Home

De verstilde wereld van Henk Helmantel: een succes bij het publiek, niet in de kunstwereld

Henk Helmantel | kunstenaar Henk Helmantel is met zijn stillevens en kerkinterieurs een van de bekendste schilders van Nederland. Maar hij was ook lang een boegbeeld van een felle strijd tussen traditionalisten en modernen. Hoe ziet hij dat zelf? „Ik ben geen modern maar wel een hedendaags schilder.”

Schilder Henk Helmantel.

De vraag is misschien wat oneerbiedig, maar in gesprek met Henk Helmantel moet hij toch worden gesteld. Want hoe zit dat nou precies met die asperges op zijn schilderijen: denkt hij daarbij echt aan Gods Schepping, zoals ze ook wel eens geïnterpreteerd worden, of zijn het vooral gewoon asperges die hij schildert?

Voor Henk Helmantel (81), door zijn gedetailleerde stillevens al een paar decennia een van de bekendste schilders van Nederland, is het niet te scheiden. „Het is niet zo dat ik een asperge pak en denk: hiermee wil ik laten zien dat de schepping mooi en groot is”, vertelt hij een paar weken voordat zijn nieuwe expositie in het Museum Catharijneconvent opent, waarin zijn relatie met het geloof centraal staat.

Allereerst is hij schilder, „een intense kijker”, het gaat hem erom „de schoonheid van alledaagse voorwerpen” vast te leggen die hij om zich heen ziet. Maar juist dit kijken, dit echt goede kijken, past voor Helmantel bij zijn gereformeerde geloof. Het gaat om de houding die erachter zit, zegt hij, een bewustzijn „van de rijkdom van de schepping, die ik aan God toedicht”.

Even lijkt het alsof Helmantel, een energieke verteller met halflang grijs haar en baard, in een van zijn eigen schilderijen zit. In de pastorie in het Groningse dorpje Westeremden, waar hij na een eigen renovatie sinds midden jaren zeventig woont, is geen moderne technologie te zien, maar wel gietijzeren kookpotten, middeleeuwse beelden en oud-Romeins glas als decoratie; ieder hoekje zou een Helmantel-stilleven kunnen zijn. Op de antiekhouten tafel voor hem staat een bronzen Chinese schaal – „een paar duizend jaar oud”, een handvol kastanjes liggen erin, de doornige schalen opengebarsten als op een pittoreske afbeelding.

Het is alsof Helmantel om hem heen – net als in zijn schilderijen – een wereld heeft gecreëerd waarin de tijd ergens 150 jaar geleden is stilgezet. De actuele wereld lijkt hier ver weg, maar het blijkt precies om die reden dat bezoekers al jaren naar Westeremden reizen om deze taferelen in het echt te zien. Wat zoeken ze er eigenlijk?

Symbolisch oord

De ochtend voor het gesprek staat er een toerbus op het parkeerplaatsje bij de pastorie. Helmantel geeft een groep toehoorders een rondleiding, eerst door Museum Helmantel, zoals zijn eigen expositieruimte in de pastorie heet, en daarna in het dertiende-eeuwse kerkje ernaast. Als Helmantel vraagt wie het oude orgel kan bespelen, gaat een middelbare man met een windjack met ‘Hart voor Urk’-opschrift er achter zitten, en zet een kerklied in; de groep zingt uit volle borst mee.

Henk Helmantel in zijn atelier in het Groningse Westeremden.

Het atelier.

Een mondiaal publiekssucces, zo zou je deze verstilde Helmantel-wereld in Westeremden kunnen noemen. Deze keer was het de gemeenteraad van Urk die buiten de bezoekuren langskwam, legt Helmantel later uit, terwijl hij de meegebrachte gerookte vis bij zijn vrouw op de houten antieke tafel legt. Maar vier dagen per week komen er ook nog de reguliere bezoekers voor Museum Helmantel: „Laatst kwam er een jong echtpaar uit Rusland, dat had een kopie van mijn werk in Thailand gekocht, en wilde nu het origineel zien.”

Het maakt deze locatie, waarvoor de moderniteit zo ostentatief halt lijkt te hebben gehouden, ook tot een symbolisch oord. Helmantel werd eind twintigste eeuw deel van een felle strijd tussen de modernen en de traditionalisten in de Nederlandse kunstwereld, een strijd waarvan het front in Groningen lag. De zogeheten ‘noordelijke realisten’ profileerden zich als een strijdbare kunstenaarsgroep rondom de Minerva-kunstacademie, met docent Diederik Kraaijpoel als theoretisch voorganger en voormalig Minerva-student Helmantel als een van de bekendste representanten.

Hoewel hij de strijd „langs zich heen liet gaan”, zoals Helmantel het zelf nu zegt, werd de schilder door zijn vroege publiekssucces wel een soort boegbeeld van deze groep. „Henk Helmantel past niet in het beleid van het Groninger Museum”, zei museumdirecteur Kees van Twist nog in 2010 in een documentaire op RTV Noord met voor- en tegenstanders van de schilder; te traditioneel zijn stijl, te letterlijk zijn onderwerpen, te braaf zijn thematiek. Om het verschil op de spits te drijven: een banaan met tape aan de muur van de Italiaanse kunstenaar Maurizio Cattelan en de realistisch geschilderde asperges van Henk Helmantel waren twee onoverbrugbare werelden.

Nee, boos heeft de afwijzing van zijn werk hem niet gemaakt, zegt Helmantel nu. Wel was hij verbaasd, dat „diegenen in posities bij musea en kranten geen oog hadden voor wat ik wilde laten zien”. Hij veranderde er zijn werk niet om, de kritiek bleek zijn verkoopsucces niet in de weg te staan.

De strijd in de kunstwereld paste bij een bredere kloof in de Nederlandse cultuur, die in de eenentwintigste eeuw steeds meer nadruk kreeg: die tussen stad en land, elite en volk, moeilijk en makkelijk, experiment en traditie. Terwijl de musea voor moderne kunst zich op de ‘moeilijke’ vernieuwende kunst toelegden, creëerden traditionelen als Helmantel hun eigen galeries voor realistische kunst, eigen realismebeurzen, eigen musea – zoals hier, in Westeremden, waar hijzelf een plek creëerde voor zijn eigen werk en dat van zijn collega’s.

En toen gebeurde het toch nog: in 2014 kocht het Groninger Museum het schilderij Gezicht op de noordmuur van het koor van de Nicolaikerk te Appingedam (2012) aan – een van Helmantels kerkinterieurs, naast stillevens zijn andere grote thema. „Het schilderij heeft wel tien jaar op zaal gehangen”, zegt Helmantel glunderend. De aankoop van het Groninger Museum liet voor hem zien dat de felle strijd van vroeger gestaag aan het wegebben was. Experiment en traditie zijn nog steeds twee verschillende werelden, zegt hij, maar de felheid is weg, ze kunnen nu makkelijker naast elkaar bestaan.

Het is ook beter zo, vindt Helmantel. Hij ziet zich weliswaar niet als „modern schilder”, maar wel als een „hedendaags schilder”. Hij is nieuwsgierig, ook naar wat er in andere delen van de kunstwereld gebeurt. Dat kan wederzijds vruchtbaar zijn, denkt hij, ook voor figuratieve schilders. Want, zegt de man die als boegbeeld van het traditionalisme bekend werd: „Als je figuratief schildert, dan wil dat nog niet zeggen dat je kwaliteit maakt. Je moet niet bij alleen het plaatje blijven. Er moet een visie aan ten grondslag liggen. En die moet zich openbaren in die figuratie.”

Henk Helmantel, Uienstilleven met grote fles, 2021.

‘Van niets iets maken’

In zijn atelier laat hij zien hoe hij die visie vormgeeft. Op een antiekhouten kist, in de hoek naast het raam, rangschikt hij voorwerpen, een potje, een glas, een stuk fruit. Toeval is het meestal, hij combineert wat hij in huis vindt, een echt „programma” houdt hij er niet op na. Al decennia doet hij het zo, en al decennia valt vanuit het raam op het noorden hetzelfde Groningse licht erop.

Tegelijk is ook dat een van de grote kritiekpunten vanuit de moderne kunstmusea: een Helmantel is steeds hetzelfde. Maar de schilder wil het zo: ergens midden jaren zeventig, rond de tijd dat hij zijn intrek in de pastorie had genomen, vond hij de vorm waarvan hij zag dat het goed was, en sindsdien is het redelijk hetzelfde gebleven, „op wat kleine sprongetjes na”. Dus: wat is hier dan de ‘visie’ die figuratief werk volgens hem nodig heeft?

Helmantel omschrijft het zelf als „hoe niets tot iets kan worden gemaakt”, hoe de leegte tussen de voorwerpen kan worden gebruikt en er „iets betekenisvols” ontstaat.

Om die visie aan de hand van zijn eigen kunstverzameling nog eens uit te leggen, gaat hij voor de trap op. Boven hangen een paar donkere abstracte werken van zijn overleden collega Cees Stoop. Uitgerekend de traditionalist Helmantel blijkt zich verwant met de abstractie te voelen: ook in zijn werk moeten vlakken samen een spannend geheel vormen. Hij beaamt de woorden van museumdirecteur Andreas Blühm, die in 2014 Helmantels werk voor het Groninger Museum aankocht. Die gebruikte de verrassende verwantschap met de moderne abstracte kunst zelfs als een argument voor zijn aankoop: „Zonder abstracte kunst was Helmantel niet deze schilder.”

De grootste bewondering heeft Helmantel echter voor Rembrandt. In de gang heeft hij een zelfportret van de zeventiende-eeuwse schilder hangen, maar dan door hemzelf nagemaakt. „Raad eens hoe lang ik er over heb gedaan? Vier dagen. Ongeveer even snel als Rembrandt.” Want daar gaat het bij Rembrandt om, om de snelheid en kracht waarmee hij een voorstelling betekenis kon geven. Al moet Helmantel wel eerlijk zeggen dat hij zichzelf „qua mentaliteit meer verwant aan Vermeer” voelt, omdat die toch iets minder dramatisch en heftig was: „Dat ben ik ook niet.”

Het is vooral de „houding” die hem in de zeventiende-eeuwse Nederlandse schilderkunst aantrekt: deze schilders gaven de schoonheid van de gewone wereld om hen heen weer. Historisch gezien is dat een „verworvenheid van de Reformatie geweest”, voor die tijd was schilderkunst vooral verhalende kunst, het ging over Bijbel en geschiedenis. De Nederlandse schilders van stillevens en landschappen „ontdekten de wereld, lieten zien hoe bijzonder die is, hoe het licht op een glas glinstert, hoe mooi het fruit is als daar goed licht op valt” – en precies dat wil hij ook.

Statement

Snel voert de schilder nog even door zijn expositie in Museum Helmantel, kerkinterieurs, stillevens van oud-Romeins glas, zijn nieuwste werk met een antieke Chinese kom: de suggestie van zeventiende eeuw is duidelijk. Wil hij met dit soort werk niet toch ook een soort statement maken? „Stap voor even in een wereld van rust en esthetiek”, zo prijst het Cataharijneconvent de expositie zelfs expliciet aan, met Helmantels kunst als een soort mystieke ervaring, weg van actualiteit en drukte.

Helmantel kan zich voorstellen dat zijn werk bij sommige kijkers zo overkomt. Maar een vlucht uit het heden is zijn werk niet, vindt hij, en een kopie van de zeventiende eeuw evenmin. In het Singer Museum in Laren had hij in 1991 een expositie, en daar had men een zeventiende-eeuws stilleven naast dat van hem gehangen; toen kon je het verschil pas goed zien, zegt hij. De zeventiende-eeuwse stillevens zijn vaak vol, die van hem juist eenvoudig. Misschien is het wel iets typisch Gronings, zegt hij: in Groningen heeft het landschap iets eenvoudigs, het land en de lucht als twee duidelijke vlakken, en dan ligt er in het midden een dorp en verderop nog een.

Eenvoud en verstilling, daar gaat het hem om. De spullen hoeven daarbij heus niet altijd oud te zijn, zegt hij. Nee, een mobiele telefoon zou hij er niet tussen zetten, wel heeft hij kartonnen dozen geschilderd, omdat hij de textuur ervan mooi vindt: „Die worden dan verlicht door hetzelfde licht van vroeger.” Of groenten en fruit, waar hij als zoon van een groentekweker al heel jong met bewondering naar keek: „En dat is altijd hedendaags.”

En vergis je niet, zegt Helmantel. Zijn werk is meer verbonden met de wereld dan het lijkt. Boven staat een Oud-Griekse vaas van bijna een meter grootte, met een rossige terracottakleur en diverse symbolen erop, op een rood kastje. In het atelier staat nu dezelfde vaas, levensgroot geschilderd op hetzelfde kastje. Hij doet dat vaker, koopt op kunstbeurzen antieke gebruiksvoorwerpen uit China, het oude Griekenland of het oude Colombia, en zet ze op doek: „Ik ben geen echte reiziger, maar ik haal de wereld hiernaartoe. Ik zou haast zeggen, de culturele wereld van verschillende continenten komt in Westeremden samen.”

De vensterbank in het atelier van Helmantel.

En soms, tussen de alledaagse voorwerpen uit de wereldgeschiedenis, komt er daardoor toch ineens een actuele boodschap in terecht. Tien jaar geleden kreeg hij een avondmaalskelk in bruikleen, die was gevonden op de vloer van een kerkje in Karamles in Irak, verwoest door IS. Een reddingswerker had hem meegenomen met de opdracht het verhaal ervan verder te vertellen en leende hem aan Helmantel. Die schilderde hem, samen met een schaal brood; op de voet ervan staat een kruis. De geschilderde kelk uit Irak is nu in Museum Catharijneconvent te zien.

Het is een van de weinige schilderijen met een heel concreet „signaal” erin, zegt Helmantel: „De kerk is vernietigd, maar de viering van het avondmaal gaat door.”

Henk Helmantel. In een nieuw licht. T/m 17 januari 2027. Museum Catharijneconvent Utrecht. Info: catharijneconvent.nl.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Beeldende kunst

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next