Home

‘Alleen door het leed van zorg en werk te delen kunnen mannen en vrouwen elkaar werkelijk begrijpen’

De Japanse sterauteur Mieko Kawakami brak in 2020 internationaal door met haar debuutroman Borsten en eitjes. Vorige week stond ze voor het eerst op een Nederlands podium – reden om haar uitgebreid te bevragen over haar feministische oeuvre.

is historicus.

De Japanse schrijver en superster Mieko Kawakami (50) kreeg op haar 14de een bijbaan in een ventilatorenfabriek. Als twintiger werkte ze als hostess in nachtclubs voor zakenmannen en politici. ‘Ik heb alles aangepakt om te kunnen overleven’, zegt ze over die tijd. ‘En wie anders dan een vrouw schenkt de glazen van zeer succesvolle mannen in? Ga je mij nu vertellen dat dat hier heel anders is?’

Kawakami is voor het eerst in Nederland; de dag na ons gesprek zal ze tijdens het International Literature Festival Utrecht in een uitverkochte concertzaal over haar werk spreken. Het is het begin van haar Europese tour.

Ze schrijft zeer realistische, diepfilosofische romans waarin een strijd wordt geleverd met sociale normen en economische ongelijkheid. Haar personages, meestal vrouwen, worstelen tijdens hun pogingen het heft in eigen hand te nemen met morele vraagstukken. Het zijn boeken over universele menselijke ervaringen; haar werk wordt in meer dan veertig talen uitgegeven.

In 2008 bestormde Kawakami de Japanse literaire wereld en werd ze onthaald als een feministisch icoon. Gescheiden vrouwen en alleenstaande moeders dienen in Japan nog altijd als afschrikwekkende voorbeelden – Kawakami maakte ze tot haar hoofdpersonen.

De grootste Japanse krant kocht de rechten op van haar laatste boek, Het gele huis, en publiceerde deze gedurende een halfjaar in korte fragmenten. Hemel, haar enige boek met een mannelijk hoofdpersonage, stond in 2022 op de shortlist voor de International Booker Prize.

Kawakami werd in 1976 geboren in Osaka en opgevoed door haar moeder, de ‘fantastische vrouw’ over wie ze in dit gesprek telkens weer begint. Haar vader ‘bestond’, zegt ze als ik naar hem vraag: hij kwam af en toe langs. Alles veranderde voor het gezin toen haar broer als groot rugbytalent werd ontdekt en hij werd toegelaten tot een prestigieuze universiteit in Tokio. ‘We zijn met z’n allen gaan werken zodat hij kon studeren.’ Kawakami had graag muziek of literatuurwetenschap gestudeerd, maar daar was geen geld meer voor.

Wanneer is het verlangen om te schrijven ontstaan?

‘Schrijven was nooit mijn ambitie. Ik was alleen maar bezig met overleven. Maar ik was altijd geïnteresseerd in kunst, schoonheid en poëzie. Ik schreef niet, maar hield ontzettend van taal.

‘Toen mijn broer was afgestudeerd en ik aan mijn eigen dromen kon beginnen, verhuisde ik naar Tokio in de hoop door te breken als zangeres, maar dat mislukte. Ik was 27 en zag geen weg vooruit, ik dacht dat mijn leven voorbij was. Ik ging bloggen en publiceerde een gedicht, met de verwachting dat het meteen mijn laatste zou zijn. Toen werd ik door een uitgever benaderd met de vraag of ik een boek wilde schrijven.’

Uw werk kreeg direct het label ‘feministisch’. Een excuus voor intellectuele luiheid, vindt u.

‘Het label feminisme fungeert vaak om vrouwen apart te zetten. Het maakt ons werk minder bedreigend, het kan makkelijker aan de kant worden geschoven. Natuurlijk ben ik een feminist, en ik vind het terecht als mensen door het lezen van mijn werk tot de conclusie komen dat het feministisch is, want als ik aan mensen denk, denk ik altijd allereerst aan vrouwen.

‘Het feministische inzicht ‘het persoonlijke is politiek’ is voor mij heel belangrijk. Ook het gesprek dat wij nu voeren is politiek, zelfs wanneer het even lijkt alsof dat niet zo is. De onderliggende politieke structuren blootleggen: dat is wat ik doe. Feminisme betekent het vinden van je eigen vrijheid, het niet gebruikt of veroordeeld worden door anderen. De bevrijding zit in jezelf. Maar we willen ook dat er van ons wordt gehouden.’

Is dat het dilemma?

‘Als jonge vrouw word je tot lustobject gemaakt. Je kunt jezelf niet definiëren, dat doen mannen. De bevestiging van mannen wordt deel van je eigenwaarde, en vervolgens ga je haar zelf opzoeken. Het is ingewikkeld om het onderscheid te maken: uit liefde of voor seks gewild worden door een ander.

‘Dat geldt ook voor mooi willen zijn: wanneer is dat voor jezelf, en wanneer is het voor een ander? Het is moeilijk om dat verschil zelf te kunnen voelen. Als je denkt: het kost me te veel moeite, doe het niet. Als je denkt: ik word hier verdrietig van, stop ermee. Als je plezier hebt: ga door! Ik ben ervan overtuigd dat feminisme gaat over het vinden van dat bewustzijn.’

Kawakami buigt naar voren en complimenteert de ‘zeldzame kwaliteit’ van mijn blouse – zijden, luipaardprint. ‘Een erfstuk van mijn oma’, zeg ik. Zelf draagt ze Miu Miu.

Met Borsten en eitjes, een uitgebreide bewerking van haar debuutnovelle, brak Kawakami in 2020 internationaal door. De roman gaat over twee zussen uit een arm gezin; de oudste is een barhostess, die obsessief verlangt naar een borstvergroting, de jongste is een alleenstaande schrijver, die zich afvraagt of en hoe ze een kind kan krijgen.

Wat wilde u beschrijven in Borsten en eitjes?

‘Borsten en eitjes landde precies in de vierde feministische golf. Het gaat over vrouw-zijn, autonomie en sociale druk, klassenverschillen en de moraal rondom het krijgen van kinderen. Over de dood wordt veel geschreven, maar als je de dood wilt begrijpen, moet je ook gedetailleerd schrijven over het begin van het leven. De hoofdpersoon is van mening dat de economie geen invloed moet hebben op de keuze om wel of geen kind te krijgen. Zij ziet het als een zuiver filosofisch vraagstuk: waarom het leven schenken aan iemand die uiteindelijk zal sterven?’

Kawakami’s debuut leidde tot consternatie onder conservatieven: Shintaro Ishihara, de toenmalige gouverneur van Tokio, vond het boek ‘onaangenaam en ondraaglijk’. Het geboortecijfer in Japan is historisch laag. Ishihara denkt dat een hoog geboortecijfer de economie kan redden.

Hoe kijkt u naar het lage geboortecijfer?

‘Er zullen steeds minder kinderen geboren worden in Japan, en dat komt door de politieke keuzen die gedurende de afgelopen dertig jaar zijn gemaakt. Japan lijkt nog altijd welvarend, maar het leven is veel te duur geworden. Verlofregelingen bestaan nauwelijks. Vrouwen zijn genoodzaakt veel en hard te werken, van één inkomen leven kan überhaupt niet meer. Onder deze economische omstandigheden is de keuze om geen kind te krijgen een rationele beslissing.’

U heeft een zoon. Hoe heeft zijn komst uw werk veranderd?

‘Mijn zoon is een enorme inspiratie, hij heeft mijn perspectief op taal volledig veranderd. De eerste drie jaar van zijn leven, toen hij nog niet kon spreken, heb ik als magisch ervaren. Onze taal was fysiek. We waren, zoals Wittgenstein zei, niet via de taal, maar via het lichaam met elkaar verbonden.

‘De eerste jaren van ons leven herinneren we ons niet, maar als moeder heb je wel herinneringen aan de babyjaren van je kinderen. Die intimiteit voel ik nog steeds. Zodra hij begon te spreken, werd hij een geheel eigen persoon. Ik denk dat dat met een dochter een heel andere ervaring zou zijn geweest.’

Waarom?

‘Als moeder en dochter deel je hetzelfde lichaam, dat geeft een unieke band. Het kan zo’n sterke relatie zijn dat overheersing dreigt. Ik heb zo veel van mijn moeder gehouden, maar voor haar was het gemakkelijker om van mijn broer te houden, hij was haar oogappel. Ik was, denk ik, te veel een deel van haarzelf.

‘Met een zoon is er een duidelijkere grens, en dat heeft mij als moeder gered. Mijn zoon is nu 14, hij staat meer op afstand. Hij hoort nu bij de jongens. Omdat ik geen dochter heb gekregen, is het lijden bij mij gestopt.’

In een essay over vaderschap voor The Economist schreef u dat de gezinsband nooit als vanzelfsprekend mag worden beschouwd. Wat bedoelt u daarmee?

‘Het gezin is een gesloten ruimte. Daardoor is het soms gevaarlijk. Helaas zijn maatschappelijke verwachtingen nog altijd leidend: de verdeling van zorg en werk binnen het gezin gebeurt nog steeds op basis van sekse. Mensen zouden zelf hun spelregels moeten bepalen. Voor de vrijheid van vrouwen is economische onafhankelijkheid noodzakelijk. En alleen door het leed van zorg en werk te delen kunnen mannen en vrouwen elkaar werkelijk begrijpen.

‘Mensen zoeken rust in het gezinsleven, maar ik denk dat er altijd een mate van spanning moet zijn, zodat mensen worden uitgedaagd om het gezinsleven zelf vorm te geven. Ik heb ontzettend veel kritiek van witte mannen gekregen op dat essay. Een man zei: ‘Wij hebben het zware werk verricht, wij hebben de steden gebouwd.’ Ik heb hem laten weten dat het helaas ook altijd mannen zijn die de boel vernietigen.’

In uw ideeënroman Hemel worden pesten en vriendschap in de leefwereld van tieners beschreven om het werk van Nietzsche uit te diepen. Hoe bent u op dit idee gekomen?

‘Hemel is mijn tweede boek en mijn enige boek met een mannelijke hoofdpersoon. Ik heb hard gewerkt om dat voor elkaar te krijgen, ik ben half doorgedraaid tijdens het schrijven. Het was zo moeilijk om de afstand tot hem te overbruggen.

‘Hemel gaat over de vraag hoe een vriendschap kan overleven. Al sinds jonge leeftijd lees ik het werk van Nietzsche, en ik voelde dat ik daarop moest reageren. Nietzsche benadrukt het belang van het varen van je eigen koers: Jezus is dood, je moet niet leven als een mak schaap. Maar zijn ideeën worden misbruikt, er wordt een machotheorie van gemaakt die alleen maar gaat over succesvol worden. Maar dat is niet wat hij bedoelde. Nietzsche schreef over het menselijk bestaan, en dat gevoel wilde ik overbrengen in Hemel.’

Hemel eindigt met een visie op pure schoonheid, ‘een schoonheid die ik aan niemand kan uitleggen, die ik met niemand kan delen’. Wat is schoonheid volgens u?

‘Toen mijn moeder ziek werd en haar lichaam het liet afweten, heb ik haar een jaar verzorgd, tot haar dood. Het lukte me in dat jaar niet om boeken te lezen of te genieten van andere kunst gemaakt door mensen. In die tijd ben ik schoonheid beter gaan begrijpen, als iets wat niet in ons lichaam zit, maar buiten ons bestaat.

‘Het was een verlossing voor mijn moeder en mij om te kunnen praten over de natuur, over de schoonheid van wolken en bladeren. Dat is een vorm van schoonheid die ons mensen volledig overtreft en die met niets vergelijkbaar is. De zonsondergang van gisteren en die van vandaag zijn niet dezelfde.’

Is uw roman Alle geliefden van de nacht uit 2024 ook een filosofisch experiment?

‘Zeker. Het gaat op het eerste gezicht over de ontluikende liefde tussen een eenzame vrouw van midden dertig en een man van in de vijftig, maar dat is niet de essentie; dat is de bijzondere connectie die tussen hen ontstaat. Het gaat me als schrijver altijd om de ongeziene details, om de muzieknoten die je niet hoort. Alle geliefden van de nacht gaat over het ontstaan van de wereld.’

Uw laatste boek Het gele huis speelt zich af in de criminele onderwereld van Tokio van de jaren negentig en gaat over vier vrouwen die onder hoge economische druk proberen te overleven. Een incident drijft ze uiteen. Solidariteit tussen vrouwen is niet vanzelfsprekend. Waarom koos u dit thema?

‘Ik begon dit boek te schrijven in de periode dat de MeToobeweging en de vierde feministische golf in Japan een trendy concept maakten van zusterschap. Ik denk dat er een risico in schuilt, want het maakt scherpe kritiek van vrouwen onderling al snel verdacht. Terwijl dat gewoon moet kunnen. Bovendien kan zusterschap gemakkelijk omslaan naar negativiteit: het kan toxisch zijn. Juist als we willen dat zusterschap blijvend is, moet het volledig worden doorgrond, ook de patriarchale aspecten ervan.’

Als jonge vrouw werd u door anderen gedefinieerd, nu doet u dat zelf, als schrijver.

‘Er zijn genoeg mensen in de Japanse literaire wereld die veel moeite hebben met mijn succes. Ik kom van de straat, ik heb niet kunnen studeren, ik heb als hostess gewerkt: in de literaire wereld zijn er allerlei oordelen. Als jonge vrouw werd ik totaal niet serieus genomen en dat raakte me enorm.

‘Inmiddels zie ik de oordelen van anderen niet meer als mijn probleem, maar als dat van henzelf. Het zijn projecties waardoor ik me niet meer laat raken. En dat heeft niks te maken met hoe populair mijn boeken zijn of hoeveel geld ik heb verdiend. Mijn kern blijft de immense inzet van mijn moeder. Ook ik heb ongelofelijk hard gewerkt, en ik ben de enige die dat werkelijk kan weten. Ik vaar nu op mezelf.’

Mieko Kawakami: Borsten en eitjes. Uit het Japans vertaald door Maarten Liebregts. Podium; 496 pagina’s; € 24,99.

Mieko Kawakami: Hemel. Uit het Japans vertaald door Maarten Liebregts. Podium; 224 pagina’s; € 21,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next