Opera van Philip Glass In een naamloos grensdorp wordt de rust verstoord door een kolonel. Die wil in de ‘barbaren’ van buiten de grens zó graag een vijand zien, dat zij ze martelt tot ze inderdaad de vijand zijn. Een verontrustend en tijdloos thema, dat toneelschrijver Christopher Hampton en componist Philip Glass baseerden op de gelijknamige roman van J. M. Coetzee. Een sterke opera levert het helaas niet op.
Lilian Farahani als het Barbaarse meisje.
Door De Nederlandse Reisopera, Club Guy & Roni en het Noord Nederlands Orkest o.l.v. Alice Farnham. Regie: Guy Weizman. Choreografie: Roni Haver. Gezien: 26/9, Stadsschouwburg Groningen.
Tournee door Nederland t/m 31 oktober. Info: reisopera.nl
In een rustig, naamloos grensdorpje in een naamloos rijk heerst een betrouwbare magistraat. Buiten de grens wonen de ‘barbaren’, maar daar heeft eigenlijk niemand last van. Tot van hogerhand uit de onbekende hoofdstad een kolonel naar de grens wordt gestuurd, die dolgraag de vijand wil zien in de barbaren. De kolonel martelt ze tot ze misdaden bekennen die ze niet begaan hebben, tot afschuw van de magistraat, die doorziet dat de hoofdstad zelf een vijand creëert om staatsterreur te kunnen toepassen. Als hij een barbaars meisje helpt, belandt hij zelf in de martelmolen.
Zo ongeveer schreven toneelschrijver Christopher Hampton en componist Philip Glass in 2005 de opera Waiting for the Barbarians, gebaseerd op de gelijknamige roman van J. M. Coetzee (die weer geïnspireerd is op een gedicht van de Griekse dichter Konstantinos Kavafis uit 1904). De naamloosheid van alles is belangrijk; het patroon is plaats- en tijdloos. De Reisopera voert Waiting for the Barbarians nu samen met dansgezelschap Club Guy & Roni en het Noord Nederlands Orkest uit.
Grijs — wat niet zwart is, is grijs. Het decor, het meubilair, de kostuums. Het grensdorpje was ook voor de komst van de kolonel blijkbaar al geen gezellig oord. Gelukkig is de magistraat (Dan D’Souza) nogal knap.
Maar nog voor je je goed in deze regie kunt verdiepen, levert de opera zelf afleidende ergernisjes op. Vooral de tekst is een probleem; die is vervelend uitleggerig en zit vol onnatuurlijke dialogen. De magistraat: „Hoe bevalt het in de stad?”. Barbaars meisje: „Goed.” Magistraat: „Mis je niks?” Meisje: „Mijn zus.” Magistraat: „Hoe bevalt je baantje in de herberg?” Meisje: „Goed. De meisjes met wie ik werk zijn leuk.” Magistraat: „Beter dan bedelen op straat hopelijk?” Meisje: „Ja.” Einde gesprek.
Als het meisje even later uitlegt hoe haar ogen in de martelkamer zijn beschadigd met heet ijzer, kan de magistraat blijkbaar niets beters bedenken dan de vraag: „Wat vind je van de mannen die je dat aangedaan hebben?”
Met dat soort teksten is het lastig om je emotioneel aan de personages te binden. Het is Guy Weizman niet goed gelukt om daar in de regie wat aan te doen. Hij vergroot dikwijls juist de ongeïntroduceerde emoties, wat averechts werkt. Dieptepunt is wat hij en choreograaf Roni Haver het koor laten doen: de ‘linkerhandje hoog, rechterhandje hoog’- en ‘stapje naar links, stapje naar rechts’-dansjes zijn zo simpel en toch zó ongelijk dat het even op de dorpstoneelvereniging lijkt. Dat geldt ook voor de martelingen, die te geschikt zijn gemaakt voor het hele gezin. Martelen is heen en weer duwen tussen de dansende cipiers. Gelukkig zijn die dansers wel professionals van Club Guy & Roni, maar zij hebben dan weer de pech dat ze hun magie haastig moeten opwekken in de vaak maar korte muzikale intermezzo’s.
Dan D’Souza als de magistraat, hier gevangengenomen.
Omdat Weizman óók nog surveillancebeelden van de barbaren op de achterwand projecteert, zit je soms naar wel erg veel tegelijk te kijken. Terwijl juist die geprojecteerde beelden allerlei vragen oproepen: het verhaal gaat erover dat de hoofdstad niks van de barbaren weet, maar blijkbaar worden ze al goed in de gaten gehouden? En is het nou wel zo slim om de barbaren zo in beeld te nemen; gaat het er niet juist om dat de barbaren onzichtbaar, want zelf gecreëerd zijn? En áls je ze dan zo zichtbaar maakt, moet je er dan wel verwilderde types in lompen van maken? Zo kun je je best voorstellen dat de hoofdstad die niet in het rijk wil hebben. En passant: waarom zitten we de helft van de tijd naar gewonde herten te kijken?
Dat is allemaal toch zonde van het hyperactuele thema én de verder knappe prestaties van magistraat Dan D’Souza, Lilian Farahani als het meisje en zeker ook Charlotte Hellekant als een heel enge, sadistische en laatdunkende kolonel. De Reisopera kreeg toestemming van Glass om die rol aan een vrouw te geven, in plaats van een man. Maar ook zij kunnen van matige ingrediënten geen verrukkelijk gerecht maken.
Vooral dirigent Alice Farnham is met het Noord Nederlands Orkest indrukwekkend. De muziek is bekend Glassiaans – met eindeloos herhalende gebroken akkoorden in snel wisselende ritmeblokken. Het is niet makkelijk om daar overzicht in te bewaren, en toch lukt het Farnham om daarnaast nog bezig te zijn met invulling op de vierkante centimeter; met kleine wisselingen in dynamiek en tempo geeft ze de muziek net die extra spanning. Het NNO volgt haar indrukwekkend strak – eigenlijk zo goed dat het onterecht is dat ze de hele avond toch een beetje voorzichtig blijven spelen.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie