Videogames Nederland telt veel kleine, onbekende musea. NRC portretteert er iedere zomer een aantal. Deze week deel 6 (slot): het Nationaal Videogame Museum in Zoetermeer. „Wij willen ook obscure spelcomputers verzamelen.”
Links de zaal met Japanse ‘Beat ‘em ups’, arcadekasten met vechtspellen, in de voormalige kluis van het bankgebouw waarin het Nationaal Videogame Museum huist.
Het geluid van pistoolschoten, racewagens en laserstralen vult de ruimte. Plastic trekkers die overgehaald worden, het gekletter van mechanische racepaarden en een stalen puck die luid ketsend tegen de rand van de ijshockeytafel slaat.
Er heerst bepaald geen serene museale stilte in het Nationaal Videogame Museum in Zoetermeer. En dat is ook precies de bedoeling, vertelt directeur en oprichter Hasan Tasdemir (52) tijdens een rondleiding. Het museum wil „entertainment en informatie combineren”.
Op de begane grond van het voormalig ABN Amro-pand aan de rand van het centrum van Zoetermeer, de antikraaklocatie waar het museum huist, is goed te zien wat hij daarmee bedoelt. De centrale ruimte is gevuld met lange rijen grote, kleurrijke speelautomaten. Daaromheen zijn vijf stijlkamers: per decennium compleet met bijpassende meubels ingerichte themaruimtes, waarin je op spelcomputers en speelkasten uit die tijd kunt spelen.
Vanaf een bruin-geruite vintagebank speel je Space Invaders (1980) op een Atari 2600. In een zeroes-slaapkamer de Nintendo Gamecube-klassieker Super Smash Bros. Melee (2002). Informatiebordjes vertellen alles over de technologische en culturele ontwikkelingen van deze videogames. In een hoek is een kleine presentatie over hoe spelcomputers met een paar ingrepen ook speelbaar kunnen worden gemaakt voor mensen met een lichamelijke beperking.
In de voormalige bankkluis, in de kelder van het gebouw, staan de arcadekasten met vechtspellen en speel je de Japanse rhythm games.
Jongeren in het Nationaal Videogame Museum.
Wat: Nationaal Videogame Museum
Waar: (voorlopig) Luxemburglaan 1, Zoetermeer
Open: Woensdag en vrijdag van 12 uur tot 18 uur. Zaterdag en zondag van 10 uur tot 18 uur.
Verzameld wordt: Alle soorten videogames, en wat daarmee te maken heeft. Gespecialiseerd in grote arcadekasten.
Pronkstuk: Directeur Tasdemir is het meest trots op „de diversiteit in ons team”. Maar als hij een object moet noemen: de originele Atari Pong in de eerste ‘stijlkamer’: „Met twee lijntjes en een stip een spel maken dat zó leuk is, daar zit alles uit de gamegeschiedenis al in.”
Oppervlakte: 1.600 vierkante meter museum.
Aantal bezoekers per jaar: 70.000 op de huidige locatie, op de nieuwe locatie wordt het doel 100.000 bezoekers per jaar.
Aantal medewerkers/vrijwilligers: Zo’n 25 medewerkers en zo’n 40 vrijwilligers.
Kaartje: Afhankelijk van de dag en lengte van het tijdslot (tussen 1 en 3 uur) tussen de € 9,50 (één uur) en € 29 (hele dag).
De naam, het Nationaal Videogame Museum, past bij de ambitie: een officiële registratie in het museumregister is er nog niet, maar die moet er wel komen. De bedoeling is dat het museum begin 2027 verhuist naar een nieuwe locatie, aan het Stadhuisplein in Zoetermeer. Met een nieuwe inrichting moet de instelling nog musealer worden. De gemeente draagt daaraan bij. Naast een jaarlijkse subsidie trekt de gemeente 1,5 miljoen euro uit om twee leegstaande panden gebruiksklaar te maken. Tasdemir: „Computerspellen zijn ondertussen belangrijk immaterieel en materieel erfgoed. Het is heel belangrijk dat er een groot nationaal museum voor komt.”
Je zou het Nationaal Videogame Museum een uit de hand gelopen hobby kunnen noemen. Samen met een groep van vijf vrienden begon Tasdemir zo’n vijfentwintig jaar geleden met het verzamelen van arcadekasten. „Veel speelhallen gingen rond die tijd failliet, en we kwamen erachter dat de arcadekasten in grote loodsen stonden te verstoffen. Wij kochten ze op en onderhielden ze – ook een beetje om onze jeugd te herleven.”
De verzameling klassieke spelcomputers breidde uit, en reisde als publiek toegankelijke speelhal langs verschillende antikraaklocaties, aanvankelijk nog niet als museum of stichting. „Totdat ik in gesprek raakte met iemand van de gemeente, die de collectie zo bijzonder vond, dat hij zei: je moet er eigenlijk een museum van maken.” Sindsdien zijn organisatie en collectie ondergebracht in een stichting, en krijgt het museum jaarlijks financiële ondersteuning van de gemeente.
Waarom zou je veel moeite doen om die museale status te verkrijgen, en te voldoen aan eisen qua bestuur en collectiebeheer die daarbij horen? „Je kunt het ook commercieel doen, maar dan kun je je niet op het opbouwen van een collectie richten: dan moet je echt focussen op spellen die mensen het liefste spelen. Wij willen bewust ook obscure spelcomputers verzamelen en het erfgoed bewaren.”
De grootste uitdaging voor het museum ziet Tasdemir in het krijgen van erkenning voor games als erfgoed. „Mensen zijn toch geneigd te zeggen: ‘Het zijn maar spelletjes’. Maar spelen hoort bij de mens, we zijn de homo ludens, de ‘spelende mens’. Welke spelletjes we spelen, zegt iets over wie wij zijn als mens. Met het EYE Filmmuseum hebben we een permanent museum voor filmcultuur, maar een groot permanent museum voor gamecultuur bestaat er in Nederland nog niet. Het NEMO Science Museum in Amsterdam heeft op dit moment wel een tentoonstelling over games, waarvoor wij een deel van onze collectie in bruikleen hebben gegeven. We zijn er trots op dat we daar een bijdrage aan kunnen leveren.”
Bij het onderhoud van de ruim 2.500 arcadekasten en spelcomputers is een team van veertig vrijwilligers betrokken. „Er is gelukkig online een levendige community van hobbyisten die veel informatie verzamelen over hoe je de apparaten aan de praat houdt.”
De collectie van het Nationaal Videogame Museum is aangemerkt als technisch erfgoed door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Op de nieuwe locatie aan het Stadhuisplein moet er straks een meer compleet museaal verhaal verteld worden. Zo moet er bijvoorbeeld ook meer oog zijn voor de negatieve kanten van gamen: verslaving, geweld, racisme en seksuele stereotyperingen. Tasdemir: „We werken daarvoor samen met conceptontwikkelaar XPEX, dat eerder met grote musea als het Nederlands Instituut voor Beeld & Geluid samenwerkte voor de inrichting.”
De gevel van het nieuwe gebouw zal bestaan uit verschillende maten vierkante blokken, met ramen in primaire kleuren. Dat lijkt alvast net op een potje Tetris.
De gevel van het Nationaal Videogame Museum, voorlopig nog gehuisvest in een voormalig bankgebouw in het centrum van Zoetermeer
Nederland telt veel kleine, minder bekende musea. NRC portretteert er iedere zomer een aantal. Lees hier eerdere afleveringen van de serie Kleine musea.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie