De een zweert bij huismerkpils, de ander drinkt alleen biologische, lokaal gebrouwen IPA’s. Smaakvoorkeuren daargelaten, is het ene bier milieuvriendelijker dan het andere?
Aan keuze geen gebrek voor de hedendaagse bierliefhebber in de supermarkt. In het schap ligt naast de bekende pilsmerken ook een bonte verzameling uiteenlopende speciaalbieren, van kleine én grote brouwerijen.
In 2024 bedroeg de totale bierconsumpie in Nederland 12,2 miljoen liter. Dat brengt, net als al het eten en drinken, ook de nodige milieulasten met zich mee. Maar wat is duurzamer: een hip lokaal biertje of een ouderwets flesje massapils? En hoe zit dat eigenlijk met biologisch bier?
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoorden we, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
Eerst het grotere plaatje: per dag leidt het eet- en drinkpatroon van de gemiddelde Nederlander tot iets meer dan 4 kilogram CO2-uitstoot, becijferden onderzoekers in het vakblad Environmental Research Letters. Daarvan komt 4 procent op het conto van álle alcoholische versnaperingen. Het precieze aandeel van bier is ongewis.
Wel voorhanden: een bescheiden stapeltje milieulastonderzoeken naar verschillende bieren.
In Wales namen wetenschappers de brouwsels van zeven microbrouwerijen onder de loep. Dat leverde behoorlijk uiteenlopende cijfers over de klimaatimpact op, van 0,8 kilogram tot 1,9 kilogram CO2 per liter. Een soortgelijk Italiaans onderzoek komt op 1 tot 1,5 kilogram CO2 per liter uit. Om de klimaatimpact van 1 kilo biefstuk te evenaren, moet je derhalve minimaal 14 liter bier drinken.
Dan is er nog waterverbruik. Dat is fors, geeft zelfs megaproducent Heineken toe: bier bestaat voor 95 procent uit drinkwater, en om de overige ingrediënten – gerstemout en hop – te verbouwen is eveneens veel water nodig. In totaal is voor 1 liter bier zo’n 40 liter water nodig, blijkt uit een Britse studie.
Maar aan al die cijfers zitten haken en ogen, zegt Arie Hooimeijer. Met zijn collega’s van de stichting Duurzaam Brouwen adviseert hij bierbrouwerijen over – ‘de naam zegt het al’ – het verduurzamen van de productielijn.
In principe volgt het bierbrouwproces een redelijk vast stramien, legt hij uit. Lang verhaal kort: in een mouterij wordt van graankorrels gerstemout gemaakt, waarna in de brouwerij water, hop en gist worden toegevoegd en zo bier wordt gebrouwen.
Daar houden de overeenkomsten tussen pilsgigant en kleinschalige brouwerij wel op. ‘Ze opereren op compleet verschillende schaal. Hoe milieuvriendelijk een biertje is, verschilt daarom enorm per merk.’
Neem Heineken. Zijn mouterijen en brouwerijen, schrijft het bedrijf in zijn jaarrapport, veroorzaken slechts 11 procent van de totale CO2-voetafdruk van het concern. Te danken aan een ‘zeer efficiënt brouwproces’, aldus Hooimeijer.
In elk geval is hét duurzaamste gerstenat onmogelijk aan te wijzen, stelt de brouwdeskundige. Toch heeft hij voor de milieubewuste bierdrinker wat vuistregels in petto. ‘Drink je pils, ga dan voor een groot biermerk met een efficiënte productielijn. Drink je speciaalbier, kies dan een lokale brouwerij die dicht bij huis inkoopt.’
Ook wáár je drinkt is van belang. ‘Bier in een café komt uit fusten of zelfs direct uit een tankwagen. Dat is efficiënter qua logistiek en scheelt verpakkingsmateriaal. Cafébier heeft daarom in de regel een lagere milieulast dan bier dat je in de supermarkt koopt en thuis opdrinkt.’
Nog een advies: controleer in de winkel of er statiegeld op een blikje of flesje zit. Het Nederlandse statiegeldsysteem is een van de beste ter wereld, zegt Hooimeijer. ‘Een bierflesje wordt hier wel 25 keer hergebruikt voordat het wordt omgesmolten. Daar kun je dus maar beter gebruik van maken.’
En biologisch bier dan? Ook dat is er in vele soorten en maten, van pils van (redelijk) grote spelers tot kleinschalig gebrouwen speciaalbieren. Steeds vaker kiezen brouwers voor ‘oude’ graanrassen, ziet Hooimeijer, die uit de mode raakten toen bestrijdingsmiddelen ten tonele verschenen. ‘Zulke rassen groeien prima zonder.’
Dat is in elk geval bevorderlijk voor de bodemkwaliteit en de biodiversiteit. Hoe biologisch bier op andere milieuaspecten scoort, is lastiger te zeggen. Vergelijkend warenonderzoek met gangbaar bier bestaat niet.
Wel vaker onderzocht: de milieu-impact van biologische graanteelt. Daarmee gaat 35 procent minder broeikasgasuitstoot gepaard dan met het verbouwen van gewoon graan, constateerden wetenschappers van de Universiteit van Minnesota.
Anderzijds leidt biologische graanproductie tot 59 procent meer eutrofiëring, schrijven de onderzoekers: gebruikte meststoffen belanden in de bodem en het water, waarna ecosystemen uit balans raken door een overschot aan voedingsstoffen.
Die bevindingen zijn prima naar bier te vertalen, stelt de in voedsel gespecialiseerde milieulastonderzoeker Oliver Taherzadeh (Universiteit Leiden). Hij noemt ook een extra voordeel van biologisch voedsel: ‘Het maakt ons minder afhankelijk van kunstmest. Geopolitiek gezien is dat belangrijk, vooral nu de toevoer door de Straat van Hormuz en vanuit Oekraïne wordt verstoord.’
Biologisch bier lijkt dus een goede keuze, maar wel met mate vanwege de nadelige gezondheidseffecten van overmatig alcoholgebruik.
‘Gelukkig zijn er steeds meer lekkere alcoholvrije en alcoholarme varianten beschikbaar’, benadrukt Hooimeijer. En anders bestaat er altijd een nog gezonder én duurzamer alternatief: kraanwater.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant