Home

Vlak over de grens in Duitsland verrijzen hoge windmolens – met grote gevolgen aan de Nederlandse kant. ‘Wel de lasten, niet de lusten’

Protest In de Nederlandse grensstreek ageren verschillende actiegroepen tegen de komst van grote windmolens aan de Duitse kant van de grens. „Als zo’n windmolen wordt gebouwd, is de vraag of er in de wijde omgeving daarvan nog gebouwd mag worden.”

Windmolens in opbouw vlak over de Duitse grens bij Bellingwolde.

Ze begrijpen de Duitsers wel. De actievoerende grensbewoners willen best geloven dat hun buren de nadelige effecten van windturbines niet zelf willen ervaren. „Landen zetten windturbines vaak aan de grens. Dat gebeurt ook bij kerncentrales. Je doet het thuis ook. Een berg compost leg je ook niet naast je deur, die leg je aan de kant van de buren”, zegt Chiel Stemerdink, raadslid in Winterswijk.

Maar, zeggen ze, dat betekent niet dat Duitse gemeenten en projectontwikkelaars zomaar tientallen, wellicht zelfs honderden windmolens van meer dan tweehonderd meter hoogte op verschillende plaatsen langs de grens met Nederland moeten kunnen bouwen, sommige zelfs op enkele tientallen meters afstand. Dat heeft met „fatsoen” te maken, zegt Mark Hessels, die moet vrezen voor de bouw van drie gigantische turbines bij zijn woning in Woold, een buurtschap onder Winterswijk. „We gaan hier van het paradijs naar de hel. En we zijn nooit benaderd. We hebben er nul contact over gehad.”

Op een groot aantal plaatsen aan de Duitse grens zijn en worden plannen gesmeed voor de bouw van windturbines. En op al die plaatsen zijn Nederlandse actiegroepen opgericht, die veelal samenwerken met Duitse omwonenden. Sommige voeren al meer dan tien jaar actie. Een veelbesproken plan voor de bouw van vier windturbines pal over de grens bij Winterswijk is onlangs geschrapt, door de projectontwikkelaar zelf. „Dat heeft vooral met onze weerstand te maken gehad”, vertelt Karin Pierik uit Winterswijk, voorzitter van het Burgercollectief Grensbelang Drenthe, Overijssel, Gelderland en Limburg, waarin de verschillende actiegroepen samenwerken.

Niet overal zijn zulke successen al geboekt. Iets ten zuiden van Winterswijk, op enkele honderden meters afstand van de woning van Mark Hessels, zal binnenkort vermoedelijk na lang wachten een rechtszaak beginnen tegen het plan voor enkele enorme turbines. „De windturbines zullen twaalf keer boven de hoogste bomen in het landschap uittorenen”, zegt Hessels. „De molens gaan het landschap verminken, dit mooie landschap waar zo veel toeristen op afkomen, om ervan te genieten. Er ontstaat een extreem contrast tussen landschapskwaliteit en industriële installaties.”

Slagschaduw

Dicht bij het Overijsselse Dinkelland, net over de grens, strijdt Jolanda Blokhuis tegen de bouw van twee turbines van bijna driehonderd meter hoog, „midden in een recreatiebos”, het Frensdorfer Wald, op een kilometer afstand van haar huis. Blokhuis: „Ik ben Nederlandse maar woon in Duitsland, en samen met Nederlanders vind ik dat zulke windmolens niet thuishoren in een bos met beschermde roofvogels, niet zo dicht bij een dorp. Ik kijk er straks tegenaan. Als de zon ondergaat, hebben wij een slagschaduw.” Burgemeester en wethouders van Dinkelland hebben eerder kritische vragen gesteld aan de Duitse buurgemeente Neuenhaus.

Nog zuidelijker, in het Limburgse Echt-Susteren, overweegt actiegroep Blow-Es een rechtszaak aan te spannen tegen plannen voor een ‘upgrade’ van een bestaand windmolenpark even over de grens in Selfkant, waarbij turbines twee keer zo hoog worden. „Grensoverschrijdende overlast”, noemt actievoerder Sander Jungerius dat. De plannen zijn des te vreemder, stelt hij, omdat er volgens hem geen of onvoldoende rekening wordt gehouden met „hoogtebeperkingen die zouden moeten gelden” vanwege radarvliegtuigen op de NAVO-basis in Geilenkirchen.

‘Wel de lasten, niet de lusten’

Er heerst, zeggen de actievoerders, een merkwaardig soort regelloosheid langs de grens. Er kunnen in Duitsland zomaar windturbines worden gebouwd waarvan de effecten soms voor bijna de helft Nederland raken. „De Duitse wetgeving wordt toegepast op Nederlands grondgebied”, zegt de Nederlands-Duitse Jolanda Blokhuis. „Nederland krijgt de lasten, niet de lusten.”

Er zijn gevolgen voor de ruimtelijke ordening. „Als zo’n windmolen wordt gebouwd, dan is de vraag of er in de wijde omgeving daarvan nog gebouwd mag worden”, zegt Chiel Stemerdink uit Winterswijk. Blokhuis: „Stel dat je van de Nederlandse gemeente van een schuur op je eigen grond een woning mag maken. Dan gaat er een streep door dat plan als aan de andere kant van de grens een windmolen komt te staan die bebouwing verbiedt.”

Windmolens vlak over de Duitse grens bij Winterswijk.

Eigenlijk, zeggen de actievoerders, bepaalt Duitsland door de bouw van de windturbines wat er op Nederlands grondgebied wel en niet gebeurt. Voorzitter Karin Pierik van de landelijke actiegroep: „Men pakt een stukje grond van ons af.” Stemerdink: „We hebben weleens voor de grap tegen elkaar gezegd: laten we langs de grens een groot aantal chalets of zomerhuisjes bouwen, kijken wat er dan gebeurt.”

„Of het nu over de gevolgen voor de mensen, de natuur of de economie gaat, de Duitsers zeggen tegen ons steeds maar weer dat ze zich houden aan de wetten en dat wij dezelfde bescherming krijgen als Duitsers”, zegt Mark Hessels uit Woold. „Maar dat willen wij helemaal niet. Wij zijn een soeverein land. Ik voel me comfortabel bij de bescherming die onze democratisch gekozen vertegenwoordigers ons bieden. Ik wil niet dat een Duitse burgemeester bepaalt of een geluidsniveau van 45 decibel schadelijk is of niet. En ik wil ook niet dat een Duitse burgemeester of een deelstaat bepaalt of onze vleermuiskolonies voldoende zijn beschermd. Temeer omdat de bescherming daarvan in Duitsland een farce is.”

Landelijke politiek wijst naar provincies

Waar de actievoerders het over eens zijn, is dat de landelijke politiek het laat afweten. „Den Haag laat ons in de steek”, zegt Jolanda Blokhuis net over de grens. Limburger Sander Jungerius: „Den Haag neemt ons niet serieus. We worden van het kastje naar de muur gestuurd.”

Voorzitter Karin Pierik van de samenwerkende actiegroepen mailt een lange reeks correspondenties, onder meer met koning Willem-Alexander. Die liet eerder dit jaar weten „niet persoonlijk behulpzaam” te kunnen zijn en verwees naar minister Stientje van Veldhoven (Klimaat en Groene Groei, D66). Die schreef de Tweede Kamer, in reactie op enkele moties, dat besluitvorming over windparken in Duitsland nu eenmaal onder verantwoordelijkheid van de Duitse autoriteiten valt, dat burgers en organisaties hun zorgen kunnen delen in Duitse procedures, dat het Verdrag van Espoo bestaat dat verplicht tot het geven van informatie, inspraak en overleg met een ander land, dat dit verdrag geldt bij „aanzienlijke grensoverschrijdende milieueffecten” en dat verschillende ministeries „geen signalen vernomen” hebben dat dit Verdrag „onterecht niet is toegepast”.

De actievoerders zijn gefrustreerd aan het worden, en hebben deze week nog hulp gevraagd aan deelnemers aan het jaarlijkse congres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), in Winterswijk. Veel juridische procedures die grensbewoners, natuurclubs en andere organisaties in Duitsland moeten voeren, hadden voorkomen kunnen worden, aldus een brief aan VNG-voorzitter Sharon Dijksma, burgemeester van Utrecht. „Onze oproep is concreet: Nederland en Duitsland moeten met spoed komen tot duidelijke en wederkerige afspraken over grensoverschrijdende ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder een passende minimumafstand van grootschalige windturbines tot de landsgrens.”

Het kabinet lijkt er z’n vingers niet aan te willen branden. „Ik snap dat mensen het vervelend kunnen vinden dat er windmolens langs de grens komen”, laat verantwoordelijk minister Elanor Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, D66) weten in reactie op vragen van NRC. Het is echter „in beginsel” aan de provincies om als „gebiedsregisseur” over deze kwesties contact te hebben met Duitsland. „Dat weten de provincies ook en dat snappen ze.” In antwoord op brieven van de provincie Gelderland aan het kabinet heeft de minister „handvatten” aangereikt, „zowel schriftelijk als telefonisch”, zoals de mogelijkheid voor provincies om een grensoverschrijdende commissie voor ruimtelijke ordening langs de grens bijeen te roepen.

‘Dit is een nationale kwestie’

De minister bevestigt dat de plaatsing van windturbines gevolgen kan hebben voor woningbouw, natuur of andere functie in Nederland. „Een landsgrens neemt deze ruimtelijke samenhang niet weg.” In overleg met Duitsland wordt daar volgens haar ook rekening mee gehouden; „enkele Duitse zoeklocaties voor windturbines nabij de Nederlandse grens zijn aangepast of verplaatst vanwege Nederlandse bebouwing en andere ruimtelijke functies vlak over de grens”.

Duidelijkheid is er daarmee nog niet. Chiel Stemerdink uit Winterswijk: „Je kunt als landelijke overheid wel naar provincies en gemeenten wijzen, maar je kunt beter landelijke afspraken maken. Spreek een zone af waarbinnen je niet mag bouwen, aan weerszijden van de grens, ongeveer zoals ik als burger ook niet zomaar een boom op de erfgrens mag planten.”

Voorzitter Pierik van de samenwerkende actiegroepen: „Op dit moment zijn er veel plannen voor Duitse windmolens waarop Nederlandse provincies verschillend reageren. De ene provincie gaat naar de rechter, de ander is terughoudend. Dat vergroot de ongelijkheid. Het kan toch niet dat de regels afhangen van waar je in Nederland woont? Dit is een nationale kwestie. De landelijke politiek moet zich uitspreken.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Energie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next