Eli Lilly De gemeenteraad van Katwijk stemt donderdag over het plan van farmaciereus Eli Lilly om er een enorme dieetpillenfabriek te bouwen, vlak naast een recreatieplas. De haast is groot en kritiek op de plannen wordt niet getolereerd, merkt LUMC-hoogleraar Joke Meijer: „Ik wist niet dat zoiets mogelijk was in Nederland.”
Het Valkenburgse Meer in Katwijk. De fabriek van Eli Lilly komt rechts aan de overkant.
Burgemeester Cornelis Visser (CDA) heeft de Almachtige een krap half uur eerder tijdens het ambtsgebed gevraagd om veel „wijsheid en bedachtzaamheid” als hij de deuren van het zaaltje waar de Katwijkse gemeenteraad vergadert, laat sluiten voor het publiek. Het is 13 maart 2025, iets voor acht uur ‘s avonds, en wethouder Gerard Mostert (ChristenUnie) wil de 29 aanwezige raadsleden in alle beslotenheid bijpraten over het enorme bouwproject dat met ongekende snelheid op Katwijk afraast.
Het Amerikaanse farmacieconcern Eli Lilly wil in Europa een fabriek bouwen voor zijn nieuwe lijn dieetmedicijnen. Uit een lijst met 66 mogelijke vestigingslocaties, verspreid over heel Europa, heeft Eli Lilly een verlaten kassengebied aan de rand van Katwijk uitgekozen. Het terrein grenst aan het Leiden Bio Science Park, een bedrijven- en vastgoedcluster waarin diverse gemeenten, het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en medische en farmaceutische ondernemingen samenwerken. Ook ligt het vlakbij het Valkenburgse Meer, een populaire recreatieplas.
Het beursgenoteerde Eli Lilly behoort tot de grootste farmacieconcerns ter wereld. Het heeft een beurswaarde van 1.080 miljard dollar en zette vorig jaar voor 65 miljard dollar om (ruim 57 miljard euro). Voor dit jaar rekent het op meer dan 85 miljard dollar omzet.
De Amerikanen houden van tempo maken. Ook in Katwijk willen ze, samen met de Rotterdamse projectontwikkelaar Red – eigenaar van de kassen en de grond – zo snel mogelijk van start. De beoogde bouwsom van de fabriek is 2,6 miljard euro, en elke dag vertraging kost geld. Ze hebben de volledige steun van het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA), een afdeling van het ministerie van Economische Zaken die multinationals warm probeert te krijgen voor investeringen in Nederland.
Wethouder Mostert valt met de deur in huis, blijkt uit onlangs vrijgegeven verslagen van de besloten raadsvergaderingen. De rijksoverheid is vanwege de werkgelegenheid en de uitstraling voor het Nederlandse vestigingsklimaat groot voorstander van de komst van de fabriek en wil die doordrukken. De formele beslissing daarover ligt echter bij de Katwijkse gemeenteraad. „De druk wordt opgevoerd”, vertelt Mostert aan de raad. „Andere overheden” willen dat Katwijk snel instemt met de bouwplannen, in „het belang van de BV Nederland”. Elk uur telt: een dag later moet de gemeente de eerste knopen doorhakken met topambtenaren, Eli Lilly, een vertegenwoordiger van het Leiden Bio Science Park en de projectontwikkelaar.
De gemeente Katwijk zit in het voorjaar van 2025 niet op Eli Lilly te wachten. Zo bestaat twijfel aan de „meerwaarde” ervan voor de regio, staat in de vrijgegeven stukken van de gemeenteraad. Zijn er geen betere plannen denkbaar voor het oude kassengebied? Het argument van Economische Zaken dat de farmaceut „een grote Research & Development-tak meebrengt” klopt niet, schrijft de burgemeester.
De druk op Katwijk is niettemin hoog. Elke paar dagen is er overleg tussen gemeente, Rijk, provincie, projectontwikkelaars en consultants. Nee zeggen wil de gemeente niet; in plaats daarvan formuleert Katwijk strikte randvoorwaarden. „Dan heeft de gemeente ook wat uit te ruilen”, zegt wethouder Mostert in maart 2025 tegen de raad. Katwijk wil onder geen beding dat het bedrijf op meer dan 15 hectare grond gaat bouwen. Het terrein mag evenmin een „Amerikaanse ‘platte pannenkoek’” of een „gated community” worden, zegt Mostert.
De opstelling van Katwijk wekt ergernis bij de provincie Zuid-Holland en de ministeries van Economische Zaken (EZ) en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO). De gemeente stelt volgens hen „te hoge eisen”, schrijft de burgemeester op 10 april 2025 in een openbaar gemaakte update aan de gemeenteraad. Als het zo doorgaat, dreigt het project te stranden, staat in de brief.
De partijen besluiten te „de-escaleren” en organiseren een dag later een gesprek. Daarbij schuift de hoogste ambtenaar van VRO aan. De strategie van de gemeente is, schrijft de burgemeester: zo lang mogelijk „aan tafel blijven”. Bij het college van B en W leeft de vrees dat het Rijk en de provincie anders zónder Katwijk het project voortzetten of „de komende jaren niet mee zouden willen werken aan grote investeringen in Katwijk”.
De plek waar Eli Lilly gaat bouwen, is een voormalig kassengebied. De kassen die er nog stonden worden afgebroken.
Dus blijven ze praten met Lilly. Burgemeester Visser noemt dat „risicovol”, omdat het „verwachtingen wekt”. De strategie is duidelijk. Katwijk sputtert tegen, maar durft zich niet echt uit te spreken tegen het concern. Als wisselgeld probeert de gemeente zoveel mogelijk gedaan te krijgen van Rijk en provincie op andere beleidsterreinen, zoals verkeer en wonen. Het is – in de woorden van de burgemeester – „laveren” om de „belangen van Katwijk uiteindelijk te dienen”.
Tijdens al deze onderhandelingen blijft het voor de buitenwereld geheim welk bedrijf plannen heeft om zich in Katwijk te vestigen, maar op 3 november stapt Eli Lilly vol in het licht. Het Haagse theater Amare is afgehuurd en alle hoofdrolspelers zijn aanwezig, inclusief de twee verantwoordelijke ministers. Wethouder Mostert gaat op de foto met David A. Ricks, de ceo van Eli Lilly. Ricks roemt tijdens zijn presentatie Nederland en het Leiden Bio Science Park. Daar vindt de farmaceut alles wat nodig is „voor het produceren van farmaceutische producten”, zegt hij.
Projectontwikkelaar Red en Eli Lilly hebben na de presentatie in Den Haag nog steeds haast, blijkt uit documenten die het Hoogheemraadschap van Rijnland op verzoek van NRC vrijgaf. Dat legt druk op alle betrokken overheden, óók het hoogheemraadschap dat eind 2025 is aangehaakt bij het overleg, omdat Eli Lilly industrieel afvalwater wil lozen op het oppervlaktewater.
In deze gesprekken nemen Lilly en Red het voortouw, bijgestaan door verschillende consultancybureaus. Op 16 december 2025 organiseren zij een ‘Kickoff’-meeting in het spectaculaire drijvende kantoor van de projectontwikkelaar, midden in de Rijnhaven in Rotterdam. Negen ambtenaren van Rijnland zitten daar tegenover drie ontwikkelaars en vijf consultants. Ze bespreken actiepunten en vormen werkgroepen. De toon is directief. „Rijnland beoordeelt gepresenteerd plan indien mogelijk nog voor de kerstvakantie”, staat in de puntenlijst die nadien wordt verspreid. En: „Rijnland beantwoordt de vragen […] zo snel mogelijk”.
Na afloop mailt een Red-medewerker de aanwezigen dat „wij het gevoel [hebben] dat er ook bij jullie veel positieve energie en betrokkenheid is rondom dit project.” Die ‘positieve energie’ blijkt niet uit de mails die ambtenaren van Rijnland elkaar hierover sturen. Er staat „hoge druk op de snelheid van het afgeven van vergunningen”, schrijft een medewerker een dag na de Kickoff.
Na de kerstvakantie stomen Lilly en Red door. De farmaceut kondigt aan begin april de omgevingsvergunning bij de gemeente te willen aanvragen. Een medewerker van Rijnland aarzelt over Lilly’s agendavoorstel. „Ik zie dat ze ons vrij weinig tijd geven om te reageren op verschillende stukken. Nu lijkt het alsof de planning misgaat als er iemand twee dagen niet is”, mailt hij. Een collega reageert: „Ik zou minimaal een week willen aanhouden.”
Ruim een maand nadat Lilly de vergunning conform zijn eigen planning heeft aangevraagd, komt het alsnog tot een clash. Lilly stelt – anders dan afgesproken – op 8 mei voor dat het bedrijf het vervuilde water uit de fabriek zal afvoeren in het gemeentelijk riool. Afgevaardigden van het Hoogheemraadschap van Rijnland, de regionale Omgevingsdienst en de gemeente zijn „compleet overrompeld”.
De afvalzuiveringsinstallatie van de gemeente, waar het riool op uitkomt, kan medicijnresten helemaal niet verwijderen, klinkt het bij de Omgevingsdienst. Bij de overheden loopt de irritatie op: Lilly stelt dat het „de publieke opinie” tegen zich heeft als het bedrijf zelf het vervuilde water zuivert. „Als Lilly zo begaan is met de samenleving én zich bezorgd maakt over haar imago dan moeten ze vóóral niet haar risico verleggen naar Rijnland”, mailt een Katwijkse ambtenaar aan zijn collega’s bij Rijnland en de Omgevingsdienst.
De lokale overheden zien niks in het plan en mailen een week later aan Lilly: „The events of last Thursday do not sit well in Katwijk and Rijnland.” Zij stellen dat ze „verrast” zijn over de „plotselinge verandering” in de plannen met afvalwater en weigeren verder te praten tot dit is opgelost. „We kunnen ons niet veroorloven zo te werken”, schrijft een ambtenaar van de gemeente.
Twee uur na dit ultimatum is het probleem alweer opgelost, blijkt uit de vrijgegeven mails. Eén van Lilly’s adviseurs belt en verzekert Rijnland dat Lilly zélf gaat zuiveren. Ook huren de Amerikanen een volgend consultancybureau in, Bilfinger, om nóg een rapport op te stellen – deze keer over alle schadelijke stoffen die vrij kunnen komen bij de medicijnproductie. Rijnland wil er al langer een overzicht van, om in te kunnen schatten of de beloftes van Lilly realistisch zijn.
Niet alleen het hoogheemraadschap, ook de media en de inwoners van Katwijk krijgen in het voorjaar van 2026 in de gaten in wat voor tempo Eli Lilly afstevent op goedkeuring van de bouwplannen. Het Leidsch Dagblad voert de berichtgeving over de fabriek op, buurgemeenten en critici beginnen zich te roeren.
Vrijwilligers helpen bewoners van Katwijk met het invullen van zienswijzen tegen de geplande pillenfabriek van Eli Lilly bij het Valkenburgse Meer, juli 2026.
Tegengas komt niet alleen van Katwijkers, maar ook uit academische kringen. Een hoogleraar en een docent van het Erasmus MC Rotterdam vragen zich in Trouw af waarom de overheid niet inzet op preventie van overgewicht, in plaats van extra haast te maken met het faciliteren van een fabriek voor dieetpillen, op een plek waar omwonenden door te recreëren juist hun gezonde gewicht bewaken.
Ook bij het Leids Universitair Medisch Centrum, zakelijk nauw verweven met het Bio Science Park, is niet iedereen enthousiast. Zo schrikt Joke Meijer, gelauwerd hoogleraar hoogleraar neurofysiologie, van de plannen. Kiezen voor de Lilly-fabriek vindt zij kiezen voor vervuiling en CO2-uitstoot, en tegen natuur en recreatie.
Meijer is oprichter van het BioClock-consortium, waarin het LUMC samenwerkt met andere universiteiten, maatschappelijke organisaties en overheden. Dit consortium pleit voor gezondheid van mens en dier „in een moderne maatschappij die 24 uur per dag draait”. Ook is de hoogleraar, die dit voorjaar met emeritaat ging, een uithangbord voor het LUMC. Ze haalde talrijke subsidies binnen voor het Leidse ziekenhuis, is een graag geziene gast in de media en werd tijdens haar afsluitende college benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Het LUMC memoreerde tijdens de ceremonie haar „uitzonderlijke wetenschappelijke prestaties, leiderschap en maatschappelijke inzet”.
Meijer spreekt zich in juni in het Leidsch Dagblad uit tegen de bouw van het „industriële complex van duizenden vierkante meters, met gebouwen van 39 meter hoog, dat dag en nacht in bedrijf is”. Haar uitspraken vallen volstrekt verkeerd bij het LUMC, dat in zijn jaarverslag juist een lans breekt voor het „versterken van de rol van het Leiden Bio Science Park”. Het ziekenhuis wil „publiek-private samenwerking” aanjagen, „synergie versterken” en meer doen aan „business development”. Een bekende hoogleraar uit eigen kring die openlijk pleit vóór de natuur en tegen de komst van een grote farmaceut, past niet in dit beeld.
Het LUMC grijpt hard in, omdat de hoogleraar zich niet aan het persprotocol zou hebben gehouden. Het ziekenhuis neemt haar toegangspas in, zodat ze het gebouw waar zij altijd heeft gewerkt en nog steeds promovendi begeleidt niet meer kan betreden. Ook wordt de hoogleraar een jaar lang de toegang tot het terrein ontzegd. Meijer bevestigt tegenover NRC de gang van zaken en zegt dat ze zich tot het voorval niet kon voorstellen „dat zoiets mogelijk was in Nederland”. Verder wil ze geen commentaar geven.
In de weken daarna wordt in Katwijk druk gesleuteld aan een deal die het tempo erin houdt en voor de gemeenteraad acceptabel is. Er zijn inspreekavonden, het Rijk zegt 72 miljoen euro toe voor investeringen in de bereikbaarheid van het gebied en op 18 juni stemt de raad „voorlopig” in met de komst van de fabriek.
Donderdagavond 1 oktober zal de Katwijkse gemeenteraad formeel over de fabriek stemmen. Spannend wordt het vermoedelijk niet, vorige week gaf een flinke meerderheid van de raad aan in te stemmen met de plannen. Alleen twee kleine oppositiepartijen lijken tegen. Een aantal inwoners pleit nog voor een referendum over de komst van Eli Lilly, maar dat verzoek maakt weinig kans.
Het strakke tijdschema en de bouwplannen van Eli Lilly zijn vrijwel ongeschonden gebleven. Omwonenden houden er rekening mee dat de fabriek straks 30 hectare beslaat, twee keer meer dan wethouder Mostert ruim een jaar eerder als maximale omvang wenste. Ook hoeft Eli Lilly pas verder in detail uit te leggen over de wijze waarop en hoe grondig het zijn afvalwater gaat zuiveren als het bedrijf een vergunningsaanvraag bij Rijnland indient. Het waterschap heeft weliswaar integraal onderzoek afgedwongen naar de milieueffecten van de medicijnproductie in Katwijk, maar Lilly kan intussen gewoon doorgaan met de voorbereidingen. Ook hoogleraar Joke Meijer heeft ingebonden. Ze heeft sinds kort weer toegang tot haar werkplek en heeft onder protest beloofd dat ze het LUMC de volgende keer tijdig op de hoogte stelt als ze wordt geïnterviewd. Over de inhoud van haar uitingen zijn geen afspraken gemaakt.
„We zijn niet over één nacht ijs gegaan”, zei wethouder Mostert eind september tegen de gemeenteraad. „Er zijn ook nadelen” voor Katwijk aan de bouw van de fabriek, maar de „economische betekenis” geeft de doorslag. De 2,6 miljard euro van Lilly „is niet alleen goed voor de Nederlandse economie, maar ook een belangrijke versterking van het life science en health cluster in de regio”.
Dit artikel is gebaseerd op gesprekken met betrokkenen en op documenten die zijn vrijgegeven na een beroep op de Wet open overheid (Woo) door NRC, het Leidsch Dagblad en Allesoverkatwijk.nl.
Het LUMC wil „vanwege de privacy” niet ingaan op het innemen van de personeelspas van hoogleraar Meijer. Een woordvoerder mailt dat het LUMC de academische vrijheid en de vrijheid van meningsuiting van medewerkers „toejuicht”. Tegelijkertijd hanteert het LUMC „richtlijnen ten aanzien van mediaoptredens”.
Het ziekenhuis ziet de komst van Eli Lilly „als kans voor verdere innovatie en ontwikkeling van het Leiden Bio Science Park” en heeft „begrip” voor zorgen die worden geuit. „We vinden het belangrijk om daar oog voor te houden en hierover in gesprek te blijven met elkaar.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie