Home

‘De een noemt Soekarno een schurk, de ander een bevlogen staatsman. In het theater kunnen deze perspectieven naast elkaar bestaan’

Acteur, regisseur en toneelschrijver Bo Tarenskeen maakt Soekarno, de eerste president van Indonesië, tot hoofdpersoon van zijn nieuwe voorstelling. Wat heeft hij met deze vrijheidsstrijder, humanist, machtspoliticus, macho én toneelspeler?

schrijft voor de Volkskrant over dans en (circus)theater.

‘Hij is de belangrijkste Nederlandse onderdaan van de 20ste eeuw.’ Acteur, regisseur en toneelschrijver Bo Tarenskeen (45) gooit er meteen een overtreffende trap in, wanneer hij vertelt waarom hij Soekarno (1901-1970), de eerste president van Indonesië, tot hoofdpersoon van zijn nieuwe voorstelling heeft gemaakt. Zaterdag speelt hij met actrice Esther Scheldwacht (58) in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag de première van Soekarno.

‘Soekarno heeft het Koninkrijk der Nederlanden van bijna tachtig miljoen onderdanen gedecimeerd tot acht miljoen. Doordat hij in 1945 de onafhankelijkheid van de Indonesische Republiek uitriep, veranderde hij Nederland van een koninkrijk met islamitische meerderheid in een landje met hoofdzakelijk christenen. Dat doet geen onderdaan hem na.’

Leider van het verzet

Tarenskeen doelt op de rol die Soekarno speelde als belangrijkste leider van de Indonesische nationalistische beweging in het verzet tegen de Nederlandse koloniale overheersing. De kolonisatie van Nederlands-Indië, zoals het toen nog werd genoemd, begon in de 17de eeuw met de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), die via handelsposten en militaire macht een monopolie op specerijenhandel afdwong.

Na het faillissement van de VOC nam de Nederlandse staat in 1800 het bestuur over de eilanden over. De uitbuiting en onderdrukking van miljoenen inlanders werden geïntensiveerd. Eind 19de en begin 20ste eeuw breidde Nederland zijn macht over de hele archipel uit met bloederige militaire expedities. Dat wakkerde de haat jegens de Nederlandse bezetter aan.

Met opzwepende toespraken speelde Soekarno in op de afschuw van het kolonialisme en genereerde een massale aanhang voor de door hem opgerichte Partai Nasional Indonesia (PNI). Het Nederlands-Indisch gouvernement vond hem bedreigend en zette hem in 1929 gevangen.

De Japanners die Nederlands-Indië in 1942 bezetten en tijdens de Tweede Wereldoorlog de ineenstorting van de Nederlandse koloniale overheersing initieerden, lieten hem vrij. Ze bombardeerden hem tot een soort ‘burgemeester in oorlogstijd’. Soekarno besloot strategisch met de Japanners samen te werken, ook omdat ze hem een vrij Indonesië in het vooruitzicht stelden.

Die samenwerking was omstreden, mede door Soekarno’s betrokkenheid bij de werving van Indonesische dwangarbeiders (de zogenoemde romusha’s) voor de Japanners. Twee dagen na de Japanse capitulatie, op 17 augustus 1945, riep Soekarno met econoom en politicus Mohammed Hatta de onafhankelijkheid van de Republiek Indonesië uit. Die werd pas na een bloedige dekolonisatiestrijd – de zogenoemde ‘politionele acties’ – in 1949 door Nederland erkend. Soekarno had Nederland in feite dus gedecimeerd.

Volledige democratie

‘Natuurlijk kom je uit bij Johan Cruijff en Anne Frank als je kijkt naar de bekendste Nederlandse burger uit de recente geschiedenis’, aldus Tarenskeen. ‘Maar wie heeft gezorgd dat Nederland voor het eerst een volledige democratie werd? Soekarno. Nederland reserveerde decennialang zijn democratische rechten slechts voor acht miljoen Nederlanders, niet voor de zeventig miljoen onderdanen in Nederlands-Indië. Die hadden zo goed als niets te zeggen over hoe het land werd bestuurd. Politieke partijen werden verboden zodra ze het Nederlandse gezag openlijk ondermijnden.’

