Na het stranden van haar relatie was Nilufar Ahmaribaf op zoek naar zowel een woning als een plek waar ze vrijheid kon ervaren. Beide vond ze in een bos bij Utrecht. ‘Mijn familieleden zijn allemaal best conservatief. Daardoor had ik het idee dat ik nooit mezelf kon zijn.’
is televisierecensent voor de Volkskrant.
Waar zijn we?
‘Op een vrijplaats in een bos net buiten Utrecht. Ik woon hier in mijn huisje on wheels, mijn camper. Daarvoor betaal ik twintig euro per maand aan onze gemeenschap. Dit is een plek voor mensen die zich niet helemaal thuis voelen in de maatschappij. Hier experimenteren we met z’n zevenen met alternatieve manieren van leven: in verbinding met de natuur en met elkaar.’
Mag dat zomaar?
‘Eigenlijk niet. Deze gemeenschap kraakt dit stuk bos al iets meer dan een jaar. De gemeente kan altijd een rechtszaak tegen ons beginnen, dus we letten er goed op dat we niet voor overlast zorgen, zodat ze niet op dat idee komen. Maar het blijft spannend.’
25 in 26
In de serie 25 in 26 vragen we jongeren die dit jaar 25 (zijn ge)worden hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl
Hebben jullie hier stromend water en elektriciteit?
‘We hebben een paar zonnepanelen, dus ik kan mijn telefoon opladen. Voor water hebben we jerrycans. Die mogen we vullen bij een vrouw die verderop woont. Zonder haar hadden we wel een probleem gehad.
‘Als je naar de wc moet, kan dat op het composttoilet. Voor warmte hebben we houtkachels en maken we vuurtjes. Douchen doe ik bij vrienden, maar ik ben erachter gekomen dat dat helemaal niet zo vaak hoeft. Vroeger douchte ik elke dag, nu eens in de vier dagen. En dat bevalt prima.
‘Ik vind het eigenlijk wel fijn om zo druk te zijn met je basisbehoeften. Je wordt er creatief van. Al moet ik zeggen dat ik hier pas drie maanden woon. Ik denk dat het in de winter een stuk heftiger gaat worden.’
Hoe ben jij hier terechtgekomen?
‘Eerst woonde ik samen met mijn ex-partner en diens partner – we hadden een polyamoreuze relatie. Die ging uit. Daarna heb ik lang geprobeerd een betaalbare nieuwe plek te vinden, maar dat lukte niet.
‘Een tijdje heb ik rondgezworven: elke drie dagen sliep ik bij andere vrienden. Op zich fijn, want het was net uit en ik voelde me kut, dus ik wilde niet alleen zijn. Maar het was ook vermoeiend, al helemaal omdat ik ernaast studeerde.
‘Toen kwam ik iemand tegen op een feestje die hier in een pipowagen woonde en iemand zocht die daar zes weken op kon passen terwijl die op reis ging. Dat wilde ik graag, want ik was eerder al verliefd geworden op deze plek tijdens een volle maan-ceremonie. En na die zes weken mocht ik hier mijn eigen busje neerzetten, omdat het goed klikte met de andere bewoners.’
Een volle maan-ceremonie?
‘Dan zit je tijdens de volle maan rond een vuur met een groep, wanneer de energie op z’n hoogst is. Tijdens zo’n ceremonie doen we met iedereen een sharing, waarin je mag delen wat er in je leven gebeurt, terwijl de rest luistert. Dat kan heel intiem zijn. Daarna maken we meestal samen muziek. Daar hoef je niet goed voor te kunnen spelen, hoor. Dat kan ik zelf ook niet.’
Heb je dat soort dingen van huis uit meegekregen?
Lachend: ‘Nee, totaal niet. Mensen vragen zich vaak af hoe het kan dat ik zo ben geworden. Ik houd van mijn ouders, maar ze begrijpen en waarderen niet altijd wat ik doe.
‘We zijn hierheen gevlucht uit Iran toen ik een baby was. Ik waardeer veel aspecten van de Iraanse cultuur: de gastvrijheid, het lekkere eten. Maar die cultuur kan ook onderdrukkend zijn. Ik moet mijn ouders telkens ervan overtuigen dat het oké is om anders te zijn. Toen ik ze vertelde dat ik queer ben, zeiden ze dat ik dat geheim moest houden. Nu beseffen ze langzamerhand dat ik ben wie ik ben en dat zij daar niets aan kunnen veranderen.’
Hoe ging je daar vroeger mee om?
‘Het was lastig. Ook omdat we, toen ik 2 was, in Zeeuws-Vlaanderen terechtkwamen. Ik voelde me daar niet thuis; die plek is niet erg open-minded. Van mijn 12de tot mijn 18de was ik depressief. Ik was enorm op zoek naar mezelf, raakte geïnteresseerd in yoga en meditatie. Ik heb altijd gezegd: het moment dat ik volwassen ben, trek ik de wereld in.
‘De week van mijn 18de verjaardag ben ik naar Thailand gegaan, waarna ik een half jaar door Zuidoost-Azië heb gereisd. Daar ben ik in aanraking gekomen met de mooiste kant van het leven.’
Welke kant is dat?
‘De openheid, het experimenteren en omringd zijn door mensen die je niet klein houden en bij wie je jezelf kunt zijn. En het ontdekken van nieuwe culturen. Sindsdien heb ik elk jaar minstens drie maanden gereisd.
