Home

‘Mijn oudste zoon (11) vindt het moeilijk om met zijn broertje (6) te spelen’

Opgevoed Elke week legt Annemiek Leclaire een lezersvraag voor aan deskundigen. Deze week: mijn zoons ruziën over wie met de buurjongen mag spelen.

Moeder: „Onze oudste zoon (11) heeft een beste vriend, onze buurjongen (13), die het ook goed kan vinden met onze jongste zoon (6). De jongste en de buurjongen spelen graag samen als de oudste er niet is. Als de buurjongen langskomt wanneer iedereen thuis is, wil de jongste meespelen maar dat wil de oudste niet. De buurjongen vindt het prima als de jongste meedoet. De broers vallen allebei op het spectrum, de oudste is hoogbegaafd en heeft ADHD, en de jongste heeft autisme.”

„Dat botst vaak. Beiden willen dat het op hun manier gebeurt en kunnen moeilijk omgaan met emoties. De oudste zegt het moeilijk te vinden om met z’n broertje te spelen „omdat hij nooit luistert” en  ”altijd uit z’n stekker gaat”. Hij zegt dat hij het niet meer kan opbrengen zich aan te passen aan hem. De buurjongen is hier bijna dagelijks en ik probeer dan de oudste te ontzien door zelf met de jongste te spelen. Dat kan ook niet altijd. Ik heb zelf geen broers of zussen dus ik vind het lastig bepalen wat te doen.”

Naam en woonplaats zijn bij de redactie bekend. De rubriek Opgevoed is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag of reacties naar opgevoed@nrc.nl.

Speelafspraken

Jacquelinke Schenk: „Neem de regie. Een elfjarige mag behoefte hebben aan privacy, autonomie en exclusieve vriendschap. Ook wil hij waarschijnlijk op een andere manier spelen dan een kind van zes. Dat hij hoogbegaafd is – dat wil zeggen: hogere cognitieve mogelijkheden heeft – betekent niet dat hij conflicten rationeel kan overzien, of zich kan aanpassen.”

„De jongste kan nog niet goed rekening houden met andermans grenzen en heeft hulp nodig met impulsen afremmen en conflicten verbaal oplossen. ‘Nooit luisteren’ is geen uiting van onwil maar past bij de leeftijd. Bij autisme hoort bovendien vaak een beperkte sociale wederkerigheid en beperkte flexibiliteit. Dat kan in spel voor de oudste extra belastend zijn.”

„Leer uw oudste op een vriendelijke manier zeggen dat hij liever alleen met de buurjongen speelt, zonder de jongste af te wijzen of te willen vernederen. En help de jongste accepteren dat hij niet automatisch mag aansluiten in het spel. Misschien twintig minuten later wel, laat hem bijvoorbeeld even wachten met een klokje erbij.”

„Maak er ruimte voor als de buurjongen ook met de jongste broer wil spelen. Of las gedeelde speeltijd in met tijdsafspraken, waarbij u wel moet opletten in geval van dreigende escalatie. Misschien kan de speelruimte zo worden aangepast dat de twee oudsten zelfstandig kunnen spelen zonder dat de jongste zich buitengesloten voelt.”

Begeleiding

Fabiënne Naber: „Een herkenbaar dilemma voor veel ouders. Dat kan hier versterkt worden door de neurodiversiteit, maar daar ligt niet de basis van het probleem.”

„Fijn dat beide jongens goed met de buurjongen kunnen spelen maar hij is het beste vriendje van de oudste en vriendschappen zijn belangrijk. Ze zijn onderdeel van de ontwikkeling van je identiteit, omdat je een andere rol kunt innemen dan thuis. Als de jongste steeds meespeelt, belemmert dat uw oudste. Temeer omdat uw jongste door zijn autisme meer bepalend kan zijn in het spel. Hij is dat waarschijnlijk ook in het dagelijks leven.”

„Leer de oudste om goed met zijn broertje te praten over wat hij wel en niet wil. En leer de jongste dat zijn broer recht heeft op ‘eigen tijd’ met ‘eigen’ vrienden. Als de broer het goed vindt, mag hij meedoen, maar als hij zegt dat hij zelf iets met zijn vriend gaat doen, moet dat kunnen. Spreek met uw jongste af dat hij in dat geval iets mag doen wat hij zelf heel leuk vindt.”

„Maak voor uw jongste een eigen speelafspraak, mocht hij een vriendje hebben. Dat vraagt gezien zijn leeftijd en autisme wel begeleiding.”

Jacqueline Schenk is als ontwikkelingspsycholoog verbonden aan de Erasmus Universiteit. Fabiënne Naber is gedragswetenschapper, gespecialiseerd in autisme.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement.Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Opgevoed

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next