Het begrip snacken mag best uit het verdomhoekje, vindt Mariëlle de Vaal, omdat „het zoveel meer is”.
Mariëlle de Vaal moet lachen als ze de vraag krijgt, maar nee, ze is niet iemand die elke avond chips voor de tv zit te eten. Het is geen gekke vraag aan een snackexpert: iemand die vier jaar lang onderzoek deed naar de rol van snacken in het dagelijks leven. „Ik ben me natuurlijk wel veel meer bewust geworden van wat ik wanneer eet. Af en toe eet ik iets buiten de maaltijden om, als ik trek heb: van fruit en groenten tot chocola en crackers.”
Eind augustus promoveerde De Vaal op haar studie, getiteld More Than A Snack, bij de afdeling Food Quality & Design van de Universiteit Wageningen. Daar schreef ze eerder ook een masterthesis over hoe en waarom moeders snacks geven aan hun kinderen, vertelt ze via een videoverbinding met haar huis in het Gelderse dorp Didam. „Mijn vraag was daarbij: wat motiveert moeders om bepaalde typen snacks of producten aan hun kinderen te geven? Hoe staan ze er zelf tegenover? Heel boeiend. Toen er een plek vrijkwam om promotieonderzoek naar snacken te doen, heb ik daarop gesolliciteerd.”
Voeding had al haar interesse. Onder meer de psychologische kant van eten. „Waarom eten en drinken we zoals we eten en drinken? Welke doelen hebben we behalve het fysieke aspect? Dat waren vragen die me al bezighielden. Dus snacken was het perfecte onderwerp toen het op mijn pad kwam.”
Maar haar motivatie werd ook gevormd door familieomstandigheden. „Mijn moeder heeft nierproblemen. Daardoor had ik als tiener al de vraag hoe we haar voedingspatroon zó konden vormgeven dat ze alles kon eten en drinken wat ze lekker vindt, zonder haar nieren in gevaar te brengen. Ik ging cursussen volgen, ook in Wageningen, over de rol van macro- en micronutriënten in voeding. En samen met mijn moeder voerde ik overleg met diëtisten. Na een operatie is de gezondheid van haar overgebleven nier goed verbeterd en de functionaliteit is zelfs gestegen. Ze is anders gaan eten, maar ze zegt dat ze niet het idee heeft dat ze een dieet volgt.”
Wat als eerste opvalt in het promotieonderzoek van De Vaal is de definitie van snacken. Snacken definieert ze als alles wat buiten de maaltijden om wordt gegeten en gedronken. Dus ook een appel of banaan tussendoor, en zelfs koppen koffie en thee. Die omschrijving is veel breder dan wat in het gangbare taalgebruik doorgaat voor snacken: het eten van gefrituurde happen, troepvoer. De Vaal: „Ik hanteer snacken als een neutrale term om eten en drinken tussendoor te beschrijven.”
Het is even wennen: volgens deze definitie kun je het theehuis ook zien als snackbar. De Vaal: „De definitie van snacken is in de wetenschapsliteratuur een bekend probleem. Ik besloot het over te laten aan de deelnemers van mijn onderzoek. Soms waren snacks voor hen eten met meer vet, meer calorieën en meer zout. Maar het was ook een kopje koffie, een bakje kwark, een handje snoeptomaatjes of ongezouten noten. Alles kan een snack zijn.”
In haar onderzoek maakt De Vaal dus geen onderscheid tussen kwark en frikandel. Van termen als ‘gezond’ of ‘ongezond’ blijft ze liefst weg. „Ik wil me onthouden van de morele waarden die aan vormen van eten worden toegekend. Mijn onderzoek richtte zich op de vraag waarom iemand snackt, welk product iemand kiest, en in welke context.”
Weet je trouwens, zegt ze daarna, dat het woord ‘snackbar’ Nederlandse roots heeft? „Heel leuk. Het komt van het Middelnederlandse woord snacken, oftewel gretig toehappen.”
Als deelnemers selecteerde ze een specifieke groep: 264 millennials (geboren tussen 1980 en 2000), die bij de start van het onderzoek tussen de 22 en 42 jaar waren. „Millennials vormen niet alleen de grootste consumentengroep, maar het is ook een groep waarbij zich veel veranderingen voltrekken en veel manieren van leven voorkomen. Sommigen zijn net afgestudeerd, sommigen hebben nog geen of net wel een partner, of al kinderen.”
Een grote trend is ‘snackification’, zegt De Vaal. „Snackification laat zien dat mensen niet alleen steeds meer snacken, maar ook dat maaltijden flexibel worden. De maaltijden op vaste tijdstippen – ontbijt, lunch, diner – worden vervangen door minimaaltijden of door snacken. Soms eten mensen continu door de dag heen, zoals koeien grazen, waarbij we dus met kleine beetjes eten en drinken aan onze behoeftes voldoen. Dat is snackification.”
In het licht van die fluïditeit onderzocht De Vaal wat voor waarde mensen toekennen aan snacken. „Mijn conclusie was dat snacken een belangrijke manier is waarop mensen structuur, betekenis en richting geven aan hun leven. Het is veel meer dan puur het tot je nemen van een product. Het is een manier van verbinden, een manier van genieten en een manier om het leven ten volste te beleven.”
Hoe mensen dat doen verschilt per persoon. „Het kan een ritueeltje zijn om bij te komen van een lange dag. Of een moment van verbinding met je collega’s op kantoor, met wie je een praatje maakt bij het koffiezetapparaat. Het kan ook zelfverwennerij zijn, omdat je iets hebt bereikt. Dat snacken echt waarde heeft, vond ik mooi om te zien.”
De meest genoemde verklaringen voor snacken waren trek en het lekker vinden, maar De Vaal zag een waaier aan redenen. Ook honger en dorst, gemak, gewoonte en gezelligheid werden veel genoemd, net als eten dat er visueel aantrekkelijk uitziet, en genot. „Trek is een meer Nederlands concept, dat de deelnemers uitlegden als een soort mindhunger: meer psychologische honger, een knagend gevoel net voordat het overgaat in een rommelendemaaggevoel.”
Gezelligheid is al even Nederlands, een woord dat ze moest uitleggen in haar Engelstalige boek. „Ik heb het vertaald als verbinding zoeken. Samenzijn – specifiek dat warme gevoel van zijn met mensen met wie je een fijne connectie hebt – wordt gekoppeld aan het verlangen om te snacken.”
Het idee dat snacken een vorm van emotioneel eten is, werd nauwelijks bevestigd. „Al waren er wel mensen die even wilden bijkomen van een gebeurtenis en dan zeiden: ineens is die zak op. Maar ik zag meer rollen voor snacken dan die wij er uit traditie of vaste overtuiging aan toekennen. Dat heeft mij ook verrast.”
Fruit bleek het populairste product om te snacken. Daarmee is gezegd dat snacken ook voedzaam kan zijn, de term die De Vaal kiest in plaats van gezond. „Tot mijn verrassing stond twee derde van de snacks in de Schijf van Vijf. Dat laat zien dat snacken ook een voedzame invulling kan hebben. Gezondheid kan in dat geval een belangrijk motief zijn voor snacken.”
Snacken brandmerken als problematisch en willen uitbannen als middel om bijvoorbeeld obesitas tegen te gaan, is wat haar betreft dan ook te simpel. „Ik denk dat het veel verstandiger is om te kijken naar hoe, wat en waarom mensen snacken en in welke context. Dan kun je veel gerichter advies geven. Volgens mij kan snacken bijdragen aan een meer bewuste leefstijl.”
Dat is ook een van haar aanbevelingen voor gezondheidsadviezen. „Die aanbeveling is gericht aan beleidsmakers en partijen als het Voedingscentrum, zodat campagnes beter aansluiten op wat de consument doet. Maar het is ook een aanbeveling aan de consument zelf.”
Anders gezegd: snacken mag wel uit het verdomhoekje? „Absoluut. Het is jammer dat er maar één kant van snacken wordt belicht, terwijl het zoveel meer is.”
Buiten het onderzoek om was ze de afgelopen jaren veel bezig met haar eigen gezondheid. De Vaal werd gediagnosticeerd met het zeldzame Clarkson-syndroom. Bij deze aandoening, die ook levensbedreigend kan zijn, lekt er bij terugkerende aanvallen vocht uit bloedvaten naar omliggend weefsel. „Het is een proces van jaren geweest om ergens te komen waar mij weer wat hoop werd gegeven. Het heeft heel veel van me gevraagd. Maar het heeft me ook veel gebracht.”
De worsteling met de ziekte vormde een parallel pad tijdens haar promotiewerk. „Ergens was het mooi dat die twee paden hand in hand gingen. Als wetenschapper wist ik hoe ik in literatuur moest duiken om te leren over een ziekte die ik niet kende. Daardoor kon ik met gezondheidsmedewerkers meedenken en sparren. Terwijl mijn promotieonderzoek een manier was om mij te gronden op het moment dat ik voelde dat alle fundering onder mij vandaan werd geslagen.”
Er was nog een link met haar onderzoek, want voeding lijkt een rol te kunnen spelen bij de ziekte. Patiënten kunnen bijvoorbeeld extreme dorst krijgen bij een aanval. „In het begin was ik me daar niet van bewust. Dan dronk ik zoveel dat ik in één weekend dertien kilo aankwam. Alleen aan oedeem in mijn benen. Om ervoor te zorgen dat je niet volledig wordt overladen met vocht tijdens een aanval is het verstandig te letten op hoeveel je drinkt. Maar ik vind het ook interessant om te experimenteren met voeding, om te zien wat de symptomen verergert of triggert, en wat niet. Dat is een ontdekkingstocht.”
Inmiddels is ze onder behandeling bij het Amsterdam UMC. „Bij een internist van wie ik een medicijn op proef krijg om te kijken of dat werkt. Het gaat steeds beter. Daar ben ik super dankbaar voor. Ik heb het vertrouwen dat het goed gaat komen.”
De ziekte heeft haar ook een filosofisch inzicht opgeleverd. „Ik ben me ervan bewust geworden hoe ontzettend bijzonder het is om überhaupt te leven. Ik zeg daarmee niet dat al het lijden iets moois is. Maar ik denk wel dat het een dankbaar gegeven is dat wij het leven mogen ervaren.”
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie