Overvolle klassen, structureel afwezige docenten en ratten in de school dwingen Franse scholieren tot protest. Pas nu het tot een gewelddadig treffen komt met de politie, voelen ze zich gehoord. ‘De staat negeert ons, omdat we uit de banlieue komen.’
is correspondent Frankrijk van de Volkskrant. Ze woont in Parijs.
Voor de middelbare school in de Parijse voorstad Saint-Denis staat een tiental politiebusjes geparkeerd. Het ijzeren hekwerk is gesloten, de ingang wordt bewaakt door tientallen agenten van de mobiele eenheid, uitgerust met helm en schild. Op het asfalt liggen dikke gele plakken van gesmolten plastic; het is het enige wat nog herkenbaar is van de vuilnisbakken die hier maandagavond in de fik vlogen.
Sinds vrijdag blokkeren honderden leerlingen de ingang van het Lycée Paul-Eluard in de Parijse banlieue. ‘Onderwijs is een recht, geen privilege’, staat op een van de kartonnen bordjes die de leerlingen omhooghouden. De blokkades begonnen vorige week op meerdere scholen in de regio rond Parijs, en hebben zich snel door heel het land uitgebreid. Ook in Marseille, Lyon, Lille en Grenoble voeren scholieren actie voor beter onderwijs, voldoende leraren, en fatsoenlijke schoolgebouwen.
Als de ratten door het schoolgebouw razen, ben je als middelbare scholier niet rouwig om een les die uitvalt. ‘Maar als je Frans examen moet doen nadat de docent maandenlang afwezig was, is de grens wel bereikt’, zegt de 17-jarige Janane die met een groepje vriendinnen op de trappen zit tussen twee rijen van gendarmes in. ‘Vorig jaar hadden we meer dan de helft van het eerste trimester geen docent. Ook zijn vervanger kwam niet opdagen. Hetzelfde verhaal bij filosofie, daar is een heel jaar geen docent geweest.’
Natuurlijk hebben ze ook toen al actie gevoerd voor beter onderwijs. ‘Les krijgen in een gebouw als het onze is een vorm van geweld’, zegt Malak (17) die op de trappen naast Janane neerstrijkt. Ongedierte, geen verwarming, geen ventilatie, te veel leerlingen voor het aantal stoelen in de klas, defecte toiletten waardoor ze in het café om de hoek naar de wc moeten – de rij frustraties over de belabberde staat van hun school is lang.
Het pijnlijke is: pas nu er brandende vuilnisbakken en ME’ers voor de school zijn verschenen, krijgen de scholieren echt aandacht voor hun protest. Maar dan in negatieve zin. Maandag kwam het bij meerdere scholen tot een gewelddadig treffen tussen actievoerders en politie. In totaal werden 164 mensen opgepakt. 27 mensen raakten gewond, onder wie twaalf scholieren.
Minister Laurent Nuñez van Binnenlandse Zaken sprak van ‘stedelijk geweld’ in zijn puurste vorm. Daar recht tegenover staat vakbondsleider Sophie Binet, die op haar beurt het harde politieoptreden veroordeelde. Die zette onder meer traangas en lanceergranaten in tegen de scholieren. Een minderjarige leerling raakte gewond in het gezicht. ‘We kunnen ze niet op school over democratie leren, en als ze zich dan uitspreken in een democratie de politie op ze afsturen.’
Voor het Lycée Paul-Eluard vertelt de 15-jarige Ayad hoe hij maandag een agent een medescholier pootje zag haken om die vervolgens tegen de grond te werken. ‘Ik was geschokt.’ Leraren van de school vormden een haag rondom de leerlingen om ze te beschermen tegen de politie, die herhaaldelijk traangas inzette. Volgens Franse media raakte een leerling bij arrestatie gewond, met mogelijk een schedelbreuk tot gevolg.
Het aanhoudende scholierenverzet valt dinsdag samen met een landelijke staking in de zorg, het openbaar vervoer en door medewerkers in het onderwijs. Deels is dat een rituele dans die hoort bij september. La rentrée, de start van het nieuwe seizoen na de zomervakantie is in Frankrijk niet alleen op scholen een belangrijk moment. Het voelt alsof het land collectief uit de sluimerstand ontwaakt. Zodra politiek, scholen en bedrijfsleven zijn warmgedraaid, is het tijd voor de vakbonden om de straat op te gaan: precies op tijd voor het begrotingsdebat.
Toch is het protest dit jaar anders. De begroting die premier Sebastien Lecornu donderdag aan het parlement presenteert, voorziet in ruim 50 miljard euro aan bezuinigingen vanwege het begrotingstekort en de hoge staatsschuld waar Frankrijk al jaren mee worstelt.
Tot woede van de vakbonden heeft Lecornu voorgesteld om de ambtenarensalarissen opnieuw te bevriezen. Sinds 2017 zijn de lonen in de publieke sector ongeveer 5 procent gestegen, tegenover een inflatie van ruim 24 procent. Daar komen nu historisch hoge brandstofprijzen bovenop.
Daardoor zijn de protesten dit jaar extra groot, met in totaal 170 demonstraties door heel het land. Ondertussen klinken er oproepen om het gelehesjesprotest nieuw leven in te blazen, de landelijke verzetsbeweging die Frankrijk tussen 2018 en 2019 maandenlang wist plat te leggen en die met veel geweld gepaard ging.
De scholieren in Saint-Denis krijgen steun van de burgemeester. Bally Bagayoko, in maart verkozen voor de radicaal-linkse partij La France Insoumise, laat dezer dagen herhaaldelijk zijn gezicht zien om met de scholieren de Marseillaise aan te heffen en zowel politie als leerlingen tot kalmte te manen. De regering verwijt zijn partij de woede op te stoken voor politiek gewin.
‘Op een normale schooldag zou ik om één uur mijn eerste les hebben. Ik sta hier niet zomaar al om acht uur om me door de politie te laten uitschelden’, zegt Kamelia (17), net buiten gehoorafstand van de ME. ‘De staat negeert ons, omdat we uit de banlieue komen. De politiek maakt zich vooral druk om kinderen die een abaya naar school dragen. Maar wij vragen om goed onderwijs.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant