Presentator Tim Hofman steekt met Boos inmiddels al tien jaar een vette middelvinger op naar allerhande onrecht. Waar de NPO eerst nog weinig van dit ‘Kassa voor jongeren’ moest hebben, is Boos nu een journalistiek paradepaardje. V spreekt betrokkenen van het eerste uur over die onstuimige opkomst.
is televisierecensent voor de Volkskrant.
‘Het is jij en ik tegen de rest van de wereld. Gewoon op het internet. Lekker rellen. Zin in!’
Zo eindigt de video waarin presentator Tim Hofman (met een kater, volgens zijn toenmalige eindredacteur) in 2016 zijn nieuwe programma aankondigde. Het heette #Boos – de hashtag was destijds nog hip – en was alleen te zien op YouTube. De insteek: jongeren konden Hofman om hulp vragen als ze ergens boos over waren, zodat de presentator ze, zoals hij het noemde, ‘onboos’ kon maken.
In de praktijk betekende dit meestal dat Hofman onaangekondigd binnenstormde bij huisbazen, werkgevers en scholen, gewapend met een confettikanon. Wat bleek? Met een cameraploeg en de brutale Hofman tegenover zich waren huisbazen vaak wél bereid om hoognodige reparaties te regelen. Al was dat niet altijd het geval: tijdens een bezoek aan een Nijmeegse vastgoedhandelaar werd Hofman geslagen door diens zoon, waarbij de presentator een gebroken kaak opliep.
Deze vroege video’s van #Boos duurden zelden langer dan een kwartier en waren kleurrijk, provocerend, vaak ook enigszins puberaal. ‘Peuterjournalistiek’, noemde Peter R. de Vries het toentertijd. Een greep uit de titels: ‘Politie wil Tim seksen en vrouw haat sensatie’ en ‘School discrimineert Floortje de moeder en overheid zegt ok is goed’.
Woensdag viert Boos (inmiddels zonder hashtag) in concertzaal Afas Live in Amsterdam zijn tienjarige jubileum. Het is uitgegroeid tot een platform voor serieuze onderzoeksjournalistiek, met lange video’s over grote onderwerpen. Het bekendste voorbeeld blijft de 11 miljoen keer bekeken video over The Voice of Holland uit 2021, waarna de talentenjacht vijf jaar lang van televisie verdween. Dit jaar is een aflevering van Boos over misstanden bij jongerenkliniek Yes We Can genomineerd voor een Televizier-Ring.
Hofman zelf kreeg het afgelopen decennium een steeds prominentere positie in het publieke debat. Voor de Boos-interviewreeks Grote gesprekken sprak hij deze zomer met onder anderen journalist Joris Luyendijk, voormalig politicus Sylvana Simons en Bob Scholte van het communistische nieuwsplatform Left Laser. Die laatste twee gaan woensdag in Afas Live met elkaar in debat over intersectionaliteit en klassenstrijd.
Er is, kortom, nog maar weinig over van die aanvankelijke puberale trekjes. Toch heeft Boos zijn aantrekkingskracht behouden: op YouTube heeft het kanaal ruim een miljoen abonnees. Veel van hen behoren bovendien nog altijd tot een doelgroep die de publieke omroep dolgraag wil bereiken: tieners en twintigers. Hoe is Boos daarin geslaagd?
Een deel van het succes zit in de vroege stap naar het internet, toen vooral huis-tuin-en-keukenproducties, zoals de vlogs van Enzo Knol, het Nederlandstalige deel van YouTube domineerden. ‘We dachten dat we met onze kennis iets nieuws konden maken’, zegt Hofman (38) in het BNNVara-gebouw in Hilversum. Zijn huidige eindredacteur Marije de Roode (34), die er vanaf het begin bij was als redacteur, vult aan: ‘We wilden televisie naar YouTube brengen.’
Tegenwoordig delen velen op het Mediapark die ambitie. Jongeren kijken minder lineaire televisie dan ooit: volgens het Commissariaat voor de Media gemiddeld nog maar 1 uur en 17 minuten per dag, tegenover 5 uur en 41 minuten kijktijd van 65-plussers.
Deze maand maakte de NPO nog bekend dat er in 2027 ondanks de aangekondigde bezuinigingen bijna 100 miljoen euro extra in digitale kanalen zal worden gestoken.
Maar tien jaar geleden was het optuigen van Boos nog een daad van rebellie. ‘Het voelde alsof we een piratenschip te water lieten’, zegt Hofman. Hij gebaart naar de tafel voor hem, waarin een ‘G’ is gegraveerd. ‘Dit was het kantoor van producent Gerke Nauta, die in 2021 overleed. Hij wilde een soort Kassa voor jongeren maken, maar NPO 3 wilde dat niet uitzenden. Toen kwam ik, als man van het internet, met het idee om een eigen YouTubekanaal te beginnen.’
Maar een programma maken puur voor het internet was volgens de regels van de NPO helemaal niet toegestaan. ‘We dachten: als we goed presteren, gaan ze ons echt niet terugfluiten’, zegt Hofman. Vier van de vijf eerste teamleden maakten de wekelijkse video’s van #Boos onbetaald in hun vrije tijd, naast hun andere werkzaamheden voor de omroep, tijdens lange nachten en brakke ochtenden. ‘Maar dat was het waard, omdat we konden maken wat we wilden’, verklaart Hofman.
De redactie begreep goed wat werkt op internet: in de video’s kwam minstens elke 7 seconden een jolig geluidseffect, grapje of animatie voorbij. Boos had snel meer dan honderdduizend abonnees op YouTube. Toch zei Suzanne Kunzeler, toen zendermanager van NPO 3, nu directeur van BNNVara, in 2016 in een interview met Het Parool over Boos: ‘Het zijn leuke initiatieven, maar niet direct die waartoe wij op aarde zijn. Ik vind het belangrijk dat wij content maken waarover is nagedacht, die iets toevoegt.’
Een dag later verscheen een brief van Hofman in Het Parool: ‘Wij zijn even met de hele #Boos-redactie op onze sokken in de schapenurine gaan staan. Dat vinden we namelijk een prettiger idee dan dat Suurzan denkt dat er over #Boos niet is nagedacht. (...) Dat een platform, met nu bijna 140.000 abonnees binnen tien weken, dat jongeren vermaakt, maar ook een stem geeft door er voor ze te zijn als ze een probleem hebben – hoe klein ook – niets toevoegt aan de NPO.’
‘Ja, dat ontplofte nogal’, zegt Kunzeler nu. ‘Achteraf gezien had ik het misschien anders moeten verwoorden, maar ik was in mijn functie nou eenmaal gebonden aan de regels van de NPO. Dan is het alleen maar goed dat er rebellen zijn die daar tegenin gaan. Zij hebben hun gelijk, en mijn ongelijk, afgedwongen én bewezen. Daar ben ik eigenlijk heel trots op.’
Het tegendraadse ‘jij en ik tegen de rest van de wereld’-gevoel werd versterkt doordat Boos een eigen taaltje had, met terugkerende termen (‘onboos’), verbasterde woorden (Suzanne werd ‘Suurzan’, politiek werd ‘polertiek’) en inside jokes (De Roode, die in veel video’s voorkwam, werd steevast ‘Kutmarije’ genoemd). De kijkers namen dat over in de reacties onder de video’s. ‘Als je niet vaker naar Boos keek, snapte je waarschijnlijk geen reet van wat er allemaal gebeurde’, zegt Hofman. ‘Die taal was een soort bindmiddel tussen ons en onze kijkers.’
Binding is onmisbaar voor journalistieke programma’s die jongeren via internet willen bereiken, stelt Yael de Haan, lector kwaliteitsjournalistiek in digitale transitie aan de Hogeschool Utrecht. ‘Van oudsher behouden journalisten een bepaalde afstand tot hun publiek. Maar jongeren hebben nu de keuze uit zo veel verschillende media. Het is dus de kunst om een gemeenschap te creëren, door ze serieus te nemen en met ze in gesprek te gaan.’
Maar aan de fanatieke schare fans die Boos zo opbouwde, kleefden ook risico’s, zegt Hubert van der Want, die de eerste vier jaar eindredacteur van het programma was. ‘We hadden een video geplaatst over een scooterwinkel die een scooter niet goed had gerepareerd. De eigenaar heeft dat toen gewoon opgelost, maar zei in de video dat Tim de troep van zijn confettikanon moest opruimen. Toen gingen onze kijkers massaal achter hem aan, door hem slecht te beoordelen op Google. Daarna beseften we dat onze kijkers zo op onze hand waren, dat mensen wel erg snel als badguy werden bestempeld.’
De redactie ging daarom nadenken over wat ze met die slagkracht moest. Ze besloten dat het programma zich niet meer zou richten op eenmanszaakjes, maar alleen op grotere bedrijven. Ook ging Boos zich steeds meer bezighouden met politieke kwesties.
Hofman: ‘We zijn Boos zeker niet begonnen met een vlag met hamer en sikkel erop. We wilden gewoon problemen oplossen.’ De Roode: ‘Maar uiteindelijk ga je je afvragen waar die problemen telkens vandaan komen.’ Hofman: ‘En ja, dan kwamen we er vaak op uit dat rechts beleid een deel daarvan heeft veroorzaakt. Maar we bevragen alle machthebbers, dus ook linkse. Dat is voor ons de kern van journalistiek.’
Boos ‘manoeuvreert in een interessant overgangsgebied’, zoals de ombudsman van de NPO het ooit verwoordde: tussen journalistiek en activisme. Meer richting die laatste categorie zat de documentaire Terug naar je eige land uit 2018, waarin Boos opriep om het kinderpardon aan te passen. Een paar honderd kinderen die in Nederland waren opgegroeid vielen daar namelijk buiten en zouden uitgezet worden naar hun land van herkomst.
Een van hen was de 8-jarige Nemr. Hofman nam hem mee naar de Tweede Kamer, waar het jongetje zelf aan politici mocht vragen waarom hij naar Irak zou worden teruggestuurd. Het leverde hoogst ongemakkelijke gesprekken op, zoals met toenmalig VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff, die ‘Ja, dus?’ sputterde nadat Nemr had gezegd dat hij dacht dat hij zou doodgaan als hij terug moest naar Irak.
Quirine Eijkman, toenmalig vicevoorzitter van het College voor de Rechten van de Mens, noemde de documentaire bij Radio 1 ‘een beetje op het randje’. In EW Magazine betichtte redacteur Gertjan van Schoonhoven Boos van ‘emotionele chantage’.
‘Maar wij dachten: fuck die shit, dat kind wordt anders naar Irak gedonderd’, zegt Hofman. Boos begon een petitie die door zo’n 250 duizend mensen werd ondertekend. Nemr en honderden andere kinderen kregen uiteindelijk een verblijfsvergunning.
Na Terug naar je eige land werd Boos steeds soberder. Het kleurenschema veranderde van babyblauw naar een stemmiger donkerblauw, het confettikanon werd opgeborgen, er kwam een studio voor verdiepende uitleg. ‘Maar dat deden we wel in minimale stapjes’, zegt De Roode. ‘Anders werd ons publiek helemaal gek. Dat merkten we bijvoorbeeld toen we stopten met de term ‘onboos’, omdat we grotere problemen gingen behandelen die we vaak niet meer in één aflevering konden oplossen. Meteen ging iedereen los in de comments: waar is onboos?’
Het aanpakken van alsmaar grotere problemen leverde ook wat groeipijn op. In een aflevering over het RTL-realityprogramma De villa uit 2019 beschuldigde Boos een van de deelnemers expliciet van aanranding, op basis van een uitzending waarin dat zo leek. Ook de directie van RTL sprak van ‘seksueel overschrijdend gedrag’ en schortte zelfs tijdelijk alle realityprogramma’s op.
Later bleek echter dat de montage van de beelden misleidend was en er geen sprake was geweest van strafbare feiten. Boos rectificeerde daarna het gebruik van ‘aanranding’. Hofman: ‘We hebben toen gekozen voor die term, omdat het in lijn lag met wat er te zien was en hoe erover werd gecommuniceerd. Maar we vliegen nu zaken anders aan, werken zorgvuldiger en hebben geleerd over het gebruik van juridische termen. Ik denk dat het verschil tussen hoe we de video’s over De villa en The Voice hebben gemaakt daarvoor illustratief is.’
Het onderzoek naar The Voice begon in 2021, nadat medewerkers van het tijdschrift Linda contact hadden opgenomen met de redactie van Boos. Zij hadden van twee jonge vrouwen vernomen dat ze waren verkracht door rapper Ali B en hoopten dat Boos daar iets mee kon. ‘Misschien omdat wij het imago hadden dat wij net even een tandje verder gingen’, zegt Hofman.
Boos ging met het verhaal aan de slag. ‘Al dachten we ook: waar moeten we in vredesnaam beginnen?’, zegt De Roode. Ze vroegen advies aan ervaren onderzoeksjournalisten van NRC en Zembla en schakelden de hulp in van juridische adviseurs. De aflevering won een Tegel, de belangrijkste Nederlandse journalistieke prijs, en Hofman werd door vakblad Villamedia uitgeroepen tot journalist van het jaar. De jury noemde de wijze waarop hij de zaak heeft gebracht ‘voorbeeldig’.
Ook Naomi (die niet met haar achternaam in de krant wil), een van de vrouwen die in de video vertelde dat ze was verkracht door Ali B, is tevreden over de werkwijze van Boos. ‘Ze hebben het heel mooi gedaan’, zegt ze aan de telefoon. ‘Ze hebben het niet sensationeel gebracht, zijn niet naar het huis van Ali B gegaan om hem te confronteren. Nog steeds heb ik goed contact met de redactie. Ik heb zelfs mijn scriptie op hun kantoor geschreven.’
In mei, tijdens de uitspraak in het hoger beroep tegen Ali B – waarbij de rapper werd veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf – schoof Naomi nog aan bij Radio Boos, de wekelijkse podcast van Hofman en De Roode.
Na The Voice keerde Boos regelmatig terug naar de vertrouwde confronterende aanpak. Maar lekker rellen in de online luwte was er niet meer bij voor het programma, dat inmiddels negentien vaste teamleden heeft en geregeld samenwerkt met onderzoeksjournalistieke platforms als Investico en Follow the Money. ‘Onze onderwerpen beheersen vaker het publieke debat’, zegt De Roode. ‘We moesten ons dus nog beter bewust worden van onze plek, zodat we niet naar beneden zouden trappen.’
Dat ging nog weleens mis. Twee jaar geleden vonden veel kijkers dat Hofman zich wel erg pesterig opstelde tegen een bordspellenmaker, die ondanks een geslaagde crowdfunding nog geen spel had uitgebracht. Ook BNNVara-directeur Kunzeler sprak de redactie daarop aan. ‘Ik dacht: dit ben je eigenlijk voorbij, dit moet je niet meer willen’, zegt ze. Hofman bood publiekelijk zijn excuses aan.
Intussen werd Hofman steeds nadrukkelijker geassocieerd met links en progressief Nederland. In 2023 liep een man met een mes en een vuurwapen het gebouw van BNNVara binnen. Hij zei dat hij Hofman wilde vermoorden. Uit een manifest dat hij eerder online had rondgestuurd, bleek dat hij de presentator beschouwde als personificatie van ‘woke’.
In 2025 begonnen Hofman en De Roode met Radio Boos. In deze podcast geven ze meer context bij afleveringen van Boos en gaan ze in op mediarellen rond Hofman.
Zoals enkele weken geleden, nadat de presentator op sociale media kritiek had geuit op voetballer Wout Weghorst, die in een interview had gezegd dat God hem had geholpen bij een overwinning. Caroline van der Plas reageerde daarop dat ze dit ‘schandalig’ vond, dat Hofman daarmee christenen kwetste en dat hij ‘te veel in zichzelf is gaan geloven’.
In Radio Boos zei Hofman dat hij minder felle bewoordingen had kunnen gebruiken, maar dat hij het onzin vond dat hem ‘christenhaat’ werd verweten. Hij bedoelde slechts dat hij het kwalijk hyper-individualistisch vond dat Weghorst, ‘een voetballende multimiljonair’, het idee had dat God specifiek hém had geholpen. ‘In dit medialandschap wordt veel over ons geroepen’, zegt Hofman. ‘Een podcast is een fijn vehikel om snel dingen die scheef zijn geluld weer recht te zetten.’
Inmiddels staat alles van Boos op de streamingsdiensten van de NPO. Maar veruit het grootste publiek bereikt het programma nog altijd via YouTube, waar het afhankelijk blijft van ondoorzichtige algoritmen. ‘Er is gewoon geen goed alternatief’, verzucht Hofman. Boos maken voor lineaire televisie zien ze in elk geval niet zitten. De Roode: ‘We willen die jongeren, die hun vertrouwen in de journalistiek al verliezen, wel blijven bereiken.’
Bovendien zitten er voordelen aan het beheren van een eigen YouTubekanaal. ‘Eigenlijk hebben we een eigen zendertje’, zegt De Roode. ‘We kunnen zelf onze programmering bepalen. Die vrijheid zorgt er ook voor dat wij dit nog wel even volhouden. Elk jaar is weer anders.’
‘Maar we blijven achter vastgoedbazen aan gaan, als die hun huurders in de schimmel laten wonen’, zegt De Roode. ‘Fuck huisjesmelkers’, zegt Hofman.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant