Home

Nederlands-Israëlische betrekkingen bereiken historisch dieptepunt

De Nederlandse ‘tijdelijke sanctiemaatregel’ tegen de import van producten uit door Israël bezette gebieden leidt voor de tweede keer in korte tijd tot een Israëlische tegenreactie. In de onderlinge verhoudingen is inmiddels sprake van een historische omkering.

is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.

Nadat een maand geleden twee Nederlandse ambassademedewerkers op last van Israël hun werkzaamheden moesten stoppen bij het International Support Center in Kiryat Gat (ze konden wel in Israël blijven werken), trekt Israël ditmaal de accreditatie in van alle Nederlandse diplomaten die ‘in Ramallah opereren’.

Volgens de website van de Nederlandse Vertegenwoordiging in de Palestijnse Gebieden werken er acht diplomaten en tien lokale medewerkers in Ramallah. Die acht diplomaten moeten volgens een bericht op X van de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Gideon Saar ‘binnen een week’ hun door Israël verstrekte diplomatieke documenten inleveren, wat betekent dat de bijzondere regels die van toepassing zijn op diplomaten komen te vervallen. Het wordt voor hen daarmee niet onmogelijk om in Ramallah hun werk te doen, maar wel veel moeilijker, te meer omdat ze vaak in Oost-Jeruzalem wonen.

Antwoord op sancties

Saar zegt dat het besluit een antwoord is op de inwerkingtreding van de Nederlandse sancties. ‘Israël zal maatregelen die bedoeld zijn om het land schade toe te brengen niet negeren’, aldus Saar. ‘Elk land dat op vijandige en unilaterale wijze optreedt tegen Israël zal invloed en relevantie verliezen in de regio.’

Net als bij de vorige Israëlische maatregel tegen Nederland, noemt minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen (CDA) ook deze maatregel onnodig: ‘Ik betreur dit onnodige besluit ten zeerste. Ons tijdelijke sanctiebesluit waar de Israëlische minister naar verwijst is niet gericht tegen Israël, maar komt voort uit de verplichting vanuit het internationaal recht om niet bij te dragen aan een onrechtmatige situatie: de illegale nederzettingen.’

Daarmee verwijst Berendsen naar de rechtsgrond voor het instellen van sancties: een (formeel niet-bindend, maar wel zwaarwegend) rechtsadvies van het Internationaal Gerechtshof van 19 juli 2024. Daarin wordt de Israëlische bezetting van Palestijnse gebieden ‘onrechtmatig’ genoemd.

Meer landen volgen

Ierland en Spanje waren de eerste landen die soortgelijke importsancties afkondigden voor de bezette gebieden, gevolgd door Slovenië, België en Nederland. Daarna volgden nog meer dan tien landen, met inbegrip van Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Canada. De sancties houden verband met het frequente geweld van Israëlische kolonisten in bezette gebieden tegen Palestijnen (waartegen Israël niet of onvoldoende optreedt), de extremistische uitspraken van leden van de regering-Netanyahu hierover, en de voornemens van de regering-Netanyahu om het aantal nederzettingen drastisch uit te breiden.

Nederland is niet het enige land dat wordt geconfronteerd met Israëlische tegenmaatregelen. Ook tegen bijvoorbeeld het VK zijn een trits verdergaande maatregelen aangekondigd, waaronder sluiting van het Britse consulaat in Oost-Jeruzalem en een inreisverbod tegen elf parlementariërs.

Volgens Britse media adviseerde de inlichtingendienst MI6 tegen de afkondiging van sancties vlak voor de Israëlische verkiezingen van oktober. Netanyahu staat zwak in de peilingen, onder meer vanwege de onthullingen over waarschuwingen die hij vooraf zou hebben gekregen over een grote Hamas-aanval. De Europese sancties zouden gebruikt kunnen worden als instrument om de kiezers achter Netanyahu te verenigen. Bij de afkondiging van de vorige maatregel tegen Nederland zei Berendsen ook expliciet dat hij dit interpreteerde in de context van de aankomende verkiezingen.

Historische omkering

Ondertussen lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat de Nederlands-Israëlische bilaterale relaties met de strafmaatregelen over en weer (Berendsens argument dat dit ‘geen anti-Israëlische maatregel’ is lijkt in Israël geen indruk te maken) een dieptepunt hebben bereikt. Dit heeft niet alleen te maken met de sancties, maar ook met het volgens Israël sterk gestegen antisemitisme in Nederland – een ontwikkeling die wordt bevestigd in de Nederlandse statistieken daarover.

De wijze waarop Israël na de bloedige aanslagen van 7 oktober 2023 hard terugsloeg in de oorlog tegen Hamas in Gaza – waarbij ook tienduizenden Palestijnse burgers werden gedood – en het voortdurende geweld tegen Palestijnen in bezette gebieden, hebben voor een historische omkering in de politieke verhoudingen tussen beide landen gezorgd.

Deze is onder meer te zien in de opstelling van de PvdA, die inmiddels is opgegaan in Progressief Nederland (Pro). Het was een PvdA-buitenlandminister, Max van der Stoel, die in 1973 tijdens de Yom Kippoeroorlog (toen Syrië en Egypte, met hulp van andere landen in de regio, Israël aanvielen) in het geheim wapens aan Israël leverde. Diezelfde PvdA diende vorig jaar een motie in om Israël ‘tijdelijk’ niet langer wapens te sturen waarmee het zich kon verdedigen tegen inkomende raketten. En vorige week steunde Pro samen met Volt en de PvdD een motie van Denk, die onder meer stelt dat ‘het Israëlische leger een terreurleger is’.

Tegen de achtergrond van de al langer verslechterende bilaterale relatie, die past in een steeds groter internationaal isolement van Israël, is de hoop van het kabinet-Jetten gevestigd op een verkiezingsuitslag in Israël die na komende maand een andere regering mogelijk maakt. De VVD hoopt bijvoorbeeld dat daarna de ‘tijdelijke sanctiemaatregel’ weer snel ingetrokken kan worden. Of die electorale correctie er komt op de koers van Netanyahu, moet echter worden afgewacht. In elk geval lijkt de tijd voorbij dat Nederland zichzelf als invloedrijke speler kon positioneren vanwege de goede relaties met Israël én de Palestijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next