’s gaan terug. Begin deze zomer heeft Jakub zijn akkoord gegeven op een baan bij Unilever in Katowice, ze vertrekken in oktober.

Hun moederland lijkt in niets op het land dat zij eerder deze eeuw achterlieten. ‘We gaan terug naar een nieuw Polen’, zegt Karolina. ‘De afgelopen jaren hebben multinationals als Danone en Stryker afdelingen verplaatst naar Polen, ik ben mijn eigen baan hier bij Danone ook op die manier kwijtgeraakt. Je ziet in alles dat Polen toegroeit naar de westerse standaard wat betreft arbeidsmarkt en infrastructuur.’

Verbluffend succesverhaal

Het is allemaal te danken aan de verbluffende groei van de Poolse economie. Sinds het land in 2004 toetrad tot de EU, nam die met gemiddeld 3,7 procent per jaar toe – drie keer zo snel als het Europese gemiddelde. Het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking groeide van 50 tot 80 procent van het EU-gemiddelde. De loonverschillen met andere EU-landen worden daardoor steeds kleiner en de werkloosheid in Polen is nu zelfs lager dan in Nederland. Eind dit jaar mag Polen aanschuiven bij de G20 in Miami.

EU-fondsen zijn slechts een deel van dit succesverhaal. De toetreding tot de interne markt, buitenlandse investeringen en een sterke ondernemerscultuur spelen ook mee. Daarnaast is de economie divers: Polen is niet afhankelijk van één sector en kan zo schokken van de wereldmarkt beter absorberen.

Het aantal Polen in het buitenland daalde de afgelopen jaren gestaag, eind 2024 waren het er nog bijna 1,5 miljoen. Inmiddels hebben ook Duitsland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk een negatief migratiesaldo met het land. Onderzoeker Bojarczuk nuanceert wel dat arbeidsmigratie niet verleden tijd is. De groei is onevenredig verdeeld tussen grotere steden en het platteland. ‘Het is nog altijd onderdeel van de mentaliteit om te vertrekken, zeker in kleinere plaatsen.’

Minder welkom

Voor Lukasz en Beata waren er verschillende redenen om terug te keren, vertellen ze op de bouwplaats. Allereerst de portemonnee. ‘Nederland is snel duurder geworden en het wordt zo langzaamaan onbetaalbaar’, vindt Beata. Ook een huis bouwen is beduidend goedkoper in Polen. De belastingen op ondernemerschap liggen lager. ‘Hier is de vennootschapsbelasting 9 procent’, rekent Lukasz voor. ‘In Nederland is dat 19 procent.’

Dan is er natuurlijk het hart. ‘Het maakt eigenlijk niet uit waar ik ben, Gryfice, Warschau of Zakopane’, zegt Beata dromerig. ‘Zolang het maar in Polen is, dit is onze plek.’ Lukasz: ‘We missen onze taal, ons land, onze familie. We willen niet ons hele leven in het buitenland wonen. Bovendien hebben we nu een goede president, Karol Nawrocki (Beata valt hem in de reden: ‘Geen politiek’). Polen gaat alleen maar vooruit.’

Lukasz blijft actief in Nederland voor zijn onderneming en zal geregeld terugreizen om persoonlijk klanten te bezoeken. Hij is daarnaast een nieuwe onderneming begonnen. In september opende Beata naast haar webshop een fysieke winkel in Gryfice. Na twintig jaar beseft Lukasz wel dat hij ‘een Nederlandse mentaliteit’ heeft gekregen. ‘Gewoon dingen doen. Als je in Polen met een idee komt, zeggen mensen: dit is een probleem, of dat kan niet.’

Voor dochter Jessica is het eigenlijk het belangrijkst, zeggen ze. Zij gaat sinds deze maand naar een Poolse school en krijgt daar onderwijs over de taal en het land. ‘Op de Nederlandse school merkten we toch dat er een verschil ontstond tussen Jessica en de andere kinderen. Niet door de kinderen, maar door hun ouders. Zij gaven ons het gevoel dat we niet welkom waren.’

‘Altijd een buitenlander’

Volgens onderzoeker Bojarczuk zijn kinderen een belangrijke overweging voor ouders om terug te keren ‘naar de plek die ze kennen’. ‘De tweede reden die we vonden, is dat voor de groep arbeidsmigranten die laaggeschoold werk doet, de beloning niet meer al te sterk verschilt van die voor soortgelijk werk in Polen.’ Bij haar onderzoek viel daarnaast op dat hun werk- en leefomstandigheden nog altijd precair zijn: onzekerheid, slechte huisvesting en lange dagen, met verslavingsproblemen tot gevolg.

Ook voor Polen die lang in Nederland wonen, roept op den duur het moederland. ‘Zij hebben vaak wat economisch kapitaal, spaargeld, en ervaring op de arbeidsmarkt’, zegt de onderzoeker. ‘Toch hebben zij soms moeite om aansluiting te vinden. We horen: Nederlanders zijn aardig en vriendelijk als je ze tegenkomt op werk, maar als je geen Nederlands spreekt, kun je moeilijk integreren. Ze zullen niet een biertje met je drinken.’

Dat laatste ervaren ook de Radzikowski’s. De afgelopen jaren deden ze hun best om te integreren, de drie ‘Holendrzy’-boekjes op hun Goudse keukentafel met molens en fietsen op de kaft zijn daarvoor het tastbare bewijs, maar ze voelen zich toch nooit helemaal thuis. ‘Begrijp me niet verkeerd’, zegt Karolina. ‘Iedereen hier is ongelooflijk aardig, overal word je begroet met een glimlach. Maar toch voel je altijd dat je een buitenlander bent.’

Dat beaamt Jakub. ‘We houden van Nederland – van hoe goed alles hier is geregeld, van de soepele bureaucratie, de fietstochtjes naar Oudewater en natuurlijk de Goudse kaas, maar we zijn best eenzaam, vrienden maken gaat lastig en al onze familie woont weer in Polen.’ Ook in zijn werk zou Jakub in Nederland niet de baan kunnen krijgen die hij nu wel in Katowice heeft gekregen. ‘Daarvoor moet je Nederlands nagenoeg perfect zijn.’

Migranten in Polen

Volgens voorzitter Monique Kremer van de Adviesraad Migratie is het niet verwonderlijk dat Poolse migranten terugkeren. ‘We zien dit ook bij andere migrantengroepen’, zegt zij. ‘Zo vertrok respectievelijk 75 en 60 procent van de Spaanse en Italiaanse migranten binnen tien jaar.’ De uitzondering waren de Turkse en Marokkaanse gastarbeiders, van hen bleef zo’n 80 tot 90 procent, omdat zij bij terugkeer hun verblijfsrecht zouden kwijtraken.

Kremer hoopt dat het vertrek van Polen ertoe leidt dat werkgevers wat zuiniger zullen zijn op hun buitenlandse arbeidskrachten. ‘Maar ik zie helaas ook iets anders gebeuren: ze werven hun goedkope arbeidskrachten nu in andere landen, soms buiten de EU.’ De Arbeidsinspectie trok eerder al aan de bel over het toenemende aantal Georgiërs, Kazachen en Bengalen dat ze in onder meer kassen en distributiecentra aantreft.

Daarin staan Nederlandse werkgevers overigens niet alleen: ook in het snel vergrijzende Polen worden inmiddels arbeidskrachten gehaald uit landen als Georgië, Colombia en India om het werk te doen dat Polen niet meer willen doen, boven op een grote instroom van Oekraïense vluchtelingen. Inmiddels wonen er 2,3 miljoen buitenlanders in Polen, ongeveer 6 procent van de bevolking. Het land verandert van een emigratie- naar een immigratiesamenleving. Daarop komt ook een reactie uit politiek en samenleving, waar anti-migratiegeluiden luider worden.

Voor Jakub en Karolina was het een verrassing toen ze vorige maand naar Katowice reisden om hun terugkeer voor te bereiden. ‘Op straat hoorden we overal andere talen; Oekraïens, Engels’, vertelt Karolina verwonderd. ‘Dat was een paar jaar geleden echt ondenkbaar.’ Niet dat zij dat erg vinden, benadrukt Jakub. ‘Wij hebben inmiddels zo veel culturen leren kennen. En we weten natuurlijk als geen ander hoe het is om migrant te zijn.’

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next