Paulien Cornelisse, die woensdagmiddag op 50-jarige leeftijd is overleden, schreef sinds 2018 drie keer per week 150 woorden op de voorpagina van de Volkskrant. Hieronder een selectie van haar columns.
Ik zag een bijzondere vogel op straat die gewoon bleef zitten. Hij flapperde wat. Zou hij gewond zijn? Hij was zwart met rood en ik wilde al opzoeken welke vogel dit dan was.
Dichterbij durfde ik niet goed te gaan, want dan zou hij natuurlijk wegvliegen en dan was mijn moment met de wilde natuur voorbij. Ik besloot van een afstandje te genieten en deze ervaring niet te verpesten door de behoefte aan kennis. Niet altijd alles willen weten, ook gewoon observeren en ‘zijn’.
Na enige tijd vloog het vogeltje stuiterend over straat weg. Het bleek de verpakking van een Mars-reep.
Gegeneerd keek ik om me heen. Gelukkig had niemand gezien dat ik zo had staan genieten van mijn diepe contact met de natuur.
Aan de andere kant, wat jammer eigenlijk dat niemand het had gezien. Hoe mindful had ik mij opgesteld jegens iets schijnbaar onbelangrijks als een Mars-papiertje! Wat een verlichte vrouw!
Het is inmiddels een traditie geworden dat er op de route van de Tour de France grote penissen (penes?) op de weg getekend worden. Dit gebeurt omdat er camera’s boven de route vliegen, waardoor je als penisschilder op tv kunt zien hoe de renners over ‘jouw’ penis heen fietsen. Dat moet een heerlijk gevoel zijn.
Er zijn verschillende penisstijlen. De meest abstracte ziet eruit als het Monument op de Dam met twee grote cirkels aan de onderkant.
Op de website van de NOS zag ik een filmpje over een Frans tweemansteam dat de tekeningen moet verhullen. Overschilderen is geen doen, dus ze maken van zo’n penis een uiltje (ballen worden ogen) of een vlinder (voelsprieten op de eikel en ballen uitwerken tot vleugels). Ze doen dit gelaten zuchtend.
Het resultaat is een ambigu gesamtkunstwerk, want je kunt een penis wel verhullen, maar hij komt toch overal doorheen. En dus staat de route nu vol met vliegende piemels.
Het is taboe om boeken weg te gooien, want boeken waren ooit onze cultuur. Een boek in de oud papierbak gooien? Alleen na zonsondergang. Wij hebben wel eens een boek verbrand – met diep-geschokte reacties als gevolg.
Omdat boeken soms toch uit huishoudens moeten verdwijnen, verschijnen er steeds meer buurtbibliotheekjes/weggeefkasten met uit huis geplaatste boeken. Toen dit fenomeen opkwam, was ik vol lof. Wat heerlijk, een gratis boek uitzoeken en er zelf een paar achterlaten! Het was dus wel degelijk mogelijk om boeken te laten verdwijnen, en nog op een edele manier ook.
Inmiddels zijn er zo veel weggeefkasten dat er duidelijke kwaliteitsverschillen zichtbaar worden. Vaak geldt: hoe kleiner, hoe beter. Bij een kleine kast wordt namelijk nagedacht over wat erin staat. Er zijn helaas ook veel verregende triplex constructies waar boeken uit 1982 in staan met titels als Computers zien en begrijpen. Naar de stort ermee, fluister ik.
Wat zal u missen aan Paulien Cornelisse? Bij wijze van eerbetoon willen we graag weten wat volgens u haar mooiste aflevering van ‘150’ was. Uit de inzending stellen we een royale bloemlezing samen. Wellicht heeft u er een uitgeknipt, bewaard of op de ijskast hangen – we horen ook graag waarom dit uw lievelingscolumn is. Stuur uw favoriet, liefst vóór donderdag 1 oktober 11.00 uur naar 150@volkskrant.nl.
Natuurlijk hadden we er nooit aan gedacht om de batterijtjes van het kattenluikje te vervangen. Het is al een absurd idee dat een kattenluikje batterijtjes heeft. De elektrische component betreft het volgende: er zit een sensor in het luikje, die de onderhuidse chip van de kat kan herkennen. Op die manier wordt alleen onze kat binnengelaten.
Het begon ons de laatste tijd wel op te vallen dat de kat klaaglijk aan het mauwen was, vlak buiten de deur. Wij interpreteerden dat als tijdelijke, danwel blijvende domheid. Wat is dat toch gek, het ene moment snapt een kat het allemaal prima, het volgende moment is ze alles weer vergeten. Het kostte ontstellend lang om te ontdekken: de kát is niets vergeten, het luikje is alles vergeten.
Nu zitten er nieuwe batterijtjes in het luikje. De volgende stap is dat we het luikje opnieuw instrueren welke kat het moet doorlaten. We zijn alleen vergeten hoe dat moet.
Ik had al zo’n vijf kwartier keihard zitten lachen bij de voorstelling van Brigitte Kaandorp, maar toen brak er ineens een lied aan waarvan ik meteen voelde: ik ga huilen. Om mij heen was iedereen voorbereid, want er werden heimelijk zakdoekjes gepakt. Ik had zoals gebruikelijk niets bij me, en depte mezelf maar zo’n beetje droog met de mouw van mijn thermische ondershirt – wat een armoe.
Hoewel vrijwel iedereen aan het huilen was, deden we allemaal alsof dat niet zo was. En als je zit te ontkennen dat je huilt, dan neemt je lichaam wraak door je neus mee te laten huilen. Het is geen snot dat er op zo’n moment naar beneden zakt. Het is echt een traan, maar dan eentje die vlak voor je oog een andere afslag maakt, om zich dan, tralala, door je neusgat af te laten glijden naar je bovenlip.
Gelukkig volgde er een daverend applaus en kon ik onopgemerkt mijn neus ophalen.
Begin deze eeuw werd de ov-chipkaart ingevoerd en moest je een pasfoto inleveren. Ik knipte toen nog mijn eigen haar (iets met geld en kappersongemakkelijkheid). Met mijn zelfgeknipte haar ging ik op de foto, en die foto kwam op mijn ov-chipkaart terecht. Daar kon ik me geen buil aan vallen, dacht ik, want hoelang was zo’n kaart geldig?
Toen mijn nieuwe kaart vijf jaar later bezorgd werd, bleek dat dezelfde foto er gewoon op stond. Blijkbaar moest je zelf actie ondernemen? Dat deed ik niet, dus vijf jaar later: weer diezelfde foto. En vijf jaar daarna ook.
Onlangs kreeg ik (zonder dat ik er veel mee kon of wilde) mijn nieuwe kaart, met, jawel, nog steeds die foto uit 2001 erop. Inmiddels lijkt het alsof ik op de kaart van mijn eigen niet-bestaande anarchistische dochter reis. Misschien moet ik haar binnenkort eens vragen hoe dat ook alweer ging, je eigen haar knippen.
Als je over de A27 naar het zuiden rijdt, dan kom je onder een viaduct door waarop al sedert mensenheugenis op de rand geschilderd staat: ‘nac de parel van het zuiden’. Waarom staat er geen komma achter ‘nac’? Of een uitroepteken? Desnoods een dubbele punt of een pedant gedachtenstreepje? Welnu, als je ondersteboven hangend aan een viaduct een pakkende tekst aan het schilderen bent, dan ben je niet bezig met leestekens. Dan ben je al blij als je de kern van je gedachte hebt kunnen overbrengen voordat de politie voorbijkomt.
Eergisteren reed ik weer onder het viaduct door. De graffiti leek gerestaureerd. Lettertjes weer wat helderder, achtergrondje wat geler? Echt goed kon ik het in de gauwigheid niet zien, maar het zag er fris uit. De restaurator had, zoals het een restaurator betaamt, geen leesteken toegevoegd. Nac gewoon altijd de parel van het zuiden en verder niet zeiken met je leestekens klaar.
Ik had aardbeiensokken aan, en daardoor vertelde de bestralingstechnicus dat zij vandaag ook voor fruit was gegaan in haar sokkenkeuze. Ze hield haar voet omhoog: sinaasappