Arbeidsuitbuiting De prosecco-oogst in Noord-Italië is net binnen en leunt zwaar op migranten. Terwijl premier Meloni irreguliere migratie wil indammen, voert haar regering de quota voor arbeidsmigranten juist fors op. Maar die legale route is kwetsbaar voor uitbuiting: „Ik kwam uit India met een visum en de belofte van werk. In Italië bleek ik voor veel geld opgelicht.”
De Roemeense Floriana Bröckelmann is samen met andere plukkers bezig met de prosecco-oogst in Santo Stefano, beroemd om de mousserende wijn.
Omgerekend 18.000 euro, zoveel betaalde Amritpal Singh (29) drie jaar geleden in India aan een tussenpersoon voor een visum, een vliegtuigticket en de belofte van een baan bij een Italiaans landbouwbedrijf. Het visum was echt, de rest bleek gelogen. Op de luchthaven van Milaan-Malpensa stond niemand om hem op te halen. En de tussenpersoon in India nam de telefoon niet meer op. „Daar stond ik dan: bang en alleen. Ik had een gigantisch bedrag geleend en aan een oplichter gegeven”, vertelt Amritpal in het huis van een Indiase vriend in de Noord-Italiaanse gemeente Ormelle.
Amritpal draagt een zwarte tulband en een rood T-shirt van een plasticbedrijf, want hij moet zo vertrekken voor een nachtshift. „Een legale baan waarmee ik mijn schuld kan afbetalen”, zegt hij opgelucht. Hij is in het gezelschap van drie lotgenoten uit de deelstaat Punjab, met vergelijkbare verhalen. Allemaal leenden ze grote geldsommen om tussenpersonen in India te betalen die mensen lokken met de belofte van een stabiele baan in Europa. Zulke tussenpersonen maken deel uit van transnationale organisaties, die deze handel organiseren als heuse reisbureaus en misbruik maken van mensen in kwetsbare situaties. Ze hebben contactpersonen in het land van herkomst, en in Italië. De geïnteresseerden kunnen uit de documenten niet opmaken dat het eigenlijk om seizoenswerk gaat en steken zich diep in de schulden.
Vakbondssecretaris Giosué Mattei voert een videogesprek met een man via de telefoon van Amritpal Singh.
De Italiaanse landbouw leunt sterk op migrantenarbeid, zeker tijdens het oogstseizoen. Midden september worden in de noordelijke provincie Treviso de Glera-druiven geplukt waarmee prosecco wordt gemaakt, door de uitzonderlijk hete zomer ruim een week vroeger dan normaal. De beroemde mousserende wijn is een van de belangrijkste producten van Veneto, de grootste wijnexporterende streek van Italië. Bijna 44 procent van de geregistreerde landarbeiders in Veneto is buitenlander.
De landbouw is ook gevoelig voor zwart en grijs werk, zoals mensen meer uren laten werken dan in hun contract staat of overuren niet uitbetalen, erkent de Italiaanse arbeidsinspectie in een e-mail. Volgens de inspecteurs is Zuid-Italië een risicogebied voor arbeidsuitbuiting, al komt het voor in het hele land. Vorig jaar stelden arbeidsinspecteurs in de landbouwsector tijdens 7.166 inspecties bij 64,8 procent onregelmatigheden vast.
De Italiaanse premier Giorgia Meloni kwam vier jaar geleden aan de macht met de belofte dat zij irreguliere migratie zou indammen. Maar al snel bleek dat ze de grote behoefte aan arbeidsmigranten in de landbouw, horeca en zorg niet kon negeren. Sinds haar aantreden eind 2022 heeft Meloni de toelatingsquota voor arbeidsmigranten, waaronder seizoensarbeiders, dan ook fors verhoogd. Van 82.705 plaatsen voor 2022 ging het naar 181.450 in 2025. Maar dat blijkt dus evenmin een garantie op een legaal verblijf in Italië.
„Het quotasysteem creëert nog méér irreguliere migranten in een kwetsbare situatie, waarin ze vatbaar zijn voor chantage”, zegt vakbondssecretaris Giosué Mattei (44). Binnen de links georiënteerde vakbond CGIL, met meer dan vijf miljoen leden de grootste van Italië, is hij verantwoordelijk voor de landbouwsector in Veneto. Het quotasysteem leidde volgens hem tot „een wildgroei aan bedrijfjes die diensten aanbieden”.
Vakbondsleden van de linkse CGIL, de grootste in Italië, trekken erop uit in rode T-shirts om arbeidsmigranten tijdens de prosecco-oogst te informeren over hun rechten.
Boeren besteden de oogst steeds vaker uit aan tussenbedrijven. Die werven seizoensarbeiders, regelen vervoer en huisvesting, betalen hun loon en sturen de eindafrekening naar de boer. Lang niet al die dienstenbedrijven zijn malafide. Maar migranten die pas in Italië zijn aangekomen en de taal doorgaans niet spreken, worden op die manier wel sterk afhankelijk van tussenpersonen, of koppelbazen.
„In ruil voor hulp bij de procedure troggelt een tussenpersoon migranten soms eerst een grote geldsom af. Velen gaan daarvoor schulden aan bij banken, kennissen en familie. Eenmaal in Italië zijn ze aan hem uitgeleverd”, zegt Mattei, die geregeld migranten bijstaat die via de arbeidsquota naar Italië kwamen en vervolgens werden uitgebuit.
Ook hun verblijfsstatus hangt in eerste instantie af van het werk waarvoor ze naar Italië zijn gehaald. Mattei: „De arbeidsmigrant heeft na zijn aankomst in Italië acht dagen de tijd om zijn verblijfsprocedure in orde te maken, met een ondertekend arbeidscontract. Als de werkgever niet komt opdagen, dreigt de migrant zijn verblijfsstatus te verliezen.” De migrant kan dan wel naar een andere werkgever op zoek, maar voor een nieuwkomer is dat niet eenvoudig.
Hoe die afhankelijkheid kan worden uitgebuit, ondervond Gagandeep Singh (26) aan den lijve. Hij zit onderuitgezakt op de bank in het huis in Ormelle waar Amritpal zijn verhaal al deed, en schuilt onder een wit petje. Drie jaar geleden kwam Gagandeep naar Italië om aan de slag te gaan bij een landbouwbedrijf in Cosenza, in Calabrië. „Mijn tussenpersoon hield me weg bij de boer die me verwachtte.” De koppelbaas liet hem zwart werken bij andere boeren, totdat Gagandeeps schuld aan hem was afbetaald.
Amritpal trof het niet beter. Niet alleen kwam zijn contact op de luchthaven niet opdagen, het ‘landbouwbedrijf’ waarvoor hij naar Italië was gehaald bleek de naam van een circusgezelschap. Zonder de beloofde werkgever dreigde zijn legale route dood te lopen. In paniek zocht hij online hulp. „Ik stuitte op een TikTokfilmpje van Bashir A., een Pakistaan die migranten zoals ik, met een werkgever die niet bestond of hen nooit contacteerde, aanbood te helpen met verblijfspapieren.” Bashir A. vroeg hem hiervoor 5.500 euro. Amritpal leende opnieuw bij vrienden en familie en betaalde 3.000 euro, de rest moest hij aflossen door voor Bashir A. te werken. „Ik zag geen andere uitweg om mijn verblijfsstatus te regelen.”
Amritpal Singh, met ernaast Gurteg Singh en Baldiv Singh, twee lotgenoten die net als hij werden bedrogen.
Zo belandde ook Amritpal in de landbouw in Veneto. Hij werkte zeven dagen per week, zonder te worden betaald, doorgaans van zeven uur ’s ochtends tot vijf uur ’s middags. Maar de arbeiders werden pas om tien uur ’s avonds thuis afgezet, volgens Amritpal omdat de koppelbaas politiecontroles wilde vermijden. „Met zo’n 45 man verbleven we samen in een huis met roosters voor de ramen, waarin we ’s avonds werden opgesloten. Het eten dat de baas ons bracht, bestond uit aardappels, bloem en linzen, hoogstens genoeg voor één maaltijd per dag.” Met hulp van vakbond CGIL kregen Gagandeep en Amritpal juridische bijstand. NRC kon een deel van Gagandeeps dossier en Amritpals aangifte tegen Bashir A. inkijken.
Giosué Mattei ontvangt constant berichten met vragen om hulp. Twee jaar geleden kreeg de vakbondsman ’s nachts een video van twee Indiase arbeiders die door hun koppelbaas met de dood werden bedreigd omdat ze hadden geklaagd. Mattei verwittigde de politie en samen brachten ze de mannen in veiligheid. Er loopt een onderzoek.
In Italië is de aandacht voor misbruik van buitenlandse landarbeiders gegroeid sinds de gruweldood van Satnam Singh, een 31-jarige Indiase landarbeider, in juni 2024. Na een arbeidsongeval op een landbouwbedrijf bij Latina, waarbij zijn rechterarm werd afgerukt, liet zijn werkgever hem zwaargewond achter bij zijn woning. Singh bloedde dood, waarna protesten uitbraken.
Afgelopen juni schrok Italië opnieuw op door een drama in de migrantengemeenschap, toen in Calabrië vier buitenlandse landarbeiders in een bestelwagen bij een pompstation levend in brand werden gestoken. Twee mannen zijn aangehouden. Justitie onderzoekt of de viervoudige moord verband houdt met uitbuiting door koppelbazen. Italië verscherpte al in 2016 de strafrechtelijke aanpak van arbeidsuitbuiting: niet alleen tussenpersonen, ook werkgevers die kennis hebben van de uitbuiting kunnen worden vervolgd.
Vakbond CGIL wil buitenlandse arbeiders informeren over hun rechten. De jaarlijkse prosecco-oogst, waarvoor in twee weken tijd veel plukkers nodig zijn, is daarvoor een goed moment. De vakbondsteams in rode T-shirts vallen op tussen de wijnranken van Treviso. Ze delen folders uit in verschillende talen en overhandigen arbeiders rode rugzakjes gevuld met water, handschoenen en een geel veiligheidshesje.
In Santo Stefano, een pittoresk gehucht van Valdobbiadene, zijn vooral Roemenen en Indiërs aan het plukken. Rondom strekken zich de proseccoheuvels uit die door Unesco als werelderfgoed zijn erkend. De prosecco die hier wordt geproduceerd, draagt het kwaliteitslabel „Conegliano Valdobbiadene DOCG” – de gecontroleerde en gegarandeerde herkomstbenaming en hoogste kwaliteitsklasse voor Italiaanse wijn.
Na een lange dag op het land rusten de seizoensarbeiders uit, met in hun handen de rode rugzakjes die ze van de vakbond gekregen hebben.
De Roemeense Gabriela Berar plukt vijf tot tien uur per dag.
„We werken vijf tot tien uur per dag, afhankelijk van de hitte en de regen”, zegt Gabriela Berar (44) uit Roemenië. Naast haar plukt haar 21-jarige dochter Camelia. „We slapen met 36 plukkers in een huis van onze baas. Hij betaalt 7 euro per uur en houdt wat in van ons loon voor de huur. Hoeveel weet ik niet. Het is zwaar werk, maar ach, het zit er alweer bijna op”, zegt Berar met een brede lach.
Het parkeerterrein naast de wijngaard staat vol Roemeense bestelwagens en een auto met opschrift in het Punjabi. Een blauwe tractor met grote laadbak wacht op een nieuwe lading druiven. Aan het eind van de werkdag stappen drie nors kijkende mannen in de witte bestelwagen van een bedrijf dat ‘landbouwdiensten’ aanbiedt. Met journalisten praten ze niet.
Franco Adami (66) van het gelijknamige familiebedrijf dat al vier generaties lang prosecco DOCG produceert, noemt zulke dienstenbedrijven een recent fenomeen. „Vroeger nam ik voor de oogst 27 plukkers aan, allemaal mensen uit de buurt. Maar die vind je haast niet meer. Sinds twee jaar plukken alleen nog buitenlanders voor me, via zo’n dienstenbedrijf”, vertelt Adami in zijn heuvelachtige wijngaard in Vidor. „Bijna iedereen werkt nu zo.”
Hij controleert of alles klopt: de inschrijving van het dienstenbedrijf bij de Kamer van Koophandel, de lijst met arbeiders, hun opleiding en de arbeidsongevallenverzekering. Maar volledige controle heeft hij niet: „Wat er ’s avonds met deze mensen gebeurt, weet ik niet.”
Adami is ook voorzitter van het consortium Conegliano Valdobbiadene Prosecco DOCG, dat waakt over de kwaliteit en authenticiteit van de prosecco en zijn leden aanmoedigt om natuur en milieu te respecteren. „Toezien op de arbeidsomstandigheden behoort niet expliciet tot onze taak”, erkent Adami, al sluit hij niet uit dat daar verandering in komt.
Volgens Valeria Piro, arbeidssociologe aan de universiteit van Padua die sinds vijftien jaar migrantenarbeid in de Italiaanse landbouw bestudeert, reizen lang niet alle buitenlandse landarbeiders via de quotaregeling naar Italië. „Vaak zijn het ook asielzoekers die bij de opvangcentra als dagloners worden geronseld”, zegt Piro tijdens een videogesprek.
Bij de poort van het asielcentrum in Oderzo, in de provincie Treviso, rijden ’s avonds auto’s en bestelwagens af en aan om migranten na een werkdag op het land terug te brengen. Hier wil een Pakistaanse tussenpersoon wel praten. Rizwan Karamat komt uit Kasjmir en is sinds drie jaar in Italië. „Ik heb Pakistaanse en Bengaalse arbeiders, die ik voor een zevental bedrijven laat werken. Mijn personeel zoek ik hier. Hen ook ergens laten logeren kan ik nog niet, ik huur zelf nog een woning met een vriend. Maar langzaam timmer ik verder aan de weg.”
Issaka Compaoré, uit Burkina Faso, doodmoe na een lange dag als landarbeider. Hij verblijft al ruim een jaar in het opvangcentrum in Oderzo.
Het opvangcentrum is een tentenkamp op het terrein van een vervallen legerkazerne langs een drukke weg. De asielzoekers slapen in een gigantische circustent, met honderden bedden zij aan zij, vertelt Issaka Compaoré (36) uit Burkina Faso, doodmoe na een lange dag als landarbeider. Hij is uit West-Afrika gevlucht voor het geweld en zegt dat hij sinds mei vorig jaar in de tent verblijft. Hij ziet het nut niet van nog meer vragen: „Dat heb ik al zo vaak gedaan, ga jij me plots redden?”
Oderzo ligt in het gebied van de prosecco DOC, een ander keurmerk, dat in veel grotere volumes en vooral voor de buitenlandse markt wordt geproduceerd. Gevraagd naar het risico op uitbuiting zegt Giancarlo Guidolin, voorzitter van dit consortium, dat de oogst „zeker voor tachtig procent mechanisch gebeurt”. Correcte arbeidsomstandigheden zijn belangrijk, zegt Guidolin. „Niet alleen uit ethisch oogpunt, maar ook omdat klanten in Noord-Europa tegenwoordig gevoeliger zijn voor dit thema dan voor het milieu.”
„In de landbouw werken ook veel Italianen”, zegt arbeidssociologe Piro. Maar zij doen volgens haar ander soort werk: „De Italianen werken vaker met landbouwwerktuig in beter gestructureerde bedrijven. De buitenlanders doen moeilijker en zwaarder werk in minder formele bedrijven.”
Ook vóór de regering-Meloni aantrad, werkte Italië met quota voor arbeidsmigranten, benadrukt Piro. Maar vroeger werden de quota vaker gebruikt om irreguliere migranten die al in Italië waren te regulariseren, zoals premier Pedro Sánchez eerder dit jaar in Spanje deed. Meloni heeft hierop felle kritiek: zij wil irreguliere migratie bestrijden met meer controles en repatriëringen, en tegelijk meer arbeidsmigranten toelaten via legale kanalen. Maar precies die scheiding tussen legale en irreguliere migratie blijkt in de praktijk dus poreus.
De prosecco-oogst vond door de warme zomer een week eerder plaats.
De prefect van Treviso, de lokale vertegenwoordiger van de landelijke overheid, mailt dat de meeste buitenlandse landarbeiders in de provincie een wettelijke verblijfsstatus hebben en dat door controles van politie en arbeidsinspectie enkele gevallen van arbeidsuitbuiting zijn ontdekt. Volgens de prefect gaat het „niet om een wijdverbreid fenomeen, en werden de Pakistaanse, Indiase of Bengaalse migranten uitgebuit door werkgevers van dezelfde herkomst, ook al leken zij in dienst te zijn met een reguliere arbeidsovereenkomst”.
Hulporganisaties zien meer valkuilen. „De succesratio van de quota is erg laag. Vorig jaar kreeg amper 7,9 procent van het voor 2025 gestelde quotum [totaal: 181.450] uiteindelijk een arbeidscontract. In 2024 ging het om 16,9 procent”, zegt Sebastian Viskanic van het campagneplatform ‘Ero straniero’ (‘Ik was een vreemdeling’) telefonisch.
‘Ero straniero’ analyseert met cijfers van de Italiaanse overheid hoe de quota zich vertalen in de praktijk. Viskanic: „Met de quota van 2025 kwamen 26.035 arbeidsmigranten aan, van wie er uiteindelijk 14.349 een contract hebben getekend. Voor de rest, 11.686 migranten, dreigt de illegaliteit.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie