Home

Van botsende sterrenstelsels tot de zwierige nevels: Nederlandse amateur legt ze vast vanaf balkon in Heiloo

Vanaf een weiland en zijn balkon in Heiloo fotografeerde astrofotograaf Cornelis van Zuilen alle 110 kosmische voorwerpen uit een beroemde astronomische catalogus. ‘Zover ik weet, ben ik de enige die dit ooit helemaal vanuit Nederland gedaan heeft.’

is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Hij schrijft over sterrenkunde, natuurkunde en ruimtevaart.

Anderhalf jaar, vele duizenden foto’s en 352 uur en 13 minuten belichtingstijd: dat had de Nederlandse amateurastronoom Cornelis van Zuilen nodig om de gehele Messier-catalogus te fotograferen, de beroemde verzameling kosmische objecten die de Franse astronoom Charles Messier in 1771 voor het eerst publiceerde.

Destijds publiceerde Messier zijn catalogus overigens om de hinderlijke objecten die de waarnemingen van zijn échte onderzoeksdoel – kometen – keer op keer verstoorden vast te leggen. Tegenwoordig staat de verzameling sterrenstelsels, restanten van kosmische explosies en zwierige nevels vooral bekend vanwege de grote esthetische waarde: kunstwerken van moeder natuur waaraan amateurwaarnemers als Van Zuilen zich nog altijd met grote regelmaat laven.

‘Het is de bekendste catalogus voor astrofotografen’, zegt Van Zuilen. ‘En ik was benieuwd of ik ze allemaal vanuit Heiloo kon fotograferen.’

Lager op de planeet

Dat lukte, al was dat vooraf niet zeker. ‘Messier heeft zijn objecten waargenomen vanuit Parijs, en dat ligt net wat lager op de planeet dan Heiloo’, zegt hij. Dat verschil betekent dat de objecten uit de catalogus voor Messier hoger aan de hemel stonden.

Toch besloot hij het te proberen, grotendeels vanaf zijn eigen balkon. ‘Maar niet allemaal. Ik kijk uit op een hoge rij bomen aan de zuidzijde, en daar zitten toevallig veel objecten. Dus maakte ik een afspraak met een boer in de buurt dat ik op zijn weiland mocht waarnemen. Daar sliep ik dan in mijn auto, en later ook in een tentje, met mijn telescoop erbuiten.’

Tijdens de lange nachten vol waarnemingen nam Van Zuilen niet slechts één foto van zo’n object, maar vele. ‘Ik zie mijn telescoop als een emmer die regendruppels vangt: elke druppel is een foton, een lichtdeeltje, dat wordt uitgezonden door de nevels of sterrenstelsels die ik wil fotograferen. Hoe langer mijn sluitertijd, hoe meer signaal ik opvang’, zegt hij. Daar komt ook meer rommel mee binnen, bijvoorbeeld lichtverontreiniging vanuit de menselijke omgeving, dus de hele nacht fotonen verzamelen ging niet.

‘Per foto belichtte ik tussen de drie envijf minuten’, zegt hij. Door veel van die opnames te stapelen, ontstond uiteindelijk één foto met meer detail, meer kleur en minder ruis, die hij met speciale software nog verder kon verfijnen.

18 nachten

Over de meeste foto’s deed hij dan ook meerdere nachten. ‘De Leo Triplet, drie sterrenstelsels in het sterrenbeeld Leeuw, waarin in één beeld onder meer Messier 65 en 66 staan, daarover deed ik bijvoorbeeld achttien nachten’, zegt hij. ‘En mijn foto van Messier 51 kostte me een nacht of elf.’

Dat stapelen onthult details die je anders niet goed zou zien. En, benadrukt hij: alles wat je op de beelden ziet, is echt. Wel voegde Van Zuilen kleuren toe aan bijvoorbeeld nevels, overigens heel normaal in de astrofotografie. Ook onder meer Nasa doet dat. ‘Dan kun je in één oogopslag zien waar in zo’n nevel de waterstof zit en waar de zuurstof.’

Uiteindelijk werd Van Zuilen de eerste die de hele catalogus vanuit Nederland fotografeerde. ‘Er zijn wel andere amateurfotografen die dit doen, maar die gaan dan bijvoorbeeld naar Frankrijk om daar de laatste objecten te fotograferen, of zelfs naar het Spaanse eiland La Palma, dat voor de kust van Afrika ligt – daar staan deze objecten hartstikke hoog aan de hemel. Maar vanuit Noord-Holland? Volgens mij ben ik de eerste.’

Inspiratie

Van Zuilen zelf kocht zijn eerste telescoop pas in 2021, nadat de planeten Jupiter en Saturnus dicht bij elkaar stonden. ‘Ik was echt verbaasd dat je die met het blote oog al kon zien, en met een telescoop zelfs de banden van Jupiter en de ringen van Saturnus’, herinnert hij zich.

Dat betekende voor hem het startpunt van zijn huidige liefhebberij, waarbij hij zijn eerste telescoop uiteindelijk verving door de veel geraffineerdere apparatuur waarmee hij de Messier-catalogus fotografeerde. Maar hij benadrukt dat je voor astrofotografie niet meteen diep in de buidel hoeft te tasten: ‘Je hebt niet meer dan een paar honderd euro nodig om met deze hobby te beginnen.’

Zelf hoopt hij met zijn foto’s vooral anderen te inspireren. ‘Ik zet ze op Instagram en deel mijn foto’s met vrienden. Bij Sterrenwacht Saturnus in Heerhugowaard, waar ik vrijwilliger ben, komt deze collage binnenkort aan de muur te hangen, ter inspiratie voor anderen die ook deze mooie catalogus willen fotograferen.’

Af en toe worden zijn foto’s al gedeeld door grote internationale platforms voor astrofotografie, maar het mooiste lijkt het Van Zuilen om met zijn hobby echt iets te kunnen bijdragen aan de wetenschap. ‘Een amateurtelescoop kan veel minder ver inzoomen dan bijvoorbeeld de Hubble, maar ziet daardoor dus wel veel meer tegelijk. Het gebeurt daarom best vaak dat amateurfotografen bijvoorbeeld een nieuwe nevel ontdekken. Ik hoop dat zoiets mij ook een keer gebeurt.’

Alles over wetenschap vindt u hier.

Source: Volkskrant

Previous

Next