Nederlandse benzinepomphouders bij de Duitse grens kijken bezorgd naar de komende accijnsverlaging in Duitsland. Donderdag wordt benzine en diesel bij de oosterburen 17 cent goedkoper. ‘Van de ene op de andere dag komen ze niet meer.’
Een pakketje ophalen, een gasfles vullen of de auto wassen: in het tankstation van Patrick Oudenijhuis (56) op een industrieterrein in Winterswijk draait het al lang niet meer om alleen benzine en diesel. Door de stijgende brandstofprijzen zag Oudenijhuis de laatste jaren veel klanten verdwijnen naar tankstations over de Duitse grens, tien minuten verderop.
Om het bedrijf draaiende te houden, zoekt de pomphouder telkens nieuwe manieren om klanten in Nederland te houden. In de hoek van de winkel schittert zijn nieuwste aanwinst: een statiegeld-inleverautomaat. Maar ook de voetballen met de Achterhoekse vlag zijn populair. ‘Je probeert van alles om mensen naar de winkel te trekken. Maar als ze niet meer tanken, komen ze ook niet meer voor een saucijzenbroodje of een ijsje.’
Nederlandse pomphouders zagen door het tanktoerisme dit jaar al 1,5 miljard euro naar hun Duitse en Belgische collega’s gaan, berekende De Nederlandsche Bank. Een extra klap voor de pomphouders is de Duitse accijnsverlaging van komende donderdag. Daardoor wordt brandstof tijdelijk 17 cent goedkoper. Bondskanselier Friedrich Merz wil Duitse automobilisten compenseren voor de hoge brandstofprijzen, veroorzaakt door de aanhoudende conflicten in het Midden-Oosten. Een liter benzine was aan de Duitse pomp gemiddeld al 20 eurocent goedkoper. Daar komt nu nog eens 17 cent verschil bij.
Het is niet de eerste keer dat de Duitse regering haar burgers tegemoetkomt: eerder dit jaar verlaagde Merz de accijns ook voor twee maanden.Toen zag Oudenijhuis ongeveer een kwart van zijn particuliere klanten naar Duitsland uitwijken. Inmiddels moet hij het vooral hebben van bedrijfsauto’s, met een tankpas van de zaak.
Van grote transportbedrijven met vrachtwagens nam hij al eerder afscheid, en daarmee ook van 25 procent van zijn afzet. Om kosten te besparen heeft Oudenijhuis onder meer de sponsoring van de lokale voetbalvereniging moeten stoppen. Jammer, maar ‘die mensen gaan ook allemaal over de grens om te tanken’.
De schappen van het tankstation van Marcel Ubbink (68) zijn gevuld met niets anders dan koffie, in alle soorten en maten. Op de gevel prijkt de naam ‘Kaffeehalle Hoitink’ en aanbiedingen worden in het Duits aangeprezen. Twee Duitse klanten laden hun winkelmandje vol met zakken koffiebonen. Zonder te tanken.
Nog een paar dagen lang is diesel bij Ubbink, net als bij zijn collega’s, goedkoper dan in Duitsland. Toch is die inmiddels bijzaak. Want waar in Nederland de accijns op brandstof hoog is, geldt dat in Duitsland voor koffie. ‘Je moet een bijproduct hebben. Als je dat niet hebt, red je het met het tankstation sowieso niet.’
Het prijsverschil voor diesel van 6 cent, waar Duitse klanten nog op afkwamen, is vanaf 1 oktober verleden tijd. Hij verwacht stilte aan de pomp, net als bij de Duitse accijnsverlaging van twee maanden van eerder dit jaar. ‘Je kunt alles op orde hebben. Maar met een nieuw regeltje tussendoor komen ze van de ene op de andere dag niet meer.’
Erik Koelman (56) kijkt vanuit zijn benzinepomp uit op het gele bordje ‘Duitsland’ aan de grens bij Aalten. Ook hij zag zijn klandizie verdampen. Waar hij tien jaar geleden nog vijfhonderd klanten per dag aan pomp kreeg, zijn dat er nu vijftig.
Een van hen is Fatman Simsek (42), die met haar dochter en nichtje onderweg is naar een speelhal in Winterswijk. Uit haast tankt ze deze keer bij Koelman. Normaal rijdt ze altijd naar Duitsland, slechts vijf minuten om. ‘Samen met de goedkope sigaretten kan het zo 10 tot 20 euro per ritje schelen’, vertelt ze. En met de accijnsverhoging is het straks ‘al helemaal feest’.
Vooruitkijken kan Koelman niet meer: ‘Ik probeer slechts mijn broek op te houden. Je kunt hier geen langetermijnvisie hebben, dat is onmogelijk. Hij zegt het zijn collega Ubbink na: ‘Omdat, als ze aan een paar knoppen draaien, het speelveld helemaal verandert.’
Als het aan de pomphouders ligt, doet het kabinet te weinig om het verschil van brandstofkosten met de buurlanden te beperken. In Winterswijk pronkt op de pomp een sticker met ‘Den Haag tankt met u mee’: een verwijzing naar de bijna 50 procent belasting die via accijns en btw op brandstof wordt geheven. De accijnskorting, die sinds de gestegen brandstofkosten door de oorlog in Oekraïne geldt, wordt verlengd, maakte het kabinet op Prinsjesdag bekend. Maar volgens de pomphouders is het niet genoeg. ‘Als je mee wilt met de buurlanden, is een accijnsverlaging het beste’, stelt Oudenijhuis.
Zijn zoon Thijmen (22), die al een paar jaar in het bedrijf van zijn vader werkt, nam het heft in eigen handen, en stuurde staatssecretaris van Financiën Eelco Eerenberg een bericht via Instagram. In zijn bericht vroeg hij of het kabinet ‘rekening kan houden met de positie van pomphouders in de regio’s’. Triomfantelijk, maar ook teleurgesteld, laat hij het antwoord van de staatssecretaris zien: er komt noch een accijnsverlaging, noch compensatie.
Terwijl hij een auto door de wasstraat haalt, vertelt Thijmen dat hij zich zorgen maakt of het bedrijf nog wel bestaat wanneer hij het over een aantal jaar wil overnemen. Zijn oplossing: uitbreiden met een tankstation in Duitsland. ‘Om de kansen te spreiden. Dan maakt het niet uit of het hier goedkoper is of daar. Dan kunnen we altijd profiteren van het prijsverschil.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant