Home

De gebak-twist bereikt de rechtszaal. ‘Als ik het platsla: u wilt ook gewoon een stukje van de vlaai’, zegt de rechter

Streekproduct Industriële bakker Goedhart uit Panningen mag geen Limburgse vlaaien meer verkopen, want ze zijn niet ‘dagvers’. Onterecht, vindt de fabrikant, want zo’n gistdeegtaart is na zes dagen nog steeds prima te verorberen.

Limburgse vlaaien bij een bakker in Sittard.

„Heel pijnlijk” voor onze vlaaienbakkers, zo omschrijft Jos van Huizen het optreden van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De algemeen directeur van Goedhart Patisserie, een industriële bakker uit het Limburgse Panningen, zit dinsdag vlak achter z’n drie advocaten in de rechtbank van Den Haag. Soms popelt hij om wat toe te voegen aan hun juridische voordracht. En die ruimte krijgt hij. Dankzij zijn luide stem heeft hij geen microfoon nodig.

Nadat Limburgse vlaai begin 2024 een Europees keurmerk voor streekproducten had gekregen, een beschermde geografische aanduiding, werd Goedhart door de NVWA gesommeerd vlaai niet meer als „Limburgs” aan klanten – veelal supermarkten – te slijten. Onwerkelijk, vond het bedrijf, dat al sinds de jaren zestig vlaaien bakt. „Volgens traditioneel recept”, benadrukt Van Huizen.

De controleurs beoordeelden Goedharts vlaaien als niet ‘dagvers’, een van de Europese eisen voor Limburgse vlaai. In de rechtszaal werpt de industriële bakker tegen dat een (gekoelde) vlaai ook na zes dagen nog prima is te verorberen. Aanvankelijk wist Goedhart niet goed wat te doen. Dozen bedrukken met „Vlaaien uit het Zuiden” voelde gekunsteld en misschien leverde ook die term juridische problemen op.

Verrassend genoeg kwamen toen ook bakkers uit Belgisch-Limburg in de problemen. Door een rekenfout waren de verkeerde formaten voor vlaaien in de eisenlijst geslopen. Ontsteltenis alom want nu werd bijna geen enkele vlaai goedgekeurd door de Belgische Voedsel- en Warenautoriteit.

Volgens een woordvoerder van de Nederlands-Limburgse vlaaienbakkers had „het gejank” uit België voorkomen kunnen worden, als de Belgen niet hadden „zitten slapen”. Die uitspraak wekte wrevel over de grens. „Clowneske” uitspraken, kaatsten de Belgische vlaaienbakkers in De Standaard terug.

Speculaaskruiden

Uiteindelijk werden de Belgische vlaai-afmetingen gewijzigd. De indiener, Nederlandse Brood- en Banketbakkers Ondernemersvereniging (NBOV), greep de gelegenheid aan om de eisen bij te werken. Zo werd het gebruik van speculaaskruiden als smaakmaker toegevoegd, evenals de door Goedhart gehekelde passage over ‘dagversheid’, die inhoudt dat een vlaai één dag na productie moet worden verkocht. In de (oorspronkelijke) aanvraag werd die voorwaarde niet zo duidelijk gesteld, beweert Goedhart.

De aanvragers spraken dat tegen, de fabrikant tekende bezwaar aan bij toenmalig demissionair minister Femke Wiersma (Landbouw, BBB), die de wijziging had goedgekeurd. Terwijl, zo stellen de advocaten van Goedhart in de rechtszaal, de minister dat helemaal niet had mogen doen. De nieuwe uitleg van dagversheid maakt het moeilijker om een keurmerk te verkrijgen, vinden ze, dus de Europese Commissie had moeten beslissen.

Twee vertegenwoordigers van het ministerie van Landbouw stellen in rechtszaal dat de minister wél volgens de regels handelde, omdat het enkel een „verduidelijking” zou betreffen. Volgens de redenatie van Goedhart is een vlaai ook na twee maanden nog eetbaar, zegt het ministerie. Een belediging, vinden Goedharts advocaten. „Vóór de discussie waren Goedharts vlaaien net zo Limburgs als de rest.” De derde partij, de Nederlandse Brood- en Banketbakkers Ondernemersvereniging (NBOV), meent dat de regels door de wijziging juist werden verruimd.

Is überhaupt contact geweest over een eventuele schikking, wil de rechter eerst weten. De drie partijen schudden nee. „Stukken in de schrijvende pers maakten dat moeilijk”, meent een van Goedharts advocaten. Voorts zegt de fabrieksbakker ook te kunnen leven met Limburgse vlaai die vier in plaats van zes dagen als dagvers wordt betiteld. Lager wil hij niet gaan: vlaaien die korter dan vier dagen ‘vers’ blijven, wil geen supermarkt hebben, aldus Goedhart. In dat geval kunnen enkel ambachtelijke bakkers nog vlaaien verkopen. Oneerlijk, aldus de fabrikant.

Alvorens met dat vier-dagen-‘vers’-voorstel akkoord te gaan, moet Robbie Robert van de NBOV eerst langs de ambachtelijke bakkers. Die hebben uiteenlopende belangen, legt hij uit. Over twee weken zullen de partijen terugkomen op het schikkingsvoorstel.

Omkoping

Het Europese keurmerk moet ook de vlaai promoten, zegt Goedhart, maar door de dagvers-eis kunnen mensen geen Limburgse vlaai meer in een Groningse supermarkt kopen. Geen ambachtelijke bakker in Limburg die overweegt om met een bestelbus vol vlaaien naar het noorden te rijden, denkt de industriële bakker. „De minister heeft gewoon doorgedenderd”, besluiten de advocaten van Goedhart.

Aan het eind van de zitting kan een van de drie rechters het niet laten om een woordgrap te maken. „Als ik het helemaal platsla: u wilt ook gewoon een stukje van de vlaai.” „Maar dan wel de Limburgse vlaai”, riposteert een van Goedharts advocaten. „We hadden er eigenlijk eentje mee moeten meenemen, maar dan krijg je dat het omkoping van rechters betreft.”

De uitspraak volgt op 22 december.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next