Nilufar Ahmaribaf werd 25 op 11 januari
Woonplaats: Utrecht
Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘Een 8. Ik kan voor mezelf zorgen en heb sterke waarden. Maar soms neemt het kind in mij nog wel de overhand.'
Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Ik ben trots om deel te zijn van een generatie waarvan velen zich niet meer in hokjes laten stoppen.’
Waar ben je over zeven jaar? ‘Dan ben ik op reis.’
‘Op reis ben ik in contact gekomen met de Rainbow Gathering-gemeenschap: een nomadische groep die elke maand ergens anders op de wereld bij elkaar komt, diep in de natuur, om daar zonder internet en elektriciteit te leven. Zij hebben mij geleerd hoe je voor weinig geld kunt reizen door te liften, te dumpsterdiven, te wildkamperen en soms iets te verdienen door muziek te spelen op straat. Maar ik kwam altijd weer terug naar Nederland, want ik moest ook gewoon studeren.’
Wat studeer je?
‘Eerst heb ik een jaar de hbo-opleiding Creative Business gedaan. Dat past nu totaal niet meer bij me, maar ik wist niet wat ik wilde. En dit kon ik tenminste aan mijn ouders uitleggen. Inmiddels studeer ik aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht.’
Wat leer je daar?
‘Hoe we een gelijkwaardige en betekenisvolle samenleving kunnen creëren. We krijgen veel existentiële filosofie, maar onderzoeken bijvoorbeeld ook hoe we gevangenissen en het onderwijs humaner kunnen maken. Ik heb net mijn scriptie ingeleverd, over identiteitsvorming van Iraniërs in Nederland, in de context van de huidige oorlog.’
Hoe is dit jaar voor jou, met alles wat er in Iran gebeurt?
‘Heftig. Dat begon al met de protesten in januari, toen het Iraanse regime tienduizenden mensen vermoordde en de toegang tot het internet blokkeerde. We konden onze familieleden niet meer bereiken en alleen dwangmatig het nieuws volgen. Ik kreeg er stress en nachtmerries van.
‘Ik twijfel wat ik nu bij de oorlog moet voelen. Aan de ene kant vertrouw ik Israël en de Verenigde Staten niet. Tegelijk snap ik dat veel Iraniërs denken: bevrijd ons maar. Ik vind het lastig als niet-Iraniërs dat veroordelen, zonder de situatie in Iran te kennen.
‘Het is zo’n intense, gecompliceerde tijd. Ook omdat het voor mij helemaal is veranderd wat het betekent om Iraniër te zijn.’
Op welke manier?
‘Vroeger waren bijna alle Iraniërs die ik kende familieleden. Die zijn allemaal best conservatief. Daardoor had ik het idee dat ik nooit mezelf kon zijn bij Iraanse mensen.’
‘Vanwege de oorlog ben ik een activistengroep voor jonge Iraniërs in Nederland begonnen. Daardoor ben ik in contact gekomen met allerlei Iraniërs die ik echt zie als zielsgenoten. Zij hebben mij geleerd hoeveel diversiteit er ook in Iran bestaat: daar zijn ook punkers, hippies, muzikanten, ook al worden zij onderdrukt. Door dat inzicht voel ik me veel meer verbonden met het land.’
Wat ben je van plan, nu je klaar bent met je scriptie?
‘Hier wonen, afgewisseld met lange reizen. Ik moet wel manieren vinden om mezelf te onderhouden. Tot nu toe heb ik van mijn studiebeurs geleefd. Gelukkig heb ik naast mijn studie veel vaardigheden geleerd: masseren, tatoeëren, rituelen leiden. Het liefst zou ik die dingen gratis doen. Maar ik moet nou eenmaal geld verdienen, want zo werkt onze maatschappij.’
Hou je je bezig met politiek?
‘Zeker. Mensen zien mij vaak als zweverig, maar daar kan ik me niet helemaal in vinden. Want ik zit écht niet alleen te mediteren. Ik vind het ook belangrijk om maatschappelijk betrokken te zijn.
‘Voorlopig wil ik me richten op het creëren van meer van dit soort vrijplaatsen. Maar ik zie mezelf ooit ook in het onderwijs of in een asielzoekerscentrum werken, om zo een bijdrage aan de gemeenschap te leveren. Want daar sta ik voor: gemeenschap.’
Wat vind je daar zo belangrijk aan?
‘Toen mijn gezin naar Nederland kwam, hadden we jarenlang geen verblijfsvergunning. We zijn toen gered door de kerk, die een huis en eten voor ons regelde. Mijn vader, die moslim was, is zelfs christelijk geworden. Zo’n gemeenschap die je verwelkomt is zo waardevol. Al zijn er binnen de kerk natuurlijk ook veel oordelen.
‘Deze vrijplaats is een gemeenschap waar je jezelf mag zijn. Vorige week is hier nog een Ierse jongen aangekomen. Hij zat in de jeugdzorg in Ierland, maar omdat hij daarvoor te oud werd, belandde hij op straat. Toen is hij hierheen gekomen en in een daklozenopvang beland, maar daar voelde hij zich superkut. Nu mag hij hier wonen om rust te vinden. In mijn ogen is daar niets zweverigs aan. Dat is juist heel concreet.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant