Home

Rhiannon Giddens zoekt in haar liedjes een gevoel van warme saamhorigheid. Lukt dat een beetje, op het podium?

De Amerikaanse folkzanger maakt haar muzikale reis in TivoliVredenburg soms wat té academisch. Pas in de toegift hoor je hoe feestelijk haar muziek kan worden.

is pop- en gamejournalist van de Volkskrant, met speciale aandacht voor de opkomst van artificiële intelligentie in de kunst.

Je kunt Rhiannon Giddens geen groter plezier doen dan met haar meezingen. Liedjes komen uit de gemeenschap, zegt zij. En de spiritual I Shall Not Be Moved gaat over ons allemaal.

Dus zingt de volle Grote Zaal van TivoliVredenburg dit religieuze strijdlied over menselijke standvastigheid, dat natuurlijk vooral gaat over mensen die werkelijk in de verdrukking zitten, waar ook ter wereld: ‘On my way to freedom/ I shall not be moved/ On my way to justice/ I shall not be moved’.

Het geeft een gevoel van warme saamhorigheid, en die zoekt de Amerikaanse muziekonderzoeker in al haar werk. Giddens werd bekend als zanger, banjo- en fiddlespeler van de band Carolina Chocolate Drops, die antieke muziek van de Amerikaanse ‘stringbands’ in leven probeerde te houden. Muziek van louter snaarinstrumenten dus, van viool tot gitaar en banjo, die geworteld is in de Schotse, Ierse én Afro-Amerikaanse cultuur.

Ook in haar solowerk graaft Giddens diep in de geschiedenis, en de liedjes op haar laatste album Hope Is the Thing with Feathers zijn wonderlijk van samenstelling. Met haar musici uit vele landen, die ook in Utrecht op het podium staan, verbindt Giddens Congolese gitaren en zang met Schotse en Ierse volksmuziek en de al net zo complexe muziek uit de Amerikaanse staat North Carolina, van nog vóór de country en de blues.

Giddens heeft veel te vertellen en dat maakt haar muziek soms wat academisch. Ze introduceert een replica van een eeuwenoude banjo, die een aards en haast mystiek geluid voortbrengt. En ze zegt dat haar volgende nummer begint met muziek uit de Schotse gemeenschap van North Carolina, vervolgens overschakelt op de Congolese muziektraditie om te eindigen met Ierse volksmuziek.

Je snapt wat haar bedoeling is en wat ze wil aantonen over de oorsprong en de reisbewegingen van de muziek, maar het lied heeft ook iets gekunstelds en wordt uiteindelijk een lange zit.

Dat geldt ook voor een nummer dat ze schreef bij een ‘community outreach event’, na gesprekken met migrantengemeenschappen. Je begrijpt haar beweegredenen, maar de ratio zit het gevoel soms wat in de weg, want niet al deze projectmatige muziekstukken zijn even meeslepend.

Er staan mooie momenten tegenover. Bij een paar stomende stringbandstukken, met virtuoos banjo- en fiddlespel en een donkere contrabas, knalt Giddens van het podium. Haar spel is scherp en strak getimed, net als haar zuivere stem met dat schitterende vibrato.

En ook in het folkliedje Hope Is the Thing with Feathers, gebaseerd op het gelijknamige gedicht van Emily Dickinson (1830-1886), kun je je overgeven aan de pure muzikale kracht, zonder het verhaal erachter te kennen. Met haar sierlijke en aangrijpende zang roept Giddens herinneringen op aan de Amerikaanse folk van de jaren zestig, die ineens een wapen werd van de protestbeweging.

Hoe feestelijk Giddens echt kan worden, horen we in de toegift. Op moordend tempo speelt haar band het opzwepende dansnummer Old Corn Liquor, dat bekend werd uit de soundtrack van de film Sinners. De zaal ontploft. En je denkt: hadden we hier maar iets meer van gekregen.

Pop
★★★☆☆
24/9, Grote Zaal, TivoliVredenburg, Utrecht.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next