Merel van Vroonhoven is leraar, toezichthouder en columnist van de Volkskrant.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.Klik hier om een nieuwe paragraaf te starten
‘Maar mevrouw, als ik u had willen uitschelden, dan had ik echt véél ergere woorden gebruikt, hoor. Bijvoorbeeld ka…’
‘Ja, stop maar, Noa.’ Als een politieagent ter plaatse houd ik de verbale ziektes op het puntje van zijn tong staande. ‘Ik begrijp je zo ook wel.’
Aan het begin van de les heb ik hem de klas uitgestuurd. De aanleiding voor een rode kaart was zijn reactie op mijn vriendelijke verzoek zijn telefoon op te bergen. Met luide stem had hij geroepen: ‘What the fuck, bro!’
Hij voelde zich door mijn vraag overvallen en wist even niet wat te zeggen, was zijn verklaring tijdens het zogeheten herstelgesprek na de les. Ik leg hem uit dat je ook dan op je woorden moet letten. ‘Bovendien, ik ben je bro niet.’
Noa kijkt me aan alsof ik van Mars kom. Al zijn vrienden roepen dit soort dingen; op TikTok is schelden heel normaal. Nog veel harder, zoals hij me fijntjes uitlegt.
Dat klopt, helaas. In vergelijking met mijn klaslokaal en de shit die daar wordt uitgekraamd, zijn sociale media een groot, smerig riool. Dankzij haatdragende video’s, aangewakkerd door algoritmen, is artikel 1 van de Grondwet inmiddels het lachertje van de klas geworden, en onze zo bewierookte vrijheid van meningsuiting een schaamlap voor scheldpartijen.
Maar wie denkt dat hufterigheid voorbehouden is aan scrollende jeugd, heeft het mis. Zet Neerlands best bekeken talkshow aan en zie hoe een hoogbejaarde ‘knuffelhufter’ elke avond zijn denigrerende grappen over vrouwen en minderheden de huiskamers in slingert. Of ga langs de lijn staan van een willekeurig voetbalveld en hoor hoe vaders bij de pupillenwedstrijd van hun kroost de scheidsrechter voor rotte vis uitmaken. Of kijk bij de zelfscankassa hoe een grijsgelokte dame met geaffecteerde stem bij een tascontrole een winkelmedewerker afsnauwt.
Een middelvinger in het verkeer, agressie tegen ambulancepersoneel, hondenpoep op straat, dozen naast de papierbak; driekwart van de Nederlanders vindt dat we ons steeds asocialer gedragen, zo blijkt uit onderzoek naar verhuftering van The Hague Centre for Strategic Studies. Het gedrag dat de meeste zorgen baart: mensen die vinden dat de regels niet voor hen gelden én mensen die geen respect hebben voor anderen. Hufterigheid zit niet alleen in wat we zeggen, maar ook in wat we doen. Van voordringen in de rij tot in een openbare ruimte tegen je telefoon blèren terwijl die op de luidspreker staat.
Bijna 90 procent van de bevolking ziet verhuftering zelfs als een bedreiging voor de samenleving. Voor de oorzaak wijzen we vooral naar sociale media en naar de ander. Slechts 10 procent steekt de hand in eigen boezem. Hoe ouder, hoe vaker we onszelf vrijpleiten. Daarbij is hufterigheid ook nog eens besmettelijk. ‘Als je ziet dat iemand anders zich niet aan de regels houdt, ben je zelf misschien ook sneller geneigd om te denken: waarom zou ik me er wel aan houden?’, zegt onderzoeker Gerben Bakker in Villa VdB op NPO Radio 1.
Waarin ben ik eigenlijk een hufter?, denk ik, als ik Noa de klas uit zie lopen. Zoals bijna iedereen kan ik weinig bedenken. Oké, ik scroll soms tijdens een gesprekje ineens op mijn mobiel, maar als dat alles is… In het weekeinde vraag ik het mijn studentenzonen. Zij hoeven niet lang na te denken: ‘Je parkeert vaak ‘heel even’ op de stoep bij de bakker. Je fietst door rood ‘omdat er toch niets aankomt’. Je reageert super geïrriteerd als iemand treuzelt. En je roept in de auto dingen die je in de klas nooit zou tolereren.’
Misschien moet ik maar eens een herstelgesprek voeren met mezelf.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.