De Zitting Na een eerste diefstal bij de Primark kreeg hij een tweede kans. Maar toen Ali A. ook bij de Albert Heijn werd gepakt, moest hij voorkomen. Zijn advocaat prijst dat hij überhaupt in de rechtbank is verschenen. „Dat zegt iets over Ali.”
Op camerabeelden van een Albert Heijn in Amstelveen is te zien dat Ali A. (23) alleen een boodschappentas afrekent. Vervolgens loopt hij terug naar een gevuld mandje, stopt de producten in z’n boodschappentas en wandelt met het eerder verkregen bonnetje door de poortjes naar buiten.
„Klopt dat? Heeft u daar óók gestolen?” vraagt de politierechter hem over die zondag eind mei, toen hij voor 41 euro aan boodschappen trachtte mee te nemen. „Klopt”, antwoordt A. via de Arabische tolk. De verdachte draagt een zwart bomberjack, jeans en witte sneakers.
Begin april werd hij ook al voor diefstal gepakt, toen bij de Primark in Amsterdam. Met een vriend had hij voor 123 euro aan kleding gestolen. Ze scheurden de prijskaartjes van de kleren, stopten de spullen in een tas.
Aangezien het de eerste keer was dat A. werd betrapt op winkeldiefstal, besloot het OM tot een voorwaardelijk sepot, wat betekent dat het niet overging tot strafrechtelijke vervolging mits hij niet opnieuw de fout in zou gaan. Maar daarna werd hij gesnapt bij de Albert Heijn. En nu wordt hij alsnog ook voor de Primark-diefstal vervolgd.
A. komt van ver. Hij verblijft nu in een asielzoekerscentrum in Nijmegen. Waarom hij asiel heeft aangevraagd, blijft onbesproken. En ook waar hij vandaan komt, wordt niet duidelijk. „Land onbekend”, staat op de tenlastelegging. Zijn advocaat Paul Jeeninga laat na afloop weten dat A. claimt dat hij werd geboren in Palestina.
„Bij het politieverhoor heeft u gezegd dat u veel had gerookt, Lyrica had gebruikt en het allemaal niet meer wist”, stelt de rechter. Lyrica is de merknaam van pregabaline, een geneesmiddel voor epilepsie en angststoornissen. Het wordt ook als drug gebruikt, vooral door asielzoekers en daklozen, waarschuwden verslavingsdeskundigen vorig jaar. Het werkt verdovend en kan een prettig gevoel geven.
„We hebben een moeilijk leven, daarom gebruiken wij pillen”, zegt A. In antwoord op vragen van de rechter vertelt hij wekelijks 70 euro leefgeld te krijgen van het azc en daar niet mee uit te komen.
„Is dat de reden dat u bent gaan stelen?” wil de rechter weten. De verdachte zegt van niet. „Ik was onder invloed.” Hij zou graag willen werken, maar kan niets vinden. „Hoe kan ik van 70 euro per week leven?”
„Zwart”, antwoordt hij dan ook op de vraag van de rechter hoe hij naar Amsterdam reist. A. vertelt dat hij veel schulden heeft: bij vrienden, maar ook achterstallige boetes. Die kreeg hij in het azc omdat hij rookt waar het niet mag en niet helpt met schoonmaken. Ook miste hij al eens een afspraak met de IND over z’n asielaanvraag.
De rechter benoemt dat dit alles niet A.’s asielpositie bevordert. „Ik doe het niet bewust”, antwoordt die, emotioneel gesticulerend. „Alles doe ik onder invloed van drugs.” De verdachte wil z’n leven omgooien: „Ik heb het gehad met mezelf. Ik wil geen rechtszaken, geen drugs. Ik wil naar de dokter en een behandeling.”
Sinds vorig jaar hanteert het OM het uitgangspunt dat diefstal en andere veelvoorkomende vermogensdelicten via een strafbeschikking door het OM zelf worden afgedaan en niet meer voor de rechter komen. Bij asielzoekers hebben strafbeschikkingen echter niet de voorkeur, laat een OM-woordvoerder weten. Doorgaans worden die via supersnelrechtzittingen berecht, maar omdat die volgepland waren, staat A. nu maanden later alsnog voor de ‘reguliere’ politierechter van de Amsterdamse rechtbank.
Daar vertelt de officier zich zorgen te maken over A.’s middelengebruik. „Stelen doen we gewoon niet”, zo klinkt de opmaat naar haar eis van twintig uur taakstraf. De richtlijnen van het OM schrijven weliswaar een geldboete voor als strafeis, maar daar wijkt ze van af omdat A. die niet kan betalen.
Advocaat Jeeninga vindt die eis te zwaar. Hij wijst erop dat z’n cliënt een first offender is zonder strafblad. Hij vermoedt dat A. door anderen tot stelen is aangezet en vraagt de rechter een voorwaardelijke boete op te leggen, ook omdat een taakstraf als zwaardere straf geldt en gevolgen kan hebben voor A.’s asielaanvraag. „Het is bijzonder dat hij er vandaag is”, zegt hij over zijn cliënt: „genoeg” verdachten uit azc’s die niet verschijnen. „Maar hij is er. Dat zegt iets over Ali.”
De politierechter doet meteen uitspraak. Dat A. heeft gestolen, lijdt geen twijfel. Ze wijst erop dat hij na de Primark-diefstal een voorwaardelijk sepot kreeg en dus al „de kans had gekregen uw leven te beteren”. Vandaar dat ze meent dat een voorwaardelijke straf „niet voldoende” zal zijn. „Ik denk dat u de consequentie moet voelen van wat u gedaan heeft.”
De rechter „ziet niets” in een geldboete, omdat die A.’s situatie alleen maar verergert. Daarom volgt ze de strafeis van de officier en legt een taakstraf van twintig uur op. Als A. die niet uitvoert, moet hij tien dagen de cel in. „Ik wens u een verbetering van uw situatie toe.”
In deze rubriek beschrijven verslaggevers elke week een rechtszaak.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie