Home

De geest van schrijver Frans Kellendonk waart door Amersfoort

Boek uit de kast Uit straatboekenkastjes in heel Nederland haalt Arjen Fortuin steeds een boek, bespreekt het en geeft het door. Deze week het ‘spookverhaal’ Letter en Geest van Frans Kellendonk.

Ga naar Amersfoort, zeiden ze. Daar staat haast op elke straathoek wel een boekenkastje. En inderdaad, zeker in de lommerrijke wijken met namen van schilders, koninginnen of edellieden van lastig te determineren verdiensten is er veel te vinden. Zorgvuldig timmerwerk ook. De Amersfoorter blijkt een eclectisch lezer. Zo vinden we de wetenschappelijke verhandeling Mens erger je niet. De psychologie van de intermenselijke verhoudingen van E. Berge op één plank met een boek over Meppel: zou hier een oude Drent huizen? En in de hoek een afgeschreven bibliotheekboek van Frans Kellendonk (1951-1990): Letter en Geest. Een spookverhaal (1982).

Letter en Geest valt halverwege het door zijn vroege dood afgebroken schrijverschap van Kellendonk; het verscheen vier jaar voor Mystiek lichaam, de roman die hem een antisemitismerel en een plaatsje in de canon zou opleveren. In dit ‘spookverhaal’ (met echt spook!) getuigt Kellendonk van goede schrijfzin. „God had net een passer gekregen toen hij Van Uffel schiep”, staat er dan. Verderop: „Hij draagt een Engels wollen kostuum van een besmettelijk antracietgrijs waarop de privé-persoon Van Uffel terdege zijn sporen heeft nagelaten: op de rechtermouw ligt een geel strooisel, er zit een glimmende veeg op het vest, boter waarschijnlijk, en over het hele front prijken broodkruimeltjes.” Om af te sluiten: „Er waait je uit die kleren een compleet vrijgezellenbestaan tegemoet.”

Niet dat deze Van Uffel de hoofdpersoon van het boek is. Dat is de dertigjarige Felix Mandaat, een man die nooit een baan heeft gehad, maar die nu ‘zijn openbare leven’ begint als plaatsvervangend vakreferent Germaanse Talen in een grote wetenschappelijke bibliotheek. In 1982 bestond dat boek nog niet, maar de sfeertekeningen van dit instituut doen de latere lezer onmiskenbaar aan J.J. Voskuils Het Bureau denken – en niet alleen wanneer Mandaat kennismaakt met figuren als een rossige vertaler die zich „hoofdkrabbend aan de vertaling van een werk met de titel Heissgeliebte Islandpferde” wijdt. (Eerder vertaald „onder de minder onstuimige titel IJslandse paardjes”).

De bibliotheek is koepelvormig en kun je het beste zien als een brein, krijgt Mandaat uitgelegd. „De miljoenen boeken in deze doolhof van loopgangen en stellingen zijn grijze massa, hersencellen, de miljarden drukletters engrammen, de noten en literatuurlijsten synapsen, […] een kluwen van tentakels waardoor al die boeken met elkaar in verbinding staan”. Dat zijn de letters uit de titel, maar waar is de geest? Die zou gevormd kunnen worden door het spook dat Mandaat er op een avond tussen de boeken aantreft. Of door de duif die op zekere dag binnenvliegt en een en ander onderpoept.

Er valt in deze symboolzwangere omgeving van alles te zeggen over de verhouding tussen taal en leven, maar Kellendonk wisselt dat gelukkig af met het ene geweldige beeld na het andere, zoals dat van de man die zijn bril maar blijft poetsen, „als wil het er bij hem maar niet in dat niet zijn bril, maar de wereld troebel is”, of dat van forensen in de trein met „hun knevels en baarden die hun allemaal iets eigens moeten geven en waardoor ze allemaal op cavia’s lijken”. Mooiste zin: „Er is geen groter eenzaamheid dan die van de taal.”

Wilt u het besproken exemplaar van Letter en Geest hebben? Mail naar boekuitdekast@nrc.nl; het boek wordt onder inzenders verloot, de winnaar krijgt bericht.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next