Home

Men moet niet vergeten dat antizionisme onder Joden lang normaal en dominant is geweest

Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.

Het getuigt ontegenzeggelijk van moed om in deze tijd een boek te schrijven met de titel Antizionisme. De in Nederland woonachtige joods-Amerikaanse historicus Benjamin Moser deed het met kracht en overtuiging en het was voorspelbaar dat zijn boek hem kritiek zou opleveren. Wie zich tegen het zionisme keert, kan afkeuring verwachten van Joden en van niet-Joden. Weliswaar heeft de staat Israël veel van zijn glans verloren, de sympathie voor een klein land dat zich bevindt in een vijandelijke omgeving is nog altijd groot.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

De eerste kritiek heb ik al gelezen: Moser analyseert zonder nuances, hij scheert alle zionisten over één kam en last but not least het banale verwijt dat de schrijver lijdt aan Jüdische Selbtshass. Krijgen niet-Joden die kritiek uiten op het zionisme vaak te horen dat zij eigenlijk antisemiet zijn, Joden die zich afkeren van de meedogenloosheden door de Israëlische staat bedreven en daar niet over zwijgen, krijgen al even vaak het etiket van zelfhaat opgeplakt.

Voor mij is alles wat Moser schrijft herkenbaar. Mijn Joodse vader kwam uit de onderduik als een overtuigd antizionist. Hij zag niets in een Joodse staat en voorspelde al in de jaren vijftig van de vorige eeuw dat Israël een muizenval zou worden. Theodor Herzl, de grote pleitbezorger van het zionisme, was in zijn ogen een warhoofd met racistische trekjes. Mijn vader bezag het streven naar een eigen staat als iets kleinburgerlijks, de creatie van een Staphorst voor zeloten die hysterisch met hun hoofden gaan schudden bij de Klaagmuur. Veel zionisten waren meer salonzionisten: zelf dachten ze er niet over naar Israël te emigreren, maar ze betaalden wel graag mee om andere Joden naar een kibboets in de woestijn te sturen.

Nog herinner ik mij dat mijn ouders regelmatig gingen bridgen met een Joods echtpaar, bij wie een blauw busje in de gang hing waarin je muntjes kon gooien voor Israël. Mijn vader nam dan van thuis een knoop mee uit de knopendoos van mijn moeder en die deponeerde hij in het busje als een kleine daad van verzet. Dat klinkt nu misschien vreemd, maar men moet niet vergeten dat antizionisme onder Joden lang normaal en dominant is geweest – vermoedelijk zelfs tot op de dag van vandaag, al zullen velen dat uit een solidariteit liever voor zich houden.

Met Renate Rubinstein botste mijn vader over de Vietnam-oorlog, maar ten aanzien van het zionisme waren ze het eens: Jood in Arabië, Goi in Israël, zoals de titel van haar boekje luidde. Toen Renate in 1969 samen met de tekenaar Peter van Straaten nogmaals Israël bezocht, stuurden ze bijna elke dag een ansichtkaart waarop marcherende vrouwelijke soldaten uit het Israëlische leger waren afgebeeld. De ironie lag er bovenop: make love, not war. Ten slotte bleef het algemene idee over: Israël had beter niet gesticht kunnen worden, maar nu het eenmaal bestaat, moet het maar blijven bestaan.

Zelf kreeg ik ermee te maken, toen ik in het begin van de jaren negentig voor NRC Handelsblad een column publiceerde onder de kop ‘Exodus’. Het was een metaforisch stukje, waarin ik beschreef hoe bij een groep vervolgde Koerden het plan postvat om een eigen staat te stichten. Met steun van westerse landen en van de Verenigde Naties vaart een schip vol Koerden door de Middellandse Zee, om ten slotte in Nederland aan wal te gaan. In Den Haag bezetten zij het Binnenhof en roepen de Koerdische staat uit, terwijl veel Nederlanders vluchten naar het buitenland, waar zij in kampen worden ondergebracht. Het Centrum voor Informatie en Documentatie (Cidi) was niet blij met het stukje, maar Renate schreef er met instemming over.

In zijn boek heeft Benjamin Moser de zaak nog eens extra op scherp gezet en het is heel goed dat het nu zo gebeurt, zonder omzwachtelende formules. Vooral voor de diehard verdedigers van Israël worden een paar harde noten gekraakt, misschien niet altijd even fijnzinnig, maar wel raak en voorzien van historische feiten. Als Moser zijn grootste woede in bedwang weet te houden, is hij een rasverteller, die niet voor niets een keer de Pulitzerprijs heeft gekregen. Er zitten een paar meesterlijke hoofdstukken in Antizionisme, die iedereen die zich uitspreekt over het onderwerp zou moeten lezen. Het hoofdstuk over het schisma van Houston, waarin joodse universalisten inzake Israël lijnrecht tegenover de nationalisten komen te staan, is zelfs hilarisch.

Aanbevolen is ook het hoofdstuk over de alom bewonderde Hannah Arendt, die als een ‘bewuste paria’ na de oorlog tot een van de eersten en meest consequente antizionisten behoorde. Toen zij over Eichmann schreef dat diens misdaden juist voortkwamen uit zijn ‘gewoonheid’, kreeg ook zij te horen dat zij een ‘joodse zelfhater’ was: ‘de Rosa Luxemburg van het Niets’. Sommige Joden kunnen goed schelden, het zijn net mensen.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next