Home

Turkije wil Israël vernietigen, is plots de boodschap vanuit Tel Aviv – dat altijd een vijand nodig lijkt te hebben

Iran gold jarenlang als Israëls existentiële vijand. Maar nu het regime in Teheran verzwakt is, schuift in Israël een nieuwe dreiging naar voren: Turkije. Volgens Netanyahu is Erdogan uit op de volledige vernietiging van Israël.

schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.

Mocht het Iraanse regime alsnog instorten, dan staat voor Israël een nieuwe Grote Vijand al in de coulissen: Turkije. Het is een scenario dat sinds kort wordt gepropageerd door Israëlische commentatoren en politici. Premier Benjamin Netanyahu benadrukte het donderdag in zijn toespraak tot de Algemene Vergadering van de VN: Turkije is er volgens hem op uit Israël te vernietigen.

Het scenario krijgt extra voeding door de ontwikkelingen in Syrië. Daar dreigde vorige maand even een directe confrontatie tussen de twee bijna-buurlanden, nadat Israël een basis van de Syrische luchtmacht had gebombardeerd omdat die zou zijn bezocht door een Turkse militaire delegatie.

Het schrikbeeld dook in februari ineens op, toen de centrumrechtse Israëlische politicus Naftali Bennett op een conferentie de onheilspellende woorden sprak: ‘Ik waarschuw: Turkije is het nieuwe Iran.’ De man die na de verkiezingen van oktober mogelijk Israëls nieuwe premier wordt, had het over ‘een nieuwe Turkse dreiging’. President Recep Tayyip Erdogan ‘is gevaarlijk en probeert Israël te omsingelen’.

Alarmkreet

Het was twee weken voor het begin van de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran. De kans leek reëel dat spoedig een eind zou komen aan het regime van ayatollah Ali Khamenei. De alarmkreet van Bennett werd gevolgd door een reeks gelijkluidende uitspraken en opiniestukken van analisten en politici ter rechterzijde.

In The Jerusalem Post bijvoorbeeld ontwaarde Amine Ayoub, medewerker van de pro-Israëlische denktank Middle East Forum, een ‘weloverwogen poging om Turkije te positioneren als enige overgebleven voorvechter van de politieke islam in het vacuüm dat Iran heeft achtergelaten’. Hij sprak zelfs van een ‘1939-moment’ en voorzag een groot conflict als Israël en de VS tegen Turkije ‘niet even vastberaden optreden als tegen het Iraanse regime’.

Een spervuur van opiniestukken volgde begin juli, in de aanloop naar de Navo-top in Ankara. Duidelijk was dat het daar voor Erdogan dikke mik zou worden met de Amerikaanse president Donald Trump en Europese leiders. Ook leek Trump toestemming te gaan geven voor de verkoop aan Turkije van F-35-jachttoestellen. De ondertoon van de opinies was: trap er niet in!

De uitdrukking ‘het Iraanse vacuüm’ kwam herhaaldelijk terug, evenals ‘neo-Ottomanisme’, Erdogans vermeende streven het Ottomaanse rijk in enigerlei vorm te herstellen. Onder de kop ‘Turkije voert oorlog tegen het Westen en Israël’ werd Erdogan door David Weinberg van de zionistische denktank Misgav in The Jerusalem Post een ‘radicale, antisemitische, kwaadaardige antiwesterse dictator’ met ‘jihadistische’ aspiraties genoemd. ‘Hij haat Joden en Israëliërs oprecht’ en wil ‘een pan-islamitische coalitie leiden om Israël te verpletteren’.

Buitenlandse vijand

Alles bij elkaar wekt het de indruk dat op z’n minst een deel van de politieke klasse in Israël hoe dan ook een buitenlandse vijand nodig heeft. Het veiligheidsdenken is zozeer onderdeel geworden van het Israëlische dna, dat een bestaan zonder existentiële externe dreiging voor sommigen ondenkbaar geworden is, of zelfs onwenselijk.

‘Politici als Bennett en Benjamin Netanyahu vertrouwen op de voortdurende dreiging van oorlog’, zei de Israëlische oud-diplomaat Alon Pinkas tegen Al Jazeera. ‘Was het niet Turkije, dan was het wel Irak. Als het niet Irak was, dan was het Hezbollah. Het maakt niet uit wie. Er moet gewoon altijd een dreiging zijn.’

Voor alle duidelijkheid: autocraat Erdogan kwam krachttermen tekort om het Israëlisch geweld in Gaza te veroordelen, en onder hem tracht Turkije een geduchte speler te zijn in het geopolitieke krachtenveld van de regio. Maar dat maakt Turkije nog niet tot wat Iran volgens Israël is: een existentiële vijand die vastbesloten is kernwapens te maken en Israël van de kaart te vegen, een brute militaire dictatuur die in de regio milities bewapent om zijn macht te schragen.

Illusie

Het is een illusie dat Israël de VS en Europa ertoe zou kunnen aanzetten Turkije als zodanig te gaan beschouwen en behandelen. Die gedachte geeft blijk van volstrekt wanbegrip van de geopolitieke realiteit. Europa wil – gezien de noodzaak van versterking van zijn defensie – juist meer samenwerken met Ankara. Menig politiek geschil wordt daartoe gladgestreken. Bovendien: Turkije is lid van de Navo en nog altijd kandidaat-lid van de EU.

Daarbij is Turkije historisch gezien geen vanzelfsprekende vijand van Israël. Decennialang waren de relaties uitstekend. Aanvankelijk ook onder Erdogan, die in 2005 een krans legde bij het Yad Vashem-monument ter nagedachtenis aan de Holocaust in Jeruzalem en toenmalig president Shimon Peres het Turkse parlement liet toespreken. De Gaza-oorlog van 2009 creëerde stevige frictie, maar nog in maart 2022 bezocht de Israëlische president Isaac Herzog Ankara. De echte breuk kwam pas na 7 oktober 2023.

Niettemin was Israël nog tot vorig jaar een belangrijke handelspartner van Turkije. De onderlinge handel had de afgelopen kwart eeuw nauwelijks te lijden onder de ups en downs in de betrekkingen, integendeel. Het volume van de bilaterale handel was enkele jaren geleden vijf keer zo groot als toen Erdogan in 2002 aantrad.

Ontwikkelingen in Syrië

Dit neemt allemaal niet weg dat er wel degelijk iets aan de hand is tussen Turkije en Israël, en niet alleen omdat Ankara zich na 7 oktober heeft opgeworpen als vertolker bij uitstek van het pro-Palestijnse geluid. Belangrijker zijn de ontwikkelingen in Syrië, waar dictator Bashar al-Assad in december 2024 werd verdreven. Turkije en Israël kwamen daardoor daadwerkelijk – welhaast op schootsafstand – tegenover elkaar te staan.

Het nieuwe bewind van interim-president Ahmed al-Sharaa staat op goede voet met buurland Turkije. De Turken hebben de voormalige rebellen altijd gesteund en dragen ijverig bij aan de wederopbouw van het land en de vorming van een professioneel Syrisch leger. Uiteraard hoopt Ankara daarmee zijn positie in Syrië te versterken.

Ook Israël heeft groot belang bij wat in Syrië gebeurt, al wordt daarbij niet gekozen voor samenwerking met Damascus. De betrekkingen zijn op z’n best stekelig, ook al doet Al-Sharaa zijn best de Israëliërs niet tegen de haren in te strijken. Israël heeft een strook land in het zuidwesten van Syrië bezet (grenzend aan de Golanhoogte), naar eigen zeggen om veiligheidsredenen. In juli 2025 bombardeerde Israël diverse plekken in Syrië, om de belaagde Druzische minderheid in het zuiden te hulp te komen. Netanyahu maant het Syrische leger uit de buurt van de Druzen te blijven.

Bezet gebied

Turkije op zijn beurt houdt ook een strook Syrisch grondgebied bezet, daar waar de Koerden een autonome regio hadden. De Turken zagen dat als een bolwerk van de PKK en dus als een bedreiging voor hun veiligheid. Inmiddels hebben de Koerden hun project moeten opgeven. Eind augustus werd hun SDF-militie formeel ontbonden.

Dat is gunstig voor Turkije, dus een tegenvaller voor Israël. Anderzijds vermindert het de noodzaak voor Turkije om een strook in Noordoost-Syrië bezet te houden. Iets dergelijks geldt voor de aanwezigheid van Turkse militairen in het noordwesten, daar waar tijdens de burgeroorlog islamitische rebellen werden gesteund. Het Turkse leger is daar al bezig het aantal bases te verminderen.

Toch blijven de Israëliërs beducht voor Turkijes militaire potentie. Vandaar hun luchtaanval op 18 augustus op de Syrische luchtmachtbasis Abu al-Duhur. Volgens Israël wilde Turkije er luchtafweergeschut plaatsen. Israël wil op de route naar Iran vrijelijk kunnen opereren in het Syrische luchtruim, zonder last van de Turken.

Ontkennen

Syrië en Turkije ontkenden en Tom Barrack, ambassadeur van de VS in Turkije, zei dat de Amerikaanse inlichtingendiensten van geen Turks plan wisten. Hij keurde de Israëlische actie scherp af.

Barrack is tevens een van degenen die proberen Israëls zorgen over het Defensiepact van Mekka te temperen. Dit akkoord, begin augustus gesloten tussen Turkije, Pakistan en Saoedi-Arabië, is her en der afgeschilderd als een ‘moslim-Navo’. Dit vanwege de afspraak, gemodelleerd naar artikel 5 van het Navo-handvest, dat de landen elkaar te hulp komen als een van hen wordt aangevallen.

In Israël wordt het pact aangevoerd als nieuw bewijs van Ankara’s kwade bedoelingen, maar volgens Barrack is daar geen enkele reden voor. Niettemin zoekt Israël samenwerking met bevriende staten. In februari opperde Netanyahu een ‘Zeshoek’ van allianties in de wijde regio. De Indiase premier Narendra Modi was de eerste met wie het plan werd besproken.

Hoe dan ook is de relatie tussen Turkije en Israël aan het veranderen. De frictie voorheen werd bepaald door de Palestijnse kwestie en was louter politiek-retorisch van aard. In Syrië daarentegen staan concrete belangen op het spel – strategisch, politiek en economisch. Geschillen over belangen zijn in de internationale politiek echter aan de orde van de dag. Het kan niet de escalerende toon verklaren van mensen als Bennett.

Waartoe leidt deze mix van giftige oorlogstaal, concrete belangentegenstellingen en een ontluikend stelsel van elkaar wantrouwende bondgenootschappen? Het gevaar is dat de angst voor Turkije als ‘het nieuwe Iran’ zichzelf gaat waarmaken, angst die wordt gevoed door leiders – Erdogan, Netanyahu, Bennett – die met gezwollen retoriek hun boodschap verkopen. ‘Erdogan is een lastpak’, schrijft analist Bobby Ghosh in Foreign Affairs, ‘en dat zal hij blijven. Maar het Midden-Oosten heeft echte monsters gekend. Het is belangrijk het verschil te onthouden.’

Source: Volkskrant

Previous

Next