Wat is een dissident? Een andersdenkende, een scheurmaker, zegt het woordenboek. Gal Beckerman, redacteur van The Atlantic, schreef er een interessant boek over: Hoe word ik dissident? Misschien was een betere titel geweest: Zal ik dissident blijven? Want niets is riskanter dan dissident worden. Velen moesten het met hun veiligheid en zelfs hun leven bekopen.
Beckerman noemt dissidenten ,,verdedigers van het humanisme, het mens-zijn’’. Voor hem zijn zij ,,obstakels op mensformaat tegen de krachten die onze wereld steeds platter maken’’. Hij beschrijft de levensloop van een aantal befaamde dissidenten zoals Socrates, Solzjenitsyn, Havel, Navalny en Ai Weiwei.
Wat bezielde hen? Dat is de sleutelvraag als je zulke levens overziet. Navalny beantwoordde die treffend: ,,Als overtuigingen echt iets betekenen, moet je voorbereid zijn om ervoor op te komen en zo nodig offers te brengen. Als je daar niet toe bereid bent, dan heb je geen overtuigingen… Dan zijn het alleen maar gedachten in je hoofd.’’
Hij gaf zelf een kras voorbeeld door vrijwillig terug te keren naar Rusland, het land dat hem haatte en hem dan ook stiekem zou vermoorden. Hij zag het als zijn plicht. Om een betere toekomst te bereiken, moest ,,een bepaald aantal mensen’’ bereid zijn zich op te offeren.
Daar dacht in Tsjechoslowakije de schrijver Milan Kundera anders over. Het bracht hem in conflict met zijn collega Václav Havel. Hun ruzie ging over de vraag hoe roekeloos een dissident moest zijn. Niet té, vond Kundera, en hij emigreerde naar Parijs, nadat hij Havels verzet ,,moreel exhibitionisme’’ had genoemd. Havel legde uit dat Kundera niet begreep dat veranderingen heel geleidelijk gaan en dat daarvoor de druk moet worden opgevoerd door het ,,mierenwerk’’ van dissidenten. Hij kreeg gelijk en werd in 1989 de eerste democratisch gekozen president van Tsjechoslowakije.
Niet veel mensen zijn tot zulke opofferingen bereid, constateert Beckerman. De houding van Kundera doet mij denken aan de schrijver Ernesto Sábato, een prominente intellectueel in het Argentinië uit de jaren zeventig van de dictator Jorge Videla. Ik vroeg Sábato in 1978 om een interview in Buenos Aires. Hij liet me naar zijn riante huis in een buitenwijk komen, waar hij woonde met Matilde, zijn 25 jaar jongere vrouw. Toen hij mijn nogal voorspelbare vragen over de politieke situatie in zijn land hoorde, leek hij spijt te krijgen van mijn komst. Hij vroeg me mijn vragenlijstje achter te laten – dan zou hij later schriftelijk antwoorden.
Terug in Nederland kreeg ik een excuusbrief van zijn vrouw. Ze schreef dat haar man onder grote spanningen leefde en niet in staat was mijn vragen te beantwoorden. Wel sloot ze een verklaring in waarin hij het geweld in Argentinië, zowel van links als van rechts, veroordeelde, hoewel het toch vooral van rechts kwam.
Kortom, Sábato wilde evenmin als Kundera een dissident zijn. Daar had ik alle begrip voor, want Videla liet zijn tegenstanders zonder enig pardon uit vliegtuigen gooien. Maar tegelijk voelde ik meer ontzag voor de Dwaze Moeders, die in het stadscentrum moedig protesteerden tegen de moorden op hun kinderen.
Voor deze column keek ik nog even na hoe oud Sábato is geworden. 99 jaar! De moraal: wie stokoud wil eindigen, kan beter geen dissident worden.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie