Home

Roma, Sinti en woonwagenbewoners discrimineren is ‘haast genormaliseerd’ zegt de ombudsman

Discriminatie In onderzoeken is „keer op keer” vastgesteld dat Roma, Sinti en woonwagenbewoners worden gediscrimineerd en dat duurt té lang, vindt de Nationale Ombudsman. Toch doet de overheid weinig om dat te veranderen. Sterker nog: de overheid discrimineert soms zelf.

Woonwagenkamp De Kring in Groningen.

Toen Ardzun Galius vijf jaar oud was, haalde zijn moeder hem van school. De Amsterdammer werd er, vertelt hij, buitengesloten omdat hij Roma was. „Als enige mocht ik niet naar de wc. Ik mocht niet eten en niet drinken.”

Op zijn volgende basisschool was het beter, maar ook daar stak het gevoel dat leraren en klasgenoten anders naar hem keken. Op de Citotoets haalde hij havo-niveau; het advies werd vmbo-kader. „Als Roma sta je altijd 2-0 achter”, zegt Galius.

Het is een van de verhalen in Volk zoals jij, het rapport dat de Nationale Ombudsman maandag publiceert over discriminatie van Roma, Sinti en woonwagenbewoners. De conclusie: de overheid weet al jaren dat deze groepen gebukt gaan onder vooroordelen en discriminatie, maar wezenlijke verbetering blijft uit. De aanpak is verdeeld over verschillende ministeries en gemeenten. Daardoor is voor elk afzonderlijk probleem wel iemand verantwoordelijk, maar voor het geheel is dat nauwelijks te zeggen. Volgens de ombudsman ontbreekt het bij deze instanties aan urgentie. „Deze discriminatie is haast genormaliseerd.”

Oorsprong Roma, Sinti en woonwagenbewoners

Wat de oorsprong is van Roma en Sinti, is niet honderd procent duidelijk.

De consensus is dat Roma hun oorsprong in Noordwest-India hebben. Hun voorouders trokken eeuwen geleden via het Midden-Oosten en de Balkan naar Europa. Sinti vestigden zich in het begin van de vijftiende eeuw vooral in Centraal- en West-Europa, waarschijnlijk vanuit Perzië (wat nu Iran heet). Woonwagenbewoners hebben geen link met Azië en hun voorouders komen vooral uit Nederland.

Roma, Sinti en reizigers hebben niet veel gemeen, schrijft de ombudsman in het rapport. De drie minderheidsgroepen spreken andere talen, komen uit andere culturen en hebben een andere etnische achtergrond. Roma wonen bovendien, anders dan reizigers en Sinti, vaak niet in woonwagens. Meerdere geïnterviewden waarschuwen er in het rapport dan ook voor de groepen niet „op één hoop” te gooien.

Dat de ombudsman de groepen toch gezamenlijk behandelt, komt omdat hun ervaringen met discriminatie op belangrijke punten overeenkomen. Hun afkomst wordt geregeld gekoppeld aan stereotypen over criminaliteit en afwijkend gedrag. Die beeldvorming werkt vervolgens door op school en op de arbeidsmarkt. Kinderen krijgen volgens het rapport lagere schooladviezen, jongeren hebben meer moeite een stageplek te vinden en volwassenen stuiten bij sollicitaties op discriminatie.

Onterecht Bibob-onderzoek

De ombudsman ziet daarnaast voorbeelden van institutionele discriminatie. Die verschillen per groep, maar hebben volgens hem een gemene deler: als de overheid Roma, Sinti en woonwagenbewoners expliciet in beleid benoemt, gebeurt dat vaak vanuit het perspectief van veiligheid en handhaving. Het beleid krijgt daardoor geregeld een controlerend of repressief karakter, stelt de ombudsman vast.

Zo moesten woonwagenbewoners die in Apeldoorn een kavel wilden kopen tot voor kort standaard een Bibob-onderzoek ondergaan. De strenge toets is bedoeld om te voorkomen dat criminele ondernemers hun handen weten te leggen op een vergunning, maar wordt in meerdere gemeenten ook op woonwagenbewoners toegepast. Deze maand heeft de gemeente dat beleid geschrapt: voortaan moet er een concrete aanleiding zijn voor zo’n onderzoek.

De ombudsman benoemt ook het zogenoemde uitsterfbeleid, dat tot 2018 werd gevoerd. Dat bestond eruit dat gemeenten nauwelijks nieuwe woonwagenstandplaatsen aanlegden en bestaande plekken verdwenen. Een belangrijke rechtvaardiging daarvoor was, volgens Rijk en gemeenten zelf, de vrees voor criminaliteit.

Al in 2017 concludeerde de Nationale Ombudsman dat het standplaatsenbeleid voor woonwagenbewoners in strijd was met de mensenrechten. Een nieuw landelijk beleidskader uit 2018 moest daar verandering in brengen. Maar acht jaar later is de vooruitgang volgens de ombudsman beperkt. Tegenover een behoefte aan zeker 4.000 nieuwe standplaatsen kwamen er in drie jaar tijd 99 bij. Dat er in 2026 zo weinig is verbeterd, noemt de ombudsman „kwalijk”.

Ook Roma krijgen volgens de ombudsman te maken met institutionele achterstelling: ongelijke behandeling bij asielaanvragen en wederom overheidsbeleid dat uitgaat van criminaliteit in de gemeenschap.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Discriminatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next