Home

Het aantal jongeren in Zeeland daalt hard en dat merkt het mbo. ‘Na vijftien jaar kaasschaafmethode hebben we echt pijn’

Onderwijs Scalda in Zeeland verloor sinds zijn ontstaan in 2012 bijna een derde van zijn studenten. De mbo-instelling moet vindingrijk zijn om studies overeind te houden. Een plan om het mbo anders te bekostigen kan verlichting bieden. „Het is goed dat er extra water en mest naar de randen gaat.”

Scalda biedt onder meer opleidingen in de scheepvaart. Studenten die marine technicus willen worden oefenen in Vlissingen met simulatoren.

‘Proef het Zeeland van morgen’, staat op de menukaart die minister Rianne Letschert (Onderwijs, D66) heeft gekregen in het restaurant van Scalda in Middelburg. Haar bord is gevuld met een duurzame Zeeuwse lunch, waaronder een pitabroodje met ‘hybride’ kebab (deels plantaardig, deels vlees) en een soepje van knolselderij uit reststromen en rivierkreeftjes. Het eten wordt geserveerd door de mbo-studenten.

De lunch laat iets zien van de ambities die Zeeland heeft. De provincie wil economisch groeien, maar wel op een duurzame manier, door te innoveren in sectoren als de voedingsindustrie, de energievoorziening en alles wat zich afspeelt rondom het Zeeuwse water. Het wil meer inwoners trekken, meer woningen bouwen en investeren in bereikbaarheid en voorzieningen. Maar om van een krimpregio in een groeiregio te veranderen, moet er nog wel wat gebeuren.

Zeeland kampt met ontgroening en vergrijzing: terwijl er steeds minder kinderen worden geboren om op te leiden, gaan steeds meer werknemers met pensioen. Ondertussen neemt de behoefte aan goed opgeleide vakmensen in de regio niet af. In alle sectoren, van de zorg tot de maritieme sector, is personeel nodig, vertelt Kees Nieuwenhuijse, bestuurder van het ROC, aan de minister.

Het is maandag 21 september, de minister is op werkbezoek als voorbereiding op een Tweede Kamerdebat over een nieuwe manier om het middelbaar beroepsonderwijs te bekostigen. Die systematiek, waarover donderdag 1 oktober wordt gedebatteerd, moet scholen in krimpregio’s meer financiële zekerheid geven, zodat het onderwijs daar niet verdwijnt. Scalda is een van de mbo-instellingen die extra steun zal krijgen.

Het ROC, in 2012 ontstaan uit fusies, heeft in de loop der tijd bijna 30 procent van zijn studenten verloren. Het zijn er nu nog zo’n 8.500. Toch wilde het bestuur geen opleidingen opheffen. „Zeeland is een van de meest overspannen arbeidsregio’s”, zegt Nieuwenhuijse. „Wij moeten aanwezig zijn in alle sectoren.” Sommige studierichtingen zijn door het afnemende aantal jongeren wel erg klein geworden. Zo zijn er nog maar vier studenten die de opleiding voor tegelzetter doen. Als zulke beroepsopleidingen verdwijnen, is er in Zeeland niemand meer die dat werk kan doen. Met bezuinigingen en reorganisaties wist de school bijna het volledige aanbod in stand te houden. „Maar na bijna vijftien jaar de kaasschaafmethode toepassen hebben we echt pijn.”

De financiering van mbo-instellingen is nu nog sterk afhankelijk van hun studentenaantallen. Letschert wil dat vanaf 2029 veranderen, door een kwart van de bekostiging vast te maken. Daarnaast wil zij scholen in krimpregio’s een ‘toegankelijkheidtoeslag’ geven.

Regionale leerhubs

Scalda heeft vier grotere locaties, in Middelburg, Vlissingen, Terneuzen en Goes, en daarnaast een aantal kleinere vestigingen. Het onderwijs concentreren op één locatie, wat geld zou kunnen besparen, is volgens Nieuwenhuijse niet mogelijk. De reistijden met het openbaar vervoer zijn nu al lang, vertelt hij. „Onze studenten zijn gemiddeld een uur en twintig minuten onderweg naar school.”

Om een breed opleidingsaanbod te kunnen blijven bieden en het reizen te beperken, werkt Scalda nauw samen met werkgevers. Studenten die ver van de onderwijslocaties wonen, kunnen op de werkvloer worden opgeleid, dicht bij huis. Dat lost meteen ook het probleem op dat het moeilijk is om docenten naar Zeeland te trekken. Daarnaast trekt het ROC op met het reformatorische Hoornbeeck College in Goes, de enige andere mbo-instelling in Zeeland, die rond de zeshonderd studenten telt. Samen zijn ze bezig regionale ‘leerhubs’ op te richten, bijvoorbeeld in Tholen, Oostburg en Sluis, waar studenten zowel praktijk- als theorielessen kunnen volgen.

Letschert zegt onder de indruk te zijn van de oplossingen die Zeeland heeft bedacht om met de krimp om te gaan. Door samen te werken met andere onderwijsinstellingen is ook nog ruimte gecreëerd om te innoveren. Ze neemt na de lunch een kijkje in het Joint Research Centre Zeeland (JRCZ), eveneens in Middelburg, waar het ROC samenwerkt met de HZ University of Applied Sciences en University College Roosevelt, onderdeel van de Universiteit Utrecht. Studenten van mbo, hbo en wo verzinnen hier samen oplossingen voor praktische vraagstukken rondom de thema’s water, energie en voedsel. Ook studenten uit Wageningen doen mee.

Het Zeeuwse onderwijs moet volgens de strategische agenda van de provincie een „magneet voor talent” worden.

Commissaris van de Koning Hugo de Jonge, die ook is gekomen, biedt Letschert de ‘Strategische Agenda 2050’ aan, waarin de Zeeuwse ambities staan. „Nederland wil minder afhankelijk worden van het buitenland en Zeeland kan daaraan een geweldige bijdrage leveren”, zegt hij. „Wij hebben ruimte te bieden.” Om de Zeeuwse ambities te verwezenlijken, moet het onderwijs een „magneet voor talent” worden. De provincie wil samen met universiteiten nieuwe bachelors en onderzoeksprogramma’s ontwikkelen waarvoor studenten en onderzoekers uit de rest van het land naar Zeeland komen.

Minister Letschert ziet aanknopingspunten voor de provincie bij de ‘Talentstrategie’ die het kabinet in juli presenteerde. Daarin staat dat het kabinet talent wil aantrekken, opleiden en behouden voor sectoren die als cruciaal worden gezien voor de toekomstige welvaart van Nederland. Regio’s die hierbij aansluiten, maken volgens haar kans op financiële steun. Daarnaast komt er met de invoering van de nieuwe mbo-bekostiging, als de Kamer instemt met het voorstel van Letschert, per 2029 jaarlijks 200 miljoen euro beschikbaar voor regionale samenwerking. „Voor Scalda kan dat betekenen: ik zet op water, voeding en energie nog extra in”, zegt de minister.

Vijf uur reizen naar Breda

Twee dagen later, op woensdag 23 september, zit Kees Nieuwenhuijse in de Tweede Kamer. Hij is door de vaste commissie voor Onderwijs uitgenodigd voor een rondetafelgesprek over de nieuwe bekostigingssystematiek voor het mbo. De Scalda-bestuurder vertelt dat hij felicitaties kreeg toen bekend werd dat zijn school er geld bij krijgt. „Dat was buitengewoon ongemakkelijk.” Want de pot met geld voor het mbo wordt niet groter. Dat betekent dat andere instellingen moeten inleveren.

Volgens Wim Moes, bestuurder bij de MBO Raad, is het draagvlak voor het nieuwe bekostigingsvoorstel van de minister breed, al betekent het dat scholen soms moeten bezuinigen om hun collega’s te steunen. Om de pijn bij mbo-instellingen die straks geld moeten inleveren te beperken, is afgesproken dat ze maximaal 4 procent kwijtraken.

Scalda, dat meerdere locaties in Zeeland heeft, onder meer in Vlissingen, is in de loop der jaren bijna 30 procent van zijn studenten kwijtgeraakt.

Het zijn niet alleen scholen in de Randstad die worden gekort. Het Hoornbeeck College, dat vestigingen heeft in verschillende regio’s in het land, waaronder die in Goes, en dat een reformatorische signatuur heeft, behoort tot de scholen die er het meeste op achteruitgaan. De bestuurder van deze school die naar de Kamer is gekomen, Mark van Winkelen, ziet het zo: „Als je een klein beetje een apart vogeltje in de volière bent, dan kom je blijkbaar eerder in aanmerking voor een maximale korting dan als je wat meer in het gemiddelde veld opereert.”

Hoewel het voorstel voor de nieuwe bekostiging offers vraagt van zijn school, noemt hij het „weldoordacht”. Hij vergelijkt het mbo met een boomgaard, waarin sommige bomen aan de rand het wat moeilijker hebben. „De minister zorgt ervoor dat alle bomen genoeg water krijgen en genoeg vruchten dragen.” Hij vindt het prachtig dat ze „met al die bomen is gaan praten”, ook al zijn er „ook bomen wat minder gelukkig”. Het is volgens hem „goed dat er extra water en mest naar de randen gaat”, al is dat voor zijn eigen ‘boompje’ „toch best wel ingrijpend”.

Nieuwenhuijse heeft ook wel geluiden gehoord van collega’s die vinden dat in krimpregio’s alleen basisopleidingen op mbo-niveau 1 en 2 behouden moeten blijven. Dat zou betekenen dat jongeren voor een niveau 3- of 4-opleiding nog verder moeten reizen. Hij rekent voor dat het meer dan vijf uur duurt om met het openbaar vervoer van Cadzand naar Breda te reizen. „We zijn nog sneller in Parijs.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Onderwijs

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next