En wie zorgde ervoor dat die miljoenen mensen op duizenden eilanden zich losmaakten van Nederland en één volk werden? Vooral Soekarno, met naast hem de politici Soetan Sjahrir en Mohammed Hatta. Met zijn opzwepende speeches smeedde hij een Indonesische identiteit. Later, als president, ontpopte de charismatisch vrijheidsstrijder zich als autoritair leider met dictatoriale trekken.

‘Afhankelijk aan wie je het vraagt, noemt de een hem een landverrader, machtspoliticus of schurk, vanwege zijn samenwerking met de Japanners. Voor een ander is hij een antikoloniale held en bevlogen staatsman. Weer anderen zwijgen hem het liefst dood omdat hij symbool staat voor een verdrongen geschiedenis en het pijnlijke verlies van de plekken van hun jeugd en voorouders.’

Het irriteert de theatermaker dat belezen vrienden als reactie op zijn voorstellingsidee zeiden niet te weten wie Soekarno was. ‘Maar dat is niet de reden dat ik dit toneelstuk schrijf. We geven geen geschiedenisles. We proberen met deze voorstelling vooral tegenstrijdige perspectieven naast elkaar te plaatsen; nergens kan dat zo goed als in het theater.

‘Ja, hij was vrijheidsstrijder én ontwikkelde dictatoriale trekken. En ja, hij was humanist, feminist, architect en liefhebber van Nederlandse literatuur. Én een macho, ijdeltuit, acteur en toneelschrijver. Hij speelde bij het schooltoneel liefst vrouwenrollen en hield van schrijfsters als Kartini en Henriette Roland Holst. Hij trouwde negen keer.’

Theatergezin

Tarenskeen stamt uit een theatergezin. Zijn vader is theatercomponist Boudewijn Tarenskeen, die de muziek maakte voor Soekarno. Zijn moeder is scenarioschrijver Moniek Kramer, zijn jongere broer theatermaker Kasper Tarenskeen.

Thuis hoorde hij voor het eerst over Soekarno. In zijn familie werd met liefde en bewondering over de nationalistische politicus gesproken. Hij was een bekende, een held. Zijn opa had aan dezelfde Technische Hogeschool als Soekarno gestudeerd, in Bandung.

‘Mijn grootouders waren rond de soevereiniteitsoverdracht op verlof in Nederland. Mijn opa ging eerder terug. Vervolgens kreeg mijn oma op zee een morsebericht: ‘Kom maar niet naar Bandung. Ons land is niet meer van ons. Vaar maar door naar Nieuw-Guinea.’ Mijn opa was van gemengd bloed, met een Ambonese grootmoeder en Nederlandse grootvader. Omdat hij de Nederlandse nationaliteit bezat, kon hij uitwijken naar Nieuw-Guinea, dat nog in Nederlandse handen was. Mijn vader is daar in 1952 geboren.’

Toen Nederland in 1962 ook het gezag over Nieuw-Guinea aan Indonesië overdroeg, besloot Tarenskeens grootvader met zijn gezin naar Amsterdam te verhuizen. ‘Soekarno heeft geprobeerd hem in Indonesië te houden, om het land te helpen opbouwen. Hij heeft de president geantwoord: ‘Dank je wel, bung (‘kameraad’ of ‘oudere broer’ in het Indonesisch, red.), maar als ik hier blijf word ik een tweederangsburger in eigen land. Dan ben ik liever een tweederangsburger in een ander land.’

‘Hij kreeg in Nederland, vanwege zijn huidskleur, inderdaad alleen simpele kantoorbaantjes, beneden zijn niveau. Mijn grootouders stonden achter Soekarno’s vrijheidsstrijd, maar moeten ook de pijn van het afscheid van hun land hebben gevoeld. Alleen was dat nooit onderwerp van gesprek. Onze Indische achtergrond manifesteerde zich vooral tijdens gezellige familiebijeenkomsten.’

Tragikomedie

Tarenskeen verwerkte zijn Indische verleden in Het Indisch interieur, een tragikomedie waarvoor hij in 2014 de Theaterteksttalent-stipendium won van het Cultuurfonds. Tijdens de voorstelling, die in 2022 het licht zag, probeert een terminale pater familias als een soort King Lear zijn Indische inboedel te verdelen onder zijn kinderen, die er niets van moeten hebben.

Dat resulteert in veel grappige wrijving en filosofische discussies, ook tussen grootvader en kleinzoon. Daarin weerklinkt de wijsgerige stem van Tarenskeen, die taalfilosofie en politieke wetenschappen studeerde in Amsterdam, Potsdam en Berlijn en pas daarna een regieopleiding volgde aan het Royal Institute for Theatre, Cinema and Sound in Brussel.

Naast Het Indisch Interieur werkte Tarenskeen aan langlopende projecten, zoals een elfdelige theaterserie over de filosoof Ludwig Wittgenstein – twee delen zijn inmiddels gemaakt – en een serie performances over ‘het kwade denken’, zoals Eichmann (2015) over nazikopstuk Aldolf Eichmann, Kissinger (2017) over de Amerikaanse politicus Henry Kissinger, Heidegger (2018) over het naziverleden van Martin Heidegger en Speer (2019), over Hitlers huisarchitect.

Bewondering en afkeuring

Meestal speelt hij zelf mee, zoals vorig seizoen in Tegen de wet (2025), over politiek filosoof Carl Schmitt. Zijn theaterstijl kent de vorm van hardop denken, in zoekende voorstellingen die geen moreel comfort bieden. In de voor Jacob Derwig geschreven monoloog Waar wij voor strijden (2023) liet hij zien hoe dicht bewondering en afkeuring, idealisme en hoogmoed bij elkaar kunnen liggen.

Derwig speelde een man die een pianotrio onder leiding van topviolist Liza Ferschtman moest aankondigen. Maar in plaats van de beoogde drie minuten bleef hij praten, met mooie woorden over kunst en vrijheid, waaronder rechts-extremistische ideeën uit de onderbuik opborrelden.

Tientallen toeschouwers liepen weg bij zijn harde opmerkingen over Joden; niet iedereen begreep de ironie en omkering tijdens deze eenmalige voorstelling op 4 mei in Carré in Amsterdam, na de Nationale Dodenherdenking, voor het mede door Tarenskeen bedachte evenement Theater Na de Dam.

Tarenskeen is bij dit soort mannen gefascineerd hoe bovengemiddeld intelligente geesten zich langzaam loszingen van het medemenselijke. ‘Ik wil vooral begrijpen en voelen wat de aantrekkelijkheid is van omstreden sympathieën.’

Een vrouw als Soekarno

In de tweede helft van Soekarno speelt actrice Scheldwacht de oude Soekarno, die – wederom – als een King Lear van het padje raakt, wanneer hij door zijn opvolger Soeharto in 1967 wordt verbannen uit zijn paleis.

Het idee haar te casten dankt Tarenskeen aan Eric de Vroedt, artistiek leider van Het Nationale Theater, met wie hij de fascinatie voor hun beider Indische achtergrond deelt. ‘Eerst had ik alles zelf willen spelen, maar nu vertolkt Esther de oudere versie en zijn decorumverlies. Dat klopt. Soekarno was macho én feminien.’

Scheldwacht, wier Indische familie vooral heeft geleden onder de pijn die de nationalistische politicus heeft veroorzaakt, draagt Soekarno’s iconische hoedje, een peci, de pet van het gewone volk waarmee hij zich wilde afficheren met de gewone man. ‘Maar Soekarno was ook een ijdeltuit. Hij maskeerde er zijn vroeg wijkende haarlijn mee’, lacht Tarenskeen.

Het drama van de Onafhankelijkheidsoorlog en de erkenning van de Indonesische soevereiniteit slaat Tarenskeen in de voorstelling over. ‘Ik hou van denkstukken die onaf zijn en niet de klassieke plotlijn volgen. Ik laat zien hoe Soekarno zijn macht als een ballon oppompt. En hoe die weer leegloopt, wanneer hij zelf een obstakel wordt voor de vrijheid die hij mede heeft gecreëerd.

‘Voor mij is hij de belichaming van een idealist die de gave heeft een volk te verenigen, maar wordt ingehaald door krachten die hij zelf heeft ontketend. Zijn ideaal van eenheid spat uit elkaar, de democratie brokkelt af. Daarin schuilt voor mij een analogie met onze tijd.’

Soekarno van Bo Tarenskeen en Het Nationale Theater. Première 26/9, Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Tournee t/m 7/11.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next