Gaza Een jaar geleden werd de Culturele Boycot Israël gelanceerd. NRC sprak met een aantal instellingen die hun handtekening zetten. Voor welke keuzes werden ze gesteld? Wat voor reacties leverde dat op? Waarom durfden sommigen niet te tekenen? „We volgen de boycot niet op de letter.”
Het Bijlmer Parktheater ondertekende de boycot, maar neemt beslissingen die veel verder gaan.
Fernandes was jarenlang een populaire Surinaamse frisdrank aan de bar van het Bijlmer Parktheater in Amsterdam. Als bezoeker kon je kiezen uit vier smaken: green punch, cream ginger, cherry bouquet en red grape. In 2024 werd Coca-Cola, en alle daaraan gelieerde drankjes, zoals Fernandes en Capri-Sun, van het menu geschrapt. In een verklaring stelde het theater dat Coca-Cola „een distributiecentrum en koelhuizen heeft in een illegale nederzetting op de Westelijke Jordaanoever in bezet Palestina én levert aan het Israëlisch leger”.
Met dat besluit liep het Bijlmer Parktheater voor op de in oktober 2025 gelanceerde Culturele Boycot Israël, die inmiddels door 762 culturele instellingen is ondertekend. Ze werken niet meer samen met de Israëlische staat, noch met Israëlische instellingen en bedrijven, tenzij die „niet medeplichtig zijn aan schendingen van het internationaal recht en zich ondubbelzinnig hebben uitgesproken tegen de genocide, de juridisch illegaal verklaarde bezetting en de apartheid”.
Dat het grote gevolgen kan hebben – je niet uitspreken over Gaza – merkte zanger Ed Sheeran. Hij kreeg bakken kritiek nadat hij rapper Macklemore uit zijn voorprogramma zette vanwege diens pro-Palestijnse uitspraken. Maar wat gebeurt er als je je wél uitspreekt? Een handtekening zetten onder een culturele boycot van Israël is één ding, maar wat betekent dat in de praktijk? De meeste ondertekenaars bevinden zich in de Randstad, maar wat zijn de consequenties voor een culturele instelling daarbuiten? NRC sprak met een aantal ondertekenaars en maakt na een jaar de balans op.
Centraal Museum Utrecht, Nederlands Film Festival, Museum Arnhem, theatergroep Suburbia, muziektheatergezelschap Orkater en literatuur- en muziekfestival Crossing Border zeggen dat ze de boycot (nog) niet hebben hoeven toepassen. Bij het Wereldmuseum werd het ‘ethisch kader’ ‘uitgebreid en aangescherpt’, wat ‘incidenteel heeft geleid tot het stopzetten of niet aangaan van een samenwerking en het kritisch bezien van bestaande samenwerkingen’. Andere organisaties kwamen, soms na enig aandringen, met voorbeelden.
Directeur Jeroen Bartelse van TivoliVredenburg kiest zijn woorden zorgvuldig. Toen hij zijn handtekening onder de boycot zette, vanwege „de systematische onderdrukking van Palestijnse burgers, zoals gerapporteerd door onafhankelijke VN-organen en mensenrechtenorganisaties”, wist hij dat het Utrechtse muziekgebouw „in de wind kwam te staan”. Hij was niet verrast dat de annulering van een debattoernooi voor studenten, afgelopen juli, door deelname van tien teams van Israëlische universiteiten tot woedende reacties leidde. Toch was het „heel naar” dat collega’s bij de receptie en kassa’s „een volle laag aan intimiderende reacties kregen”.
Culturele instellingen moeten zich houden aan de principes die zij onderschrijven, vindt Bartelse. Maar dan hebben ze wél de verantwoordelijkheid de organisatie weerbaar te maken. Zo introduceerde TivoliVredenburg twee jaar geleden een handreiking die medewerkers helpt te bepalen hoe ze om moeten gaan met demonstraties, ordeverstoringen en agressie. Onder leiding van een veiligheidsteam spelen ze casussen na met „ontvlambare situaties en thema’s”.
Ook Cees van ’t Hullenaar, zakelijk directeur van het International Documentary Film Festival Amsterdam (IDFA) stond in de wind toen bleek dat er vorig jaar geen Israëlische producties op het programma stonden, kort nadat het festival de boycot als „moreel signaal” had ondertekend. „Die zaken werden aan elkaar gekoppeld, maar onze selectie stond al vast voor wij de boycot ondertekenden”, zegt hij. „We hebben dat pontificaal op onze website gezet, maar er viel niet tegenop te communiceren.”
IDFA vertoont films van onafhankelijke kritische makers uit alle landen, zegt Van ’t Hullenaar. Voor de komende editie staan drie films van Israëlische makers op het programma. „Als een film artistiek voldoet kijken we hoe die gefinancierd is, en of de maker volledige vrijheid had. Daarbij volgen we de boycot niet op de letter. Want dat een film gefinancierd is door het Israëlische filmfonds, wil niet zeggen dat de maker niet onafhankelijk is. Zo vloog regisseur Danae Elon in 2024 naar Amsterdam om ons ervan te overtuigen dat de wereldpremière van Rules of Stone op IDFA moest plaatsvinden, ook al was die film door het Israëlische filmfonds gefinancierd.”
Protestposters voor Paradiso in verband met het concert van de Ierse band Kneecap op 5 en 6 september 2025.
Paradiso zette relatief laat een handtekening onder de boycot, vertelt een woordvoerder van de Amsterdamse popzaal, omdat medewerkers „moesten bijkomen” van de vele bedreigingen – online en fysiek – naar aanleiding van de geplande optredens van artiestenduo Bob Vylan en de band Kneecap, die zich uitspreken tegen het Israëlische geweld in Gaza. „Ondertekening zou wéér ophef kunnen veroorzaken”, zegt hij, wat overigens meeviel. Niet lang na de ondertekening van de boycot kwam een psychedelische funkband uit Tel Aviv ter sprake tijdens een vergadering. De programmeur was enthousiast over Sababa 5, waarna een „deep search” volgde naar de politieke denkbeelden van de band. „Ze hadden ooit een nummer gemaakt met een artiest die voor het Israëlische leger optrad, maar dat vonden we niet ver genoeg gaan voor een boycot. Voor de zekerheid hebben we de mensen achter de culturele boycot gebeld, en die waren het met ons eens.”
Ook Rachel van Olm, directeur van het Rotterdamse theater Walhalla, ging niet meteen overstag toen een bekende cabaretier haar programmeur aanraadde de Israëlische standupper Noam Shuster-Eliassi te boeken. „We wilden eerst weten hoe ze tegenover Netanyahu staat”, vertelt ze. Toen bleek dat Shuster-Eliassi in haar optredens harde politieke noten kraakt, werd zij door Walhalla vastgelegd. Van Olm: „Ik heb de boycot ondertekend omdat ik paniek voelde bij de gedachte dat ik níéts doe met alles wat er in Gaza gebeurt.”
Niet alle originele ondertekenaars zijn nu nog terug te vinden op de lijst. De politieke en maatschappelijke druk wordt soms simpelweg te groot. Zo ook bij een ’theater in een provinciestad’, vertelt de directeur, die vanwege de grote ophef die destijds ontstond én de angst op herhaling anoniem wil blijven. Zijn naam en die van het theater zijn bij de redactie bekend. „In de provincie heerst een totaal andere dynamiek dan in de grote steden”, vertelt hij. „Je staat als culturele instelling centraler in de stad, je ligt meer in de loop en de lijntjes naar bijvoorbeeld de politiek zijn veel korter.”
Na het ondertekenen van de culturele boycot door het theater vlamde de polarisatie binnen de gemeenschap op. „Er hoeven maar een paar mensen met invloed binnen de lokale politiek te zijn, die de gemeenteraad bestoken met brieven. Het werd al heel snel behoorlijk fanatiek.” Volgens de directeur werden er verkeerde aannames gedaan, zoals dat elke Israëliër en Jood de toegang tot het theater zou worden ontzegd. „De feiten werden verdraaid en het gebeurde allemaal achter mijn rug. Met sommige mensen was een redelijk gesprek onmogelijk”, vertelt hij. „Ik had niet verwacht dat een deel van de mensen het zó hoog zou laten oplopen.”
Het theater kreeg te maken met boze bezoekers, werd gebeld door de cultuurambtenaar, en ook de lokale wethouder, die door de rest van de gemeenteraad onder druk werd gezet, nam contact op. Sommigen suggereerden aan de gemeenteraad dat de subsidie voor het theater moest worden ingetrokken. „Je wordt in een verdedigingspositie gedwongen, ik moest uitleggen wat er in het persbericht stond.”
Het deed zijn positie geen goed dat op dat moment geen ander provinciaal theater de culturele boycot had ondertekend. Er werden voortdurend vergelijkingen gemaakt met theaters in omliggende steden die niet meededen aan de boycot. „Ik heb het bij die directies nagevraagd. Velen wílden wel, maar vonden het gewoon te eng.”
De druk werd uiteindelijk zo hoog, dat het theater zich bij het staakt-het-vuren op 10 oktober 2025 van de lijst liet halen. De woede ebde daarna weg, mede omdat enkele weken later op korte afstand van het theater rellen rondom de komst van een asielzoekerscentrum plaatsvonden. „Wij raakten meteen op de achtergrond, maar het geeft wel aan hoe sterk de polarisatie kan zijn binnen een kleinere gemeenschap.”
Zou de directeur een dergelijke culturele boycot nog eens ondertekenen? „Nee. Niet vanwege de inhoud, daar sta ik persoonlijk nog steeds achter. Maar als er zó veel verdraaid wordt, ben je als culturele instelling machteloos. De schok dat het zo uit de hand kan lopen was gigantisch.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie