Het toerisme in Jordanië zit aan de grond als gevolg van de oorlog tussen Iran en Amerika. In de eeuwenoude stad Petra snakken ze naar toeristen. Hoteleigenaren dreigen failliet te gaan. ‘Jordanië is hartstikke veilig.’
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman, en reisde voor deze reportage naar Petra.
Ooit kwamen ze met busladingen vol. Japanners, Nederlanders, Amerikanen, iedere toerist wilde het wereldwonder van Petra met eigen ogen zien. Iedereen wilde op de foto met het duizenden jaren oude, in de rotsen uitgehouwen paleis, dat wereldfaam verwierf in de Indiana Jones-film met Harrison Ford. Hotels deden goede zaken. Jordaniërs wreven zich in de handen met zoveel belangstelling.
Een bezoek aan het Petra van nu ziet er heel anders uit. Bij de poort naar de historische opgravingen is haast geen toerist te bekennen. Taxichauffeurs lummelen in de schaduw. Pophitjes schallen doelloos over het plein. Op plastic stoelen zitten café-eigenaren onderuitgezakt, wachtend op betere tijden. Toeristengids Sakher Shabaan (32) steekt een tweede Marlboro Gold op en dan een derde. ‘Ik heb in twee weken geen klant gehad’, zucht hij. ‘We krijgen nog geen 10 procent van de toeloop van vroeger.’
In een half jaar tijd heeft de gids zijn land totaal zien veranderen. Van een toeristische trekpleister is het doorgaans zo kalme Jordanië (11 miljoen inwoners) getransformeerd in een veredelde boksring voor de grootmachten Amerika en Iran. Waren het aanvankelijk de Golfstaten (Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit, Saoedi-Arabië) die het gros van de klappen opvingen, nu kiest Teheran steeds vaker Jordanië als doelwit.
Zeker zeventien Iraanse aanvalsgolven heeft Jordanië sinds begin juli te verstouwen gehad, afwisselend met drones en ballistische raketten. De aanvallen zijn vrijwel altijd bedoeld voor militaire bases, kilometers buiten bewoond gebied. Die bases zijn van het Jordaanse leger, maar worden al jaren gedeeld met de VS, dat er zo’n vierduizend soldaten heeft gestationeerd. Diezelfde Amerikanen weten de meeste projectielen te onderscheppen. Slechts incidenteel zijn er slachtoffers, zoals afgelopen zomer, toen op luchtmachtbasis Muwaffaq Salti drie Amerikaanse soldaten werden gedood.
In de wereldpers leidt dit alles tot koppen als ‘Jordanië onder vuur’, en toch voelt de oorlog voor de inwoners ver weg. Wat hebben zij te maken met een handvol Amerikaanse F-35’s in de woestijn? Afgezien van de hogere prijzen aan de pomp, is het effect op het dagelijks leven verwaarloosbaar. Althans: buiten Petra, een stad die nu zonder toeristen zit. In vredestijd was de sector nog goed voor zo’n 18 procent van de economie. ‘We moeten het heersende beeld rechtzetten’, vindt de in baggy jeans gestoken gids Shabaan. ‘Jordanië is hartstikke veilig.’
Shabaan doet dit werk sinds vijf jaar, en heeft daarnaast een souvenirwinkel met sieraden en pluchen dromedarissen. Veel van zijn collega’s zijn er mentaal slecht aan toe. Het gebrek aan perspectief verlamt. Menigeen had trouwplannen, maar heeft die droom – te duur – op de lange baan geschoven. ‘Onze gesprekken zijn anders. Niemand vraagt elkaar: hoe is het met je werk? We weten het antwoord toch al.’ Hij tikt zijn sigaret af in een asbak. ‘Om iets te doen te hebben, ben ik begonnen Italiaans te leren.’
Een kwartiertje verderop, bij de magistrale opgravingen uit de tijd van de Nabateeën (2de eeuw voor Christus), overheerst stilte. Tussen de zandsteenblokken dribbelen de hagedissen onbespied. Alleen een enkele vastberaden rugzaktoerist is er vandaag, onder wie de Britse Theodora Poncia (27) en haar vriend Maximilian Fisher. ‘We hadden het al jaren over een bezoek aan het Midden-Oosten. We hebben een vriend die in Amman woont en ons geruststelde. Dat hielp.’ Ze zijn blij er te zijn, want afgezien van een paar selfies schietende Irakezen hebben ze het rijk voor zich alleen.
Het zwaarst getroffen zijn de hoteleigenaren, van wie velen personeel hebben moeten ontslaan. Vorig jaar sloten al 32 hotels in Petra de deuren, en toen moest de grote oorlog tussen Iran en de VS nog beginnen. De rampspoed van de voorbije zes jaar sommen de ondernemers op in drie woorden: covid, Gaza, Iran. Telkens als de ene crisis achter de rug was, begon er een nieuwe. Menig uitbater nam tijdens de hoogtijdagen, tien à vijftien jaar geleden, een forse lening bij de bank en staat nu nog steeds honderdduizenden euro’s in het rood.
September was altijd het begin van het hoogseizoen: de meedogenloze hitte (40 graden) van de Jordaanse zomer zakt dan tot een aangename 28 à 29 graden. Toch staan vier op de vijf kamers in Petra Boutique Hotel leeg. Hotelmanager Ibrahim al-Nawafleh (63) ligt ’s nachts met wijdopen ogen in bed, rusteloos en gestrest. Slapen is er niet bij. ‘Ik kijk met angst naar de toekomst. We draaien verlies. Ik leef puur op mijn pensioengeld. Als er niks verandert, moet ik aan het eind van dit kalenderjaar het hotel sluiten.’
Op de verlaten ontbijtvloer is ook Ilaria Dei (50) aangeschoven, de Italiaanse manager van een reisbureau om de hoek. Ze woont sinds twintig jaar in Petra en is getrouwd met de neef van Nawafleh. Ze spreekt zangerig Arabisch met een Italiaans accent. ‘Het probleem zijn de sociale media waar toeristen zich door laten leiden’, zegt ze verontwaardigd. ‘Het Midden-Oosten wordt als één blok gepresenteerd, zonder grenzen. Het is alsof je Fransen aanspreekt op een natuurramp in Italië.’
Er zijn meer problemen. Prijsvechters mijden Jordanië sinds de oorlog massaal, terwijl grote vliegmaatschappijen vanwege de tekorten aan kerosine hun ticketprijzen hebben verhoogd. ‘Er zijn toeristen die niet terugschrikken voor de onrust in de regio, maar voor hen is het nu te duur’, zegt Dei. ‘Ze nemen liever een goedkope vlucht naar Marokko of Egypte.’ Om het ergste leed bij hoteleigenaren te verzachten, kwam de Jordaanse regering deze zomer over de brug: 50 procent van de salarissen van voltijds werknemers wordt tot december uit de overheidskas betaald.
Op dit punt aanbeland zou je in Petra wellicht een reeks hartgrondige vloeken verwachten aan het adres van de afzender van de raketten, Iran. Maar zo simpel is het niet. Omdat de vrijheid van meningsuiting in het autoritair geleide Jordanië beperkt is, laten de meesten zich spaarzaam uit over politiek.
Bovendien is het een publiek geheim dat veel inwoners eerder sympathie voelen voor Iran dan voor de VS, hetgeen te maken heeft met de demografische verhoudingen: naar schatting 60 procent van de bevolking is Palestijns. Voor die groep is Iran een van de weinigen in de regio die tenminste ‘iets doet’ aan de regionale heerschappij van Israël. Amerika is in hun ogen vooral het land dat de wapens leverde voor Israëls campagne in Gaza, en daarna wegkeek toen die een genocidaal karakter kreeg.
In juli verscheen er zelfs een open brief aan de Jordaanse koning Abdullah II. Zet de Amerikaanse troepen het land uit, luidde de oproep, want op deze manier ‘wordt ons land een conflict ingezogen waar we geen partij in zijn.’ Onder de ondertekenaars waren parlementsleden, stamhoofden en politiek activisten. Uit angst voor repercussies durfde geen krant of nieuwssite de brief te publiceren. Hij circuleerde alleen op sociale media.
Een reactie uit het koninklijk paleis kwam er niet, maar die valt te raden: geen sprake van. De koning zou dan toegeven aan wat Iran met zijn raketten probeert te bewerkstellingen, namelijk een wig drijven tussen Jordanië en de VS. Dit laatste doen de Iraniërs soms opzichtig. Zo plaatste de Iraanse Revolutionaire Garde afgelopen zomer een bericht waarin het ‘Jordaanse volk’ bedankt werd voor het delen van inlichtingen.
Amer Sabaileh, politicoloog en columnist voor The Jordan Times, noemt het wegsturen van de Amerikanen een onzalig idee. Het bondgenootschap met de Amerikanen is sinds de Koude Oorlog een hoeksteen van het Jordaanse buitenlandbeleid. ‘Zonder die bescherming komen we alleen te staan, en worden we nog kwetsbaarder voor het gestook van Iran.’
In Petra laten de ondernemers zich niet uit over het armpje-drukken tussen de grootmachten. Als er al een schuldige is, zeggen sommigen, is dat buurland Israël, hemelsbreed 25 kilometer verwijderd van Petra. Volgens Samih al-Nawafleh (53), telg van dezelfde stam als Ibrahim en voorzitter van de lokale bond voor hoteleigenaren, heeft de Israëlische regering de crisis in de toerismesector bewust helpen creëren. Heeft hij daar bewijzen voor? Hij schudt het hoofd. ‘Maar als inwoners ervaren wij het zo.’
De onbewezen theorie die Nawafleh ontvouwt, luidt als volgt: in Israël aast de extreemrechtse regering van premier Benjamin Netanyahu voortdurend op gebiedsuitbreiding. Niet voor niets heeft men delen van Libanon en Syrië bezet. Israël zou er daarom belang bij hebben om Petra economisch uit te roken, zodat men het op termijn kan inlijven.
Nawafleh verwijst naar een Amerikaans-evangelische reisbrochure uit 2015 onder de noemer ‘Visit Israel’, met Petra pront op de kaft – een aanstootgevend beeld voor Jordaniërs. Een paar jaar later kwamen honderden ultraorthodoxe Joden bidden bij een oud mausoleum in Petra, waar Aäron (broer van Mozes in de Joodse Thora) begraven zou liggen. Nadat er video’s van het bezoek circuleerden, deden de Jordaanse autoriteiten het heiligdom op slot. De Italiaanse Dei is er niet gerust op. ‘Zodra ze klaar zijn in Gaza, verleggen ze hun aandacht naar hier.’
Of het ooit zover komt, weet niemand. In de tussentijd is het wachten op de terugkeer van toeristen. De Nederlandse regering versoepelde begin september het reisadvies (geel, oftewel ‘vakantie mogelijk’) voor Jordanië en omringende landen, waarmee een enkeling mogelijk over de streep getrokken zal worden. Daags na het gesprek met de Volkskrant stuurt Dei een ander nieuwtje: prijsvechter WizzAir gaat zijn Europese vluchten naar Amman hervatten. Ze put er hoop uit.
Source: Volkskrant