Mensen die hun laatste ouder hebben verloren en daardoor 50.000 euro of meer hebben geërfd, maken vaker stappen op de woningmarkt, meldt statistiekbureau CBS. Ze verhuizen vaker of investeren het geld in zonnepanelen.
Het CBS onderzocht het gedrag van mensen op de woningmarkt nadat hun laatste ouder is overleden. Het gaat om ouders die geboren zijn tussen 1936 en 1945, de zogenoemde stille generatie. Dat kan iets zeggen over de tijd die komen gaat, wanneer de generatie babyboomers overlijdt.
Van de 30.500 mensen die in 2018 hun laatste ouder verloren, kreeg bijna een derde een erfenis die bij de Belastingdienst werd geregistreerd. Het doorsnee geregistreerde bedrag was 43.000 euro, na aftrek van belastingen en kosten voor bijvoorbeeld de uitvaart.
14 procent van de erfgenamen ontving 50.000 euro of meer. 21 procent van hen verhuisde binnen drie jaar na het overlijden van hun laatste ouder. Onder een vergelijkbare groep mensen die nog wel een of meerdere ouders hadden, was dat 14 procent.
De erfgenamen verlieten vaker hun appartement en kozen voor een vrijstaand huis. Ze losten nauwelijks meer hypotheek af. Wel kozen ze vaker voor zonnepanelen dan de controlegroep. Investeringen in het huis, zoals keukens en verbouwingen, zijn niet bekend bij het CBS doordat die worden niet geregistreerd.
Met de vergrijzing komt er een golf aan erfenissen aan. Babyboomers waren in 2018 de vermogendste generatie, schrijft het CBS. De helft bezat toen meer dan 160.000 euro.
Mede door de snel stijgende huizenprijzen ontstaat een groeiende ongelijkheid tussen huizenbezitters en hun kinderen aan de ene kant en mensen die geen huis bezitten aan de andere kant, schreef economenblad ESB eerder dit jaar.
In 2026 overlijden ruim 40.000 babyboomers, verwacht het CBS. In 2040 loopt dat aantal waarschijnlijk op tot zo'n 90.000. De komende tien jaar zullen ongeveer 500.000 kinderen daarmee te maken krijgen.
Source: Nu.nl economisch