Home

Nieuw belastingvoordeel voor zeer vermogende Nederlanders gaat ten koste van minder vermogenden

Het kabinet-Jetten geeft de rijkste Nederlanders vanaf 2028 een belastingvoordeel van circa 12 miljard euro en legt de rekening grotendeels neer bij minder vermogende spaarders en beleggers. Zij gaan ruim 500 miljoen euro per jaar extra belasting betalen.

is politiek verslaggever van de Volkskrant.

Het kabinet wil met ingang van 2028 een vermogenswinstbelasting invoeren op vastgoed, aandelen en andere effecten en spaargeld. In 2030 moet die vermogenswinstbelasting ook gaan gelden voor de overige 10 procent van de vermogensbestanddelen. In die categorie vallen onder meer cryptomunten, kunstvoorwerpen, vorderingen en kapitaalverzekeringen.

Het zo snel mogelijk invoeren van een vermogenswinstbelasting als alternatief voor de oude vermogensrendementsheffing in box 3 is een brede wens in de Tweede en Eerste Kamer. Alle partijen rechts van D66 zijn er voorstander van. Onder een vermogenswinstbelasting betalen vastgoedbeleggers en effectenbezitters pas belasting over de waardestijging van hun vermogen wanneer zij hun panden en aandelen verkopen, in plaats van jaarlijks, zoals nu.

Dit kost de schatkist miljarden, omdat er in de eerste jaren na invoering veel minder box 3-belasting binnenkomt dan daarvoor. Op Prinsjesdag schatte het ministerie van Financiën de derving tot en met 2035 op 15,6 miljard euro en vanaf 2036 op 100 miljoen euro per jaar. Een vermogenswinstbelasting moedigt vermogenden aan de verkoop van hun bezittingen, en daarmee de belastingaanslag, zo lang mogelijk uit te stellen.

Heffingsvrije inkomen gehalveerd

Het kabinet moet dit begrotingsgat repareren en doet dit door de minder vermogende spaarders en beleggers zwaarder te belasten. In hun Kamerbrief stellen minister van Financiën Eelco Heinen (VVD) en diens staatssecretaris Eelco Eerenberg (D66) de oppositie voor het heffingsvrije inkomen in box 3 volgend jaar bijna te halveren van 60.098 naar 30.846 euro. Dat zou betekenen dat honderdduizenden Nederlanders die nu geen box 3-belasting over hun vermogen betalen, in 2027 wel een aanslag kunnen verwachten.

Onder de vermogenswinstbelasting, vanaf 2028, wordt dat heffingsvrije vermogen vervangen door een heffingsvrij vermogensrendement van 1.000 euro. Bij een spaarrente van 1,25 procent (het tarief dat de Nederlandse grootbanken nu vergoeden) moet een spaarder dan belasting betalen vanaf een spaarvermogen van 80.000 euro.

Dat is dus hoger dan het huidige heffingsvrije vermogen in box 3, maar de spaarrentes zijn momenteel aan het stijgen. Buitenlandse banken die in Nederland actief zijn, bieden nu al spaarrentes van 2 tot 3 procent. Ook op termijndeposito’s liggen de rentes nu ruim boven de 2 procent. Wie gemiddeld 2 procent rente over zijn spaargeld incasseert, passeert de heffingsvrije drempel al bij 50.000 euro. In tegenstelling tot effectenbezitters kunnen spaarders hun ‘vermogenswinst’ bovendien niet uitstellen, want banken schrijven de rente meestal minimaal een keer per jaar bij.

Op Prinsjesdag wilde het kabinet het heffingsvrije inkomen vanaf 2028 nog op 1.800 euro vaststellen. Bij een spaarrente van 2 procent klopt de Belastingdienst dan pas aan vanaf 90.000 euro vermogen. De forse verlaging van het heffingsvrije box 3-inkomen raakt dus vooral ‘kleinere’ spaarders en beleggers met een vermogen van enkele tienduizenden tot honderdduizenden euro’s. Zij gaan per saldo 540 miljoen euro extra belasting over hun vermogen betalen, als het parlement dit kabinetsvoorstel overneemt.

Profijt vastgoedmiljonairs

Vastgoedmiljonairs met tientallen panden en zeer grote beleggers profiteren daarentegen maximaal van de belastinguitstelfaciliteit in de vermogenswinstbelasting. Het ministerie van Financiën raamt dat voordeel tot en met 2035 op circa 15 miljard euro. Dat verlies wordt dus deels gedekt door de vermogensbelasting voor kleinere spaarders en beleggers te verhogen.

Maar dat is nog niet alles. Het kabinet wil ook de directeuren-grootaandeelhouders in box 2 een extra belastingvoordeel gunnen. Een groot aantal van de allerrijkste Nederlanders behoort tot deze groep bedrijfseigenaren en erfgenamen van familiebedrijven. Zij vermommen vaak een groot deel van hun privévermogen als bedrijfskapitaal, omdat zij er dan minder belasting over hoeven te betalen.

Heinen en Eerenberg stellen voor het hoge box 2-tarief tijdelijk, voor vier jaar, met 1,8 procentpunt te verlagen. Dit levert tijdelijk hogere belastingopbrengsten op, omdat dit ondernemers zal stimuleren meer bedrijfsvermogen naar hun privérekening over te hevelen (omdat dit tijdelijk kan tegen een lager tarief). Tussen 2028 en 2031 komt er dan meer belasting binnen, maar in de jaren erna waarschijnlijk juist minder. Alleen blijft dat in de Kamerbrief onzichtbaar, want de financiële tabellen van Heinen en Eerenberg kijken niet verder dan 2031.

Het naar voren halen van de belastingopbrengsten box 2 gebruikt het kabinet dus om de vermogenswinstbelasting te financieren, terwijl dit geen lastenverzwaring is, maar een extra lastenverlichting van bijna 1,1 miljard euro voor de meest vermogende Nederlanders.

Rem op ‘excessief lenen’

Directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) blijven niet helemaal buiten schot, want het kabinet pakt wel het ‘excessief lenen’ voor privé-uitgaven aan. Zoals hierboven vermeld, houden dga’s veel privévermogen aan in hun bedrijf om box 3-belasting te ontlopen. Om toch hun bovenmodale levenstijl te bekostigen, lenen ze vaak tonnen uit hun bv. Op papier hebben ze dan een relatief laag inkomen, waardoor ze minder inkomstenbelasting betalen.

Het kabinet wil dit aanpakken door het maximale bedrag dat een dga van zijn bedrijf mag lenen in vijf jaarlijkse stappen te verlagen van 500 duizend naar honderdduizend euro. Leningen voor de aankoop van het eigen huis blijven daarvan uitgezonderd, die vallen dus niet onder dat maximum. Deze maatregel brengt 3,65 miljard euro extra belasting in het laatje.

Om de linkse oppositie tegemoet te komen, schrapt het kabinet de bezuinigingen op de arbeidsongeschiktheidsregeling WIA en de werkloosheidsuitkering WW. Dit offer kost 2,4 miljard euro. Het kabinet heeft daarvoor nog geen financiële dekking geregeld. Het rekent daarvoor op de sociale partners, die voorstellen moeten doen voor een hervorming van de WIA. Die hervorming moet leiden tot een daling van de WIA-instroom, en dat zou de overheid op termijn voldoende geld moeten besparen om de geschrapte bezuinigingen te compenseren.

Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next