Tv-recensie In ‘Strijders’ klinken obligate testosteronmuziekjes. Jeroen van Koningsbrugge had een druppel aan zijn neus hangen die pure spanning moest suggereren. Maar het leek helemaal niet op een zweetdruppel. Het leek op het ongelukkige resultaat van een loopneus.
Jeroen van Koningsbrugge in ‘Strijders’.
Maandagavond keek ik verslagen naar de druppel aan de neus van Jeroen van Koningsbrugge. Hij was niet lang in beeld, die druppel, maar wel gefilmd vanuit drie verschillende hoeken en bovendien van heel dichtbij – van te dichtbij, van ákelig dichtbij, van waarom-zou-je-die-druppel-van-zo-dichtbij-filmen-dichtbij.
Het enige antwoord dat ik op die laatste vraag kon verzinnen was: de makers van Strijders haten mij, vreedzame kijker.
Ik was verslagen in een strijd waarvan niemand me had verteld dat ik die zou moeten leveren, tegen een vijand waarvan ik vóór maandagavond niet eens wist dat-ie bestond: de druppel aan de neus van Jeroen van Koningsbrugge. Ongewild heb ik dat stuk verdriet zo grondig bestudeerd dat het nu voelt alsof het ook aan het puntje van mijn eigen neus bungelt.
Nat.
Koud.
Vies.
Ik haat de druppel aan de neus van Jeroen van Koningsbrugge.
De druppel moest een zweetdruppel voorstellen, ontstaan uit pure spanning. Hij verscheen op het moment dat Jeroen een ‘shoot-out’ initieerde tussen oud-commando’s Ray Klaassens en Dai Carter. Die mogen elke aflevering hun team van strijders samenstellen, en die teams strijden dan tegen elkaar, en dan is er nog een heel systeem met afvallers in ‘End Zones’ vol prikkeldraad waardoor er aan het eind van het seizoen maar één strijder overblijft. De prijs is dat die strijder zichzelf de ultieme Strijder mag noemen.
(Tip voor mensen die zich omwille van die prijs overwegen op te geven: we hebben hier niet te maken met een beschermde titel. Doe met die informatie wat je wil.)
Hoe dan ook: Ray en Dai moesten teams samenstellen en om te bepalen wie als eerste een strijder mocht kiezen, was er een minigame met ballonnen en echte wapens. De ene ballon was oranjerood en de andere blauw, net als vroeger bij ZigZag. In dat programma waren de teams van strijdende kinderen ook altijd rood en blauw. De spelletjes waren wel beduidend leuker.
„Als ik straks zeg: ‘go’, dan draai je je om, pak je je wapen, en schiet je jouw ballon kapot. Wie dat als eerste doet, mag het eerste kiezen”, zei Jeroen. Op de achtergrond klonk de theme song van The Good, the Bad and the Ugly, terwijl de druppel vanaf het voorhoofd naar de neus van Jeroen was gegleden. Close-up van links, close-up van rechts, close-up van voren, en dat onding hing daar al die tijd maar nat te wezen. Het leek helemaal niet op een zweetdruppel. Het leek op het ongelukkige resultaat van een loopneus.
Het cowboyintermezzo werd opgevolgd door obligate testosteronmuziekjes, zoals die ook onder promobeelden van Defensie worden geplaatst. ’s Ochtends hadden twee presentatoren van Goedemorgen Nederland nog wat van die beelden laten zien. Het oordeel: „Wel gaaf.”
Nu sloeg een jonge strijder zich per ongeluk voor z’n eigen hoofd met een boomstam die hij van Jeroen ergens heen moest tillen en spuugde hij zes tanden uit. „Ik merk dat ik er nu nog meer op gebrand ben deze End Zone te winnen”, zei Bo door zijn vermorzelde gebit heen. Dat was allemaal leuk en aardig, maar mijn gedachten waren elders.
Mijn gedachten waren bij de vijand die ik, woestmakend genoeg, niet meer van mijn netvlies kreeg. Mijn vieze, víéze vijand. Bij hoe graag ik die druppel te lijf was gegaan en hoe ik hem, als ik nog eens de kans kreeg, zou vermorzelen met een zakdoek en dan liefst ook nog die zakdoek in de hens zou zetten of, weet ik veel, iets met tanks en explosieven – en midden in die fantasie begreep ik dat Strijders echt had gewonnen.
Kijk dan wat het heeft gedaan met mij, oorlogszuchtige kijker.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie