Irak De laatste honderden Amerikaanse militairen verlaten woensdag Irak, nu de missie tegen IS grotendeels afgerond is. Iran hoopt van de Amerikaanse terugtrekking te profiteren.
Onder toeziend oog van Amerikaanse militairen (en met Amerikaanse hulp) wordt het beeld van president Saddam Hoessein in Bagdad op 9 april 2003 omvergetrokken.
Helikopters komen er deze keer niet aan te pas. Anders dan in 1975 en in 2021, toen de Amerikanen halsoverkop respectievelijk Vietnam en Afghanistan ontvluchtten, zal de terugtrekking uit Irak ordentelijk verlopen. Woensdag verlaten de laatste honderden Amerikaanse militairen het land. Hun aantal was al sterk verminderd: eerder dit jaar zaten er nog zo’n 2.500.
De Amerikaanse aanwezigheid in Irak begon in 2003, toen een internationale coalitie onder leiding van de VS het land binnenviel om Saddam Hoessein ten val te brengen. Dat lukte vrij snel, uiteindelijk werd de dictator op 3o december 2006 opgehangen op Camp Justice in Bagdad. Tot 2011 bleven Amerikaanse troepen in het land aanwezig.
In de tweeënhalf jaar na die eerdere Amerikaanse terugtrekking kwam Islamitische Staat (IS) op. De terreurgroep veroverde snel een groot deel van Irak en Syrië, wat de Amerikanen deed besluiten terug te komen. De strijd tegen de extremistische groepering vorderde gestaag; in 2017 verloor ze haar laatste stukje grondgebied. Sindsdien werden er nog wel aanslagen gepleegd door losse IS-cellen.
Die aanvallen nemen de laatste anderhalf jaar sterk in aantal af. Voor het bestrijden van IS, zegt Midden-Oostenonderzoeker Erwin van Veen van denktank Clingendael, zal de Amerikaanse terugtrekking niet veel verschil maken. „De Irakezen kunnen het ook wel alleen af.”
De Amerikaanse vlag wordt gehesen tijdens de officiële opening van de nieuwe ambassade van de VS in Bagdad in januari 2009.
De vorige president, Joe Biden, besloot in 2024 tot de volledige Amerikaanse terugtrekking uit Irak. Zijn opvolger Donald Trump voert dit besluit uit. Tegelijkertijd is zijn regering eind februari ten strijde getrokken tegen Iran, een conflict waarvan het einde nog niet in zicht is. Het is daarom niet correct om van een Amerikaanse terugtrekking uit het Midden-Oosten te spreken, zegt Van Veen. „Ik zou het eerder een verschuiving van de prioriteiten noemen.”
Teheran hoopt te profiteren van het aanstaande Amerikaanse vertrek uit zijn grote westelijke buurland Irak. Sinds de Amerikaanse aanval wist het de VS ook uit andere plekken in de regio weg te jagen of tot afschalen te dwingen.
Het grootste materiële verlies lijken de Amerikanen te hebben geleden in Bahrein, al decennia de thuishaven van hun Vijfde Vloot. De uitgestrekte Naval Support Activity in het koninkrijkje, het zenuwcentrum voor alle marineactiviteit in de Perzische Golf , werd dit voorjaar meermaals geraakt door Iran. In de Amerikaanse zakenkrant The Wall Street Journal werd de schade aan het hoofdkwartier, nog tien gebouwen en twee satellietcommunicatietorens eind juni becijferd op minstens 400 miljoen dollar (350 miljoen euro).
Dat Bahrein buiten gebruik is, leidde ertoe dat vliegdekschip USS Lincoln negen maanden lang op zee moest blijven varen zonder dat de vermoeide bemanning afgelost kon worden. Deze maand erkende ook de regering-Trump de schade voor het eerst openlijk. „They blew the hell out of Bahrain”, stelde Hung Cao, waarnemend minister voor de Marine, onomwonden tegenover The Epoch Times, een krant van de Chinese sekte Falun Gong.
De Iraanse buitenlandminister Abbas Araghchi had „waardering voor de openhartigheid van interim-minister Cao”, schreef hij in een pesterig bericht op X. „Onze machtige strijdkrachten hebben het hoofdkwartier van de Vijfde Vloot inderdaad naar de hel gebombardeerd, evenals andere bases die Amerikaanse agressie ondersteunen.”
Het marinehoofdkwartier in Bahrein zal niet snel weer in gebruik genomen worden, erkende de hoogste marinecommandant. „We kunnen daar voorlopig echt niet terecht”, stelde admiraal Daryl Caudle eind augustus. „Daar wil ik volledig eerlijk over zijn.”
Behalve in Bahrein werden ook in Jordanië, Koeweit, Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten, Irak en Oman bases geraakt door Iraanse aanvallen.
De luchthaven in Erbil waarvandaan Amerikaanse militairen zullen vertrekken.
Ondanks de belofte in 2003 van toenmalig president George W. Bush dat de invasie een „verenigd, stabiel en vrij” Irak teweeg zou brengen, is het land tijdens de aanwezigheid van Amerikaanse militairen niet tot toonbeeld van rust uitgegroeid. Ook nu nog is Irak versnipperd en is de controle van de centrale overheid niet overal even sterk.
Pro-Iraanse sjiitische milities winnen terrein. Aanvankelijk beloofde premier Ali al-Zaidi dat deze milities uiterlijk bij het Amerikaanse vertrek ontwapend zouden zijn. Dat is niet gelukt. De milities hebben een nieuwe deadline gekregen: halverwege volgend jaar moeten ze hun wapens inleveren.
De Iraakse Koerden, die in het noorden van het land hun eigen autonome regio hebben, zijn niet blij met het vertrek van de Amerikanen. Het maakt ze kwetsbaar voor Iraanse aanvallen, zei de Iraaks-Koerdische premier Masrour Barzani deze week tegen de Financial Times.
Sinds de Amerikaans-Israëlische aanval op Iran wordt Iraaks Koerdistan bestookt met Iraanse drones en raketten. De Amerikanen haalden de meeste hiervan uit de lucht; zelf hebben de Koerden geen luchtafweer.
Barzani waarschuwt in de FT dat de VS het risico lopen dezelfde fout te maken als in 2011, toen hun terugtrekking de opkomst van IS mogelijk maakte. Dadelijk verslechtert de situatie weer, aldus de Koerdische leider, en moeten er opnieuw buitenlandse troepen komen om de regio te stabiliseren. Dat zouden de Amerikanen nu al kunnen doen, aldus Barzani – „zonder te wachten tot de situatie verslechtert voordat deze verbetert”.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie