In zijn tweede interland voor het Nederlands elftal scoorde Mexx Meerdink tweemaal. Hoe zijn toekomst verder ook verloopt, hij is zijn vader Martijn voorbij, die één interland speelde zonder doelpunt.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Aan het einde van de imposante spelerstunnel van het stadion in Belgrado, tussen veld en kleedkamer, is het gezicht van Mexx Meerdink (23) het toonbeeld van opluchting en blijdschap. Een jonge voetballer, met een vrolijk oranje sikje nota bene. Het is bijna symboliek, hoe hij vanuit de lange tunnel naar het frisse avondlicht is gegaan.
Tijdenlang verliep zijn ontwikkeling langzamer dan verwacht, en nu was er opeens zo’n avond met een verkwikkende versnelling. Van niet klaar zijn voor Oranje, zoals hij zelf oordeelde, tot twee goals tegen Servië in de Nations League (1-2). Een strafschop, plus een knappe schuiver.
‘We zaten als verstijfd op onze stoel thuis, toen Mexx de bal voor de strafschop pakte’, zegt zijn vader Martijn aan de telefoon. ‘Maar we waren vol vertrouwen. We hebben vroeger met zijn broertje zoveel geoefend op penalty’s.’ Mexx had geen ‘panenka’ overwogen, op het doel waar de panenka vijftig jaar geleden werd geboren. ‘Nee, daar ben ik niet van. Gewoon, hard, met overtuiging, niet nadenken.’
Meerdink zette een stapje achteruit om er twee vooruit te zetten, al is het ook niet zo dat alle problemen in de punt van de aanval van Oranje zijn opgelost. Meerdink is een optie, dat zeker. En een week geleden kwam Brian Brobbey als een soort verlosser naar het trainingskamp in Zeist, na drie goals op het WK en drie treffers tegen Manchester City. Ook Emmanuel Emegha en Joshua Zirkzee zijn eerder genoemd als potentiële opvolgers van Memphis Depay, die jarenlang de aanvalsleider was. En dan loopt zo’n interlandperiode toch anders, ook door omstandigheden.
Meerdink heeft iets extra’s. Jarenlang was hij de belofte voor de toekomst. Hij imponeerde al in de Youth League, die hij in 2023 met AZ won. Hij is veelzijdig: schieten, passen en de bal vrijmaken, hij beheerst ongeveer alle facetten. Ja, hij had goede momenten, goede wedstrijden, maar ook blessures en een soort afwezigheid, ook in het veld.
Soms leek het alsof hij niet meedeed, deze jongeman die op 15-jarige leeftijd verhuisde van Winterswijk naar Alkmaar, waar zijn vader Martijn vroeger voetbalde bij AZ. Hij vond zelf ook dat het beter moest. ‘Ik zat achter Troy (Parrott, red.) en probeerde mijn momentum te pakken. Ik wilde zo graag. Dat was moeilijk. De een breekt wat sneller door, de ander iets later. Ik had alle vertrouwen in mezelf dat het goed ging komen.’
Bij zijn eerste oproep voor Oranje, bijna een jaar geleden, liep hij een liesblessure op. Bijna synchroon met zijn vader, al raakte die veel zwaarder geblesseerd en haalde hij later één interland, in 2006. Voor Meerdink was het zondag zijn tweede. ‘Ja, het is nu 2-1’, reageert Martijn verheugd. ‘Maar het is hem gegund. We zijn ongelooflijk trots op hem.’
Mexx Meerdink: ‘Er kwam veel los, van wat er vorig jaar allemaal is gebeurd. Ik ben dankbaar dat dit moment is gekomen. Ik had veel ups en downs. Het kan snel draaien. Ik heb er geen woorden voor. En je moet ook geluk hebben. Een blessure (Donyell Malen, red.) en je wordt opgeroepen. Nog een blessure (Brobbey, red.) en je moet invallen. En nu stond ik in de basisploeg. Dan moet je je kans pakken.’
Zoals zovelen in Oranje kansen grijpen onder de nieuwe bondscoach Xavi Hernández. Snelle buitenspelers als Ruben van Bommel en Crysencio Summerville. Joey Veerman, bij wie Xavi meer naar sterke punten kijkt en minder naar defensieve zwakten. Xavi schrijft nog niemand af, ook geen spits, maar in zijn hoofd is hij vooral bezig met combinatievoetbal. Een spits moet kunnen meevoetballen.
Dat deed Meerdink, door loopacties te maken en scherpte voor de goal te tonen. ‘En niet zoveel druk op mezelf te leggen. Gewoon doen waarin je goed bent.’ Het was anders dan tegen de Duitsers, toen hij opeens moest invallen omdat Brobbey geblesseerd raakte.
Cody Gakpo was gewisseld, toen er een strafschop kwam tegen Servië. Meerdink pakte de bal en niemand protesteerde. Iemand die zekerheid uitstraalt bij een strafschop, het is al heel wat bij Oranje. ‘Het was mijn kans. Ik pakte mijn rust en schoot hem goed binnen.’ Bij de tweede goal: ‘Ik gebruikte goed mijn lichaam, maakte de bal vrij en schoot hem binnen. Het was een opluchting.’
Hoe het nu verder gaat? ‘Ik voelde na zeventig minuten wel dat ik leeg was.’ Hij probeert weer klaar te zijn voor donderdag. Dan speelt Nederland in Thessaloniki tegen koploper Griekenland, dat twee uitwedstrijden won, in Servië en in Duitsland. Het is een kraker, zowaar.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant