Home

‘Ik dacht: in wat voor horrorfilm zijn we nou terechtgekomen?’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Puck van Doorn (25) zag iemand sterven, en realiseert zich sindsdien wat echt belangrijk is in het leven.

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Op een mooie zomerdag reden Bradley en ik door de Kanaalstraat in Utrecht. Plotseling, totaal onverwacht, strompelde een bebloede man tussen twee geparkeerde auto’s door de weg op. Pal voor onze dienstauto stak hij over. Hij hield zijn hand tegen een wond in zijn nek, maar het bloed spoot eruit.

‘Wij keken elkaar verbijsterd aan: in wat voor horrorfilm zijn we nou terechtgekomen? Bradley stopte en rende naar de verdachte, een man die nog op de stoep stond. Ik ging naar die gewonde man. Hij probeerde iets te zeggen en haalde zijn hand van zijn nek af om mij de wond te laten zien. Echt, ik overdrijf niet, als een fontein spoot het bloed over me heen. Ik kreeg het in mijn haar, over mijn uniform, in mijn gezicht en in mijn mond. Ik proefde meteen de metalige smaak.

‘Hij had grote, angstige ogen, trok wit weg en zakte in elkaar op het terras van een restaurant waar mensen buiten aan vier gedekte tafels zaten te eten. ‘Maak ruimte!’, schreeuwde ik. De tafels werden met borden en al aan de kant gegooid, overal lag glas en bestek. ‘Ik heb doeken nodig!’, riep ik naar het personeel, want die man had een slagaderlijke bloeding.

‘Hij hield me vast en ik keek hem constant in zijn ogen. Ik zag dat hij zijn bewustzijn aan het verliezen was. Omdat ik geen tijd had om handschoenen aan te trekken, stak ik mijn blote vingers in die snee om de ader, ik moest nog even zoeken, dicht te drukken. Het had geen zin; meteen gutste het bloed uit een tweede steekwond in zijn hals.

‘Een vrouw kwam uit het restaurant om mij te helpen, maar ze schreeuwde hysterisch. En de serveersters, piepjong nog, die ons theedoeken kwamen brengen, waren helemaal in shock.

‘Zodra die man tegen me probeerde te praten, kwam er bloed uit zijn mond. Ook zag ik een snee in zijn arm. Ik heb bloedstolsels uit zijn mond getrokken en hem in een stabiele zijligging gelegd, omdat hij anders zou stikken in zijn eigen bloed.

‘Hij verloor kracht, ik voelde zijn hand van mijn arm af glijden en zijn ogen werden dof. Ik zag dat hij het niet ging redden en voelde me machteloos. Gelukkig hoorde ik sirenes komen. Een collega, Ellen, kwam naast me zitten en zei: ‘Ik ben er, het is oké, het is goed.’ Dat is me altijd bijgebleven, dat bracht rust.

‘Ik zag het slachtoffer sterven en we maakten ruimte om te gaan reanimeren. Mijn broek was doorweekt van de plas bloed waarin ik zat. Terwijl ze reanimeerden spoot het bloed weer uit verschillende steekwonden. ‘Het heeft geen zin, het heeft geen zin’, herhaalde ik – in de stress zeg je vaak dingen dubbel. ‘We gaan het toch doen’, antwoordde Ellen.

‘De straat zag blauw van de collega’s, de traumaheli was onderweg. Op een gegeven moment zag ik in een bovenwoning een vader en moeder voor het raam staan die met twee heel jonge kindertjes alles stonden te bekijken. Toen heb ik geschreeuwd: ‘Doe normaal! Ga weg bij dat raam! Denk aan je kinderen!’

‘De operationeel coördinator haalde me daar weg. Ze stuurde me met Bradley naar het ziekenhuis, waar ik met een tandenborstel en een bepaald middel mijn mond kon ontsmetten, injecties kreeg tegen mogelijke besmettingen en werd onderzocht of ik hiv-remmers moest slikken. Onderweg hoorden we over de portofoon: ‘Slachtoffer overleden.’

‘Ik sliep een paar nachten slecht, maar in zekere zin heeft dit incident mij ook veel gebracht. Het slachtoffer en de dader kenden elkaar. Ze hadden al maandenlang een slepende ruzie die is geëscaleerd. Het slachtoffer had twee jonge kinderen die zonder hun vader verder moeten.

‘Sindsdien ben ik me er heel erg van bewust dat kleine ruzies grote gevolgen kunnen hebben. Vroeger dacht ik bij een burenruzie: kom op zeg, jullie zijn toch twee volwassen mensen? Nu vraag ik door, neem alles heel serieus. Want ik weet: deze ruzie is een opeenstapeling van incidenten, dat nadert een kookpunt en dan kan het goed misgaan.

‘Het slachtoffer van die steekpartij was een grote, sterke vent. Doordat ik hem abrupt zag sterven, realiseer ik me hoe kwetsbaar een mensenleven is. Het kan zomaar voorbij zijn. Door dit incident ben ik echt wel de kleine dingen in het leven meer gaan waarderen: aan wie uit mijn directe omgeving zou ik meer tijd moeten besteden?

‘Mijn vriend werkt ook bij de politie. We spreken meer onze waardering naar elkaar uit: ik hou van je. Ook als ik chagrijnig ben. Want je weet nooit wat de dag gaat brengen. In onze politiecarrières is de kans aanwezig dat er iets gebeurt waardoor je op een heel andere manier thuiskomt. Of zelfs helemaal niet. Dan wil je niet met ruzie zijn vertrokken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next