Wanneer is je werk zinvol? De adviezen op dit gebied draaien vaak om één visie, zoals zelfontplooiing of de wereld verbeteren. Maar met een beetje speurwerk ontdek je allerlei manieren waarop werk zinvol kan zijn.
Eenvoudig werk kan zinvol voelen. Wieden in je tuin is een vorm van sisyfusarbeid, maar toch is het fijn als je weer een emmer vol hebt.
Werk heeft op zichzelf zingevende kwaliteiten. Het geeft structuur en ritme, het brengt je in contact met anderen en het levert iets op, of dat nou een stukje tekst is of een emmertje onkruid.
Ik liep ooit een dag mee met de chef sociale zaken in een grote stad. Zijn prioriteit was om mensen die thuis zaten met allerhande problemen weer aan werk te helpen. Niet voor de economie, maar voor henzelf. Want werk doorbreekt de negatieve spiraal en haalt mensen uit hun isolement, was zijn ervaring.
De Oostenrijkse sociaal-psycholoog Marie Jahoda beschreef als een van de eersten deze functies van werk.
Werken is sleutelen aan jezelf. Ik was een jongen uit een arbeidersgezin en werd schrijver en docent. Via mijn werk kon ik me ontwikkelen, kreeg ik een plek in de samenleving.
Maar werk kan je ook hinderen in je ontwikkeling. Vorig jaar las iedereen in mijn omgeving het boek van Simon van Teutem: De bermudadriehoek van talent. Daarin betoogt hij: ga als consultant, jurist of bankier niet werken op de Zuidas, want je belandt in een gouden kooi van geld, status en luxe waaruit je niet meer kunt ontsnappen.
Een studie van Jing Hu en Jacob Hirsh laat zien dat we gemiddeld bereid zijn met 32 procent minder betaling genoegen te nemen wanneer we ons werk als zinvol ervaren. Maar wie de Zuidas verlaat, gaat er in salaris waarschijnlijk meer dan een derde op achteruit.
Werk helpt je om te zorgen voor je dierbaren. Toen we een jaartje in de VS woonden, spraken we regelmatig mensen die er eer in stelden om kostwinner te zijn. In een omgeving waarin het niet vanzelfsprekend is dat je kunt rondkomen, lijkt die bron van zingeving veel meer voor te komen dan in Nederland.
Onderzoek van Jochen Menges en collega’s laat zien dat werk dat op zichzelf niet leuk is, de moeite waard wordt als je het voor je gezin doet. De onderzoekers stellen dat het gezin een belangrijke bron van motivatie voor het werk is, en niet, zoals we soms denken, een lastige vorm van afleiding.
Werk kan bijdragen aan een betere wereld. Een paar weken geleden was ik een van de bijna drieduizend mensen die hard applaudisseerden na een toespraak van Jacinda Ardern, de voormalige premier van Nieuw-Zeeland. Een van de belangrijke drijfveren in haar werk was „being useful”, vertelde ze. Ardern groeide op in een religieus gezin, met een vader die politieman was. Van jongs af aan leerde ze dat je jezelf nuttig hoort te maken en moet woekeren met je talenten. Niet voor jezelf, maar voor andere mensen.
Jacinda Ardern en haar toehoorders zijn niet de enigen die er zo over denken. Volgens een overzichtsstudie naar werk en zingeving van Brent Rosso, Kathryn Dekas en Amy Wrzesniewski is iets nuttigs bijdragen aan de wereld voor veel mensen een belangrijke factor in hun werk.
De Nederlandse priester Henri Nouwen had het geschopt tot hoogleraar aan Yale en Harvard. Maar op zijn 54ste koos hij ervoor om als pastor te gaan werken voor L’Arche Daybreak, een leefgemeenschap voor mensen met een verstandelijke beperking bij Toronto.
In een interview vertelde Nouwen dat dit de eerste keer in zijn leven was dat hij een echte roeping van God had ervaren. „Ik had het gevoel dat ik iets anders nodig had, omdat mijn geestelijke leven weinig diepgang kende.” Zijn nieuwe baan dwong hem om „volledig kwetsbaar” te zijn en „open om liefde te ontvangen en te geven, ongeacht enige prestaties.”
Volgens Rosso en collega’s ervaren gelovigen hun werk anders dan niet-gelovigen. Ze kijken vaker naar hun werk door een spirituele bril en letten daarbij op elementen als zorgzaamheid, dienstbaarheid en de verbinding met iets groters dan zijzelf.
Over wat werk zinvol maakt, bestaan veel verschillende ideeën. Het helpt mij om er een paar van eens op een rijtje te zetten. Ik realiseerde me dat in mijn eigen loopbaan verschillende manieren van zingeving elkaar afwisselen en aanvullen. Sommige werkdagen zijn spiritueel zinvol en maatschappelijk irrelevant. Soms gaan verschillende vormen van zingeving juist hand in hand.
Anderen voorschrijven wat zinvol is, lijkt me zinloos. Wat wel kan helpen, is verschillende manieren waarop werk zinvol kan zijn naast je eigen werkweken te leggen. Dit helpt mij om meer bewust te kijken naar praktische vragen als: wanneer heb ik een goede werkweek? Wat wil ik de komende tijd meer doen of juist minder?
Het helpt me ook bij iets complexere vragen, zoals: vind ik mijn werk pas zinvol als ik genoeg anderen help? Wat is ‘genoeg’? En: hoeveel geld heb ik nodig om me vrij te voelen? Of: zet juist die gedachte mij klem?
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie