De Nationale ombudsman veroordeelt het kabinet vanwege het uitblijven van beloofde woonwagenplaatsen voor Sinti en Roma. ‘Ik merk zo weinig urgentie, dat ik de indruk krijg dat discriminatie nog steeds een grote rol speelt.’
Er bestaat al jaren een groot tekort aan woonwagenplaatsen voor Roma, Sinti en reizigers; autochtonen die afstammen van woonwagenbewoners. Volgens de brandbrief van ombudsman Reinier van Zutphen gaat het om vier- tot achtduizend plekken. In sommige gemeenten, zoals Harderwijk en Oldebroek, wachten mensen al tientallen jaren op een standplaats. Door het tekort verblijven veel mensen noodgedwongen in andere soorten woningen.
Het terugdringen van het tekort is een belangrijke voorwaarde voor meer bescherming van de cultuur en identiteit van de naar schatting vijftigduizend Roma, Sinti en reizigers in Nederland. Nederland telde in 2025 bijna negenduizend standplaatsen in 342 gemeenten. Dat aantal moet dus fors omhoog om aan de vraag te voldoen.
Pijnlijk is volgens de ombudsman dat het tekort aan woonwagenplaatsen nauwelijks is afgenomen sinds hij in 2017 aandacht vroeg voor deze situatie. Toen gold in veel gemeenten nog een uitsterfbeleid. Vrijgekomen standplaatsen werden vervangen door nieuwe bestemmingen, waardoor er geen andere mensen konden wonen. Door dit beleid, dat rond 2007 begon, zijn veel standplaatsen verdwenen.
Het uitsterfbeleid werd door het College voor de Rechten van de Mens in 2014 beoordeeld als discriminerend. Na aandringen van de ombudsman werd het in 2018 teruggedraaid. Sindsdien moeten gemeenten voldoen aan de vraag naar woonwagenstandplaatsen. Aanvragen voor deze woningen mogen niet langer duren dan die van sociale huurwoningen. Desondanks gelden er geen wetten voor de naleving. Volgens metingen van Rigo, een onafhankelijk adviesbureau op het gebied van wonen en leefomgeving, zijn er de afgelopen drie jaar slechts 99 plaatsen bijgekomen.
Dat het bijbouwen van nieuwe standplaatsen geen vaart loopt, blijkt onder meer in Gelderland. De provincie kreeg jaren geleden een subsidie van 6 ton om meer woonwagenplaatsen te bouwen. De aanleg van deze plaatsen had al moeten zijn afgerond, maar de meeste gemeenten zijn nog niet begonnen met bouwen.
Omdat de deadline niet is gehaald, moet een deel van de subsidie waarschijnlijk worden terugbetaald. Het is onduidelijk of de standplaatsen alsnog worden gebouwd. Volgens gemeenten spelen gebrek aan geld en ruimte een rol bij de trage realisering van meer standplaatsen, evenals weerstand van bewoners en raadsleden.
Ook het verkrijgen van een hypotheek blijkt in sommige gevallen minder makkelijk voor woonwagenbewoners. In Apeldoorn werden kopers van woonwagenkavels onterecht aan een criminaliteitstoets onderworpen. De gemeente nam de zogeheten Bibob-toets niet af bij kopers van reguliere kavels. Woonwagenstandplaatsen zouden op een risicolijst staan, verklaarde de gemeente. Na onderzoek van Omroep Gelderland bleek dat deze lijst niet bestond. Deze maand werd bekend dat de toets niet meer wordt afgenomen. Ook bood de gemeente excuses aan.
‘Discriminatie tegenover woonwagenbewoners is genormaliseerd’, zegt Van Zutphen. Kinderen ervaren dit volgens hem ook. Ze worden vaker gepest, voelen zich minder thuis op school en krijgen vaak een te laag schooladvies. Woonwagenplaatsen liggen doorgaans niet in een kindvriendelijke omgeving; dicht bij vrachtverkeer, ver van speelvoorzieningen.
De ombudsman vindt dat de overheid te weinig doet om in het verleden gemaakte fouten in de behandeling van woonwagenbewoners te herstellen. Daarom pleit hij voor erkenning van Sinti, Roma en reizigers als nationale minderheid. Volgens hem legt de overheid nog altijd te veel nadruk op controle en beheersing en te weinig op het beschermen van rechten en cultuur. ‘Ik merk daarbij zo weinig urgentie, dat ik de indruk krijg dat discriminatie nog steeds een grote rol speelt. Een overheid die zich laat leiden door negatieve stereotypen, handelt onbehoorlijk.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant