Kwetsbare kinderen Een scheiding, geen tijd, geen geld: om allerlei redenen kunnen kinderen thuis niet de aandacht krijgen die ze nodig hebben. Dan kunnen ze terecht bij vrijwilligersinitiatief Vitalismaatjes voor een maatje. „Sommigen blijven echt járen bij elkaar.”
Vicky (7) en Kyrsten Jongenotter knutselen en lakken nagels.
De tafel is bezaaid met nagellak, stickervellen, kleurstiften en knutselwerken bij Kyrsten Jongenotter (44) thuis. De zevenjarige Vicky zit op haar knieën op een stoel aan tafel. Ze heeft haar bruine haren in twee strikjes. „Ik wil deze en deze kleur.” Ze pakt een aquagroene en een roze nagellak met glitters. „Oké. Dan moet je je vingers wel stilhouden”, zegt Jongenotter. Ze houdt het handje van Vicky plat op tafel vast en brengt de roze nagellak aan. Op tafel staan ook twee knuffels, capibara’s. Vicky wijst naar de voorste. „Mijn papa is net terug uit Zuid-Korea en heeft mij deze gegeven. Ze heet ‘Milkshake’ en die andere heet ‘Capishoko’.”
Vicky en Jongenotter kennen elkaar via de organisatie Vitalismaatjes. Die koppelt kinderen in een kwetsbare positie aan vrijwilligers. Zij ondernemen activiteiten die de kinderen niet altijd met hun ouders kunnen doen, zoals voetballen, knutselen of gewoon kletsen. Het doel is voorkomen dat kinderen in de professionele jeugdhulpverlening komen.
„De krant staat er vol mee: wachtrijen in de jeugdzorg”, zegt woordvoerder Tineke Jurriëns. „Wanneer kinderen langdurig geen aandacht krijgen, kunnen ze in een isolement raken. Dat wil je voorkomen.” Het CBS berekende dat ruim 20 procent van de 8 tot 11-jarigen in Nederland in 2025 jeugdhulp kreeg. In de leeftijdsgroep van 12 tot 18 jaar gaat het om bijna 17 procent.
Vicky heeft de kleuren zelf uitgekozen.
Vicky woont met haar ouders, Johanna Ospina en Steven Stegers, en een broertje. Maar omdat haar broertje veel aandacht nodig heeft, raakt Vicky thuis te vaak naar de achtergrond. ”Vicky’s broertje overschreeuwt haar een beetje” , vertelt haar vader aan de telefoon. „Ze krijgt niet altijd de één-op-één aandacht die ze nodig heeft.” Daar komt bij dat Stegers als directeur van een NGO veel reist voor zijn werk. „Over twee weken ga ik weer naar Frankrijk. De week daarna naar Portugal.” Hij probeert de reizen te beperken voor zijn gezin. „Maar dat lukt niet altijd.” ,
Joanna Ospina heeft last van endometriose. Ze komt uit Colombia en heeft geen familie in Nederland. „Ze zeggen vaak: it takes a village to raise a child. Maar niet iedereen heeft een village”, zegt ze. Ook de familie van Stegers kan moeilijk bijspringen: zijn vader leeft niet meer, zijn moeder woont ver weg en zijn zus heeft een druk leven. Het lukt ze niet om beide kinderen genoeg individuele aandacht te geven. Na een tip van een Schoolmaatschappelijk Werker, schakelden ze de hulp in van Vitalismaatjes.
Vicky wil wat anders gaan doen. „Want anders gaat het alleen maar over het nagellakken en niet over ons”. Jongenotter lacht: „We hebben natuurlijk een bucketlist. Ik zal die erbij pakken.” Op een paars papiertje staan wat activiteiten die de twee graag samen doen, zoals zwemmen, een museum bezoeken en knutselen. Vandaag gaan ze iets doen wat nog niet op de lijst staat. Vicky pakt een stift en vult aan: ‘Pankoeeken’. Ze hadden het van tevoren afgesproken, toch vindt Jongenotter het spannend. Daar wil Vicky niets van weten: „Pardon? Ik heb heel vaak pannenkoeken gebakken!”
Vicky en Jongenotter zitten bij Vitalis in Den Haag, een van de elf gemeenten in Zuid-Holland waar het initiatief te vinden is. Op dit moment telt de organisatie 121 actieve koppels. In totaal, sinds het bestaan van Vitalis, hebben bijna 2500 kinderen een maatje gekregen. Ruim honderd staan nog op de wachtlijst. Jurriëns vertelt dat Vitalis in 1978 ontstond; het is oudste maatjesproject van Nederland. Nu begeleidt de stichting 330 maatjes per jaar.
Vrijwilligers kunnen zich bij Vitalis aanmelden en worden gescreend. Zo houdt de stichting eerst een intakegesprek bij de vrijwilliger thuis en vraagt om een VOG van zowel de vrijwilliger als diens huisgenoten. In een samenwerkingsovereenkomst maken ze de afspraken dat bijvoorbeeld het kind niet mag blijven logeren, de uitjes niet te veel mogen kosten en de vrijwilliger nooit onaangekondigd bij het gezin mag langskomen.
Vicky kan zelf pannenkoeken bakken.
Iedereen tussen de 5 en 18 jaar oud mag opgegeven worden door ouders, scholen of jeugdwijkinstanties. Vitalis bekijkt of een aangemeld kind (extra) aandacht nodig heeft, of de ouder steun kan gebruiken, of een kind baat heeft bij een rolmodel, of het kind uit een gezin komt waar de ouders (nog) geen Nederlands spreken.
”Er moet wel een noodzaak zijn”, zegt Jurriëns. „Wij zijn geen oppasservice. Degene die de intakegesprekken met de ouders doet, heeft jarenlange ervaring in de jeugdhulpverlening. Meestal is het duidelijk dat het noodzakelijk is dat een kind een maatje krijgt. Zo niet, dan wordt er stevig doorgevraagd.”
De kinderen die een maatje krijgen, komen vaak uit een huis waar bijvoorbeeld de ouders gaan scheiden, de vader en/of moeder psychische problemen hebben of waar niet genoeg geld is.
Vicky speelt graag met het speelgoed van Jongenotter.
Kyrsten Jongenotter is de hele week met kinderen en jongeren (tot achttien jaar) in de weer: ze is drie dagen in de week kinder- en jeugdcoach in Den Haag. Ze doet mindfulnessoefeningen met gestreste kinderen en ouders De rest van de week werkt ze in een kinderopvang. Maar wanneer ze als vrijwilliger voor Vitalis met Vicky wat leuks gaat doen, voelt dat voor haar niet als werk. „Dit is ontspanning voor mij. Ik ben zelf net een groot kind. Ik hou ook van spelen.”
Na vier uitjes bespreken het maatje, de ouders, het kind en de organisatie of er een klik is. Als dat zo is, spreken de maatjes af om een jaar samen te blijven. Het is de bedoeling dat ze elkaar wekelijks zien. Na de afgesproken periode kunnen ze samen gewoon leuke dingen blijven doen, ook zonder begeleiding van Vitalis, wat veel voorkomt. Jongenotter: „Sommigen blijven echt járen bij elkaar.”
Dat zijn Vicky en Jongenotter ook van plan. „Toen ik Vicky nog niet zo lang kende, zei ze dat ze het jammer gaat vinden wanneer ze mij niet meer gaat zien. Dus ik vroeg: ‘Hoe lang zou je dat willen?’ Toen zei ze: ‘Voor eeeuwig!’ Toen liep er een traan over mijn wang.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie