Irak viert woensdag ‘soevereiniteitsdag’ vanwege het vertrek van de laatste Amerikaanse troepen. Maar de soevereiniteit in het land is vrij dun: aan buurland Iran gelieerde milities weigeren zich te ontwapenen.
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.
Geen ceremonie, geen symbolisch strijken van de vlag, geen trompetgeschal. De laatste honderden manschappen van het Amerikaanse leger verlieten begin deze week hun posten in Irak, en deden dat met stille trom. Het vertrek van de Amerikanen markeert na twaalf jaar het voorlopige einde van de strijd tegen terreurgroep Islamitische Staat (IS). Tegelijkertijd ligt de timing gevoelig, aangezien de VS nog steeds in een regionale oorlog zijn verwikkeld met buurland Iran.
Een verrassing is de terugtrekking niet. Het gaat om een afspraak die de voorganger van president Donald Trump, Joe Biden, in 2024 maakte met de Iraakse regering in Bagdad.
Nu IS nauwelijks nog een dreiging vormt, is Amerika niet meer nodig. Trump heeft zelf herhaaldelijk beweerd dat hij minder oorlog wil voeren in het Midden-Oosten, ook al belette het hem niet in februari een nieuwe oorlog te starten tegen Iran. Eerder dit jaar trokken de VS hun resterende troepen al terug uit Syrië. Ook daar opereerden ze vanwege de strijd tegen IS.
Aan Iraakse kant wordt met dit alles groot uitgepakt. Ali al-Zaidi, sinds dit voorjaar de premier, heeft 30 september omgedoopt tot nationale ‘soevereiniteitsdag.’ Iraakse ambtenaren krijgen de komende dagen vrij, en de ministeries gaan op slot.
Wat Zaidi er niet bij zei, is dat die bejubelde soevereiniteit in Irak vrij dun is. Aanvankelijk had hij 30 september gepresenteerd als een spijkerharde, dubbele deadline: niet alleen voor Amerika, maar ook voor de talloze pro-Iraanse milities die in het land actief zijn en die feitelijk boven de wet staan. Het gaat om groeperingen als Kataeb Hezbollah en Kataeb Sayyid Al-Shuhada, in het Westen aangemerkt als terreurorganisaties. Zij zouden hun wapens inleveren, beloofde Zaidi.
Die opzet is mislukt. De milities hebben hun wapens gewoon behouden, en blijven zich manifesteren als deel van Irans regionale netwerk, de zogeheten ‘as van het verzet.’ Oftewel: Amerika mag dan vertrekken, maar Iran blijft. Een voorbeeld is de droneaanval van 11 september richting een lucratieve oliepijpleiding in buurland Saoedi-Arabië, afgevuurd vanuit oostelijk Irak. Welke militie er precies achter zit, is onduidelijk. Wel mag worden aangenomen dat het regime in Teheran de opdracht gaf.
Om zijn gezicht te redden, heeft Zaidi een nieuwe deadline bedacht: juni 2027. Dan moeten de genoemde groeperingen geïntegreerd zijn in het Iraakse staatsapparaat, zonder dat duidelijk is hoe de premier dat gaat afdwingen. ‘Wat is integratie?’, snoefde een strijder deze zomer tegen een Iraakse onderzoeker. ‘Het verplaatsen van mijn geweer van mijn rechter- naar mijn linkerhand.’ Diezelfde milities claimen het vertrek van de VS deze week als hun overwinning. Militieleider Abu Mojtaba al-Yasiri had het tegenover persbureau Reuters over een ‘verpletterende nederlaag voor het Amerikaanse project.’
Aan Amerikaanse kant klinkt een ander verhaal. Nu de VS vertrekken, heet het, hebben de milities geen excuus meer om hun wapens te behouden. Analisten zijn sceptisch, en wijzen erop dat er altijd nieuwe redenen te vinden zijn. ‘Die groepen zeggen: wij zien een agressief Israël in deze regio, met de VS als hun strategische partner’, zei Irak-kenner Sajad Jiyad (denktank Century Foundation) tijdens een recente paneldiscussie. ‘Dus we moeten onze wapens behouden.’
Een tweede kanttekening bij ‘soevereiniteitsdag’ betreft de Koerden in hun semi-autonome, noordelijke provincie. Ook zij hebben reden tot zorg. Eerder dit jaar werd die provincie met honderden raketten en drones bestookt door zowel Iran als de pro-Iraanse milities in Bagdad. Het was de geavanceerde Amerikaanse luchtafweer (met patriotraketten) die het gros van deze aanvallen onderschepte. Er zijn Koerdisch-Iraanse splintergroeperingen actief in de Noord-Iraakse bergen, die door Teheran gezien worden als bedreiging en daarom voortdurend in de vuurlinie liggen. Wie de Koerden een volgende keer gaat beschermen, weet niemand.
En er zijn meer kopzorgen. In 2011 trokken de VS zich ook al eens terug uit Irak, waarna IS de kop opstak en een kalifaat stichtte. De Amerikanen keerden schielijk terug. Kan zo’n scenario zich opnieuw voltrekken? Sommigen vrezen van wel. Begin deze week werden twee vermoedelijke IS-zelfmoordterroristen nabij Kirkuk door antiterreurtroepen doodgeschoten. Veteraan Masoud Barzani, hoofd van de Koerdische KDP-partij, waarschuwde dat IS zich roert, en dat de geschiedenis zich kan herhalen. Voor Irak is het te hopen dat het daar niet van komt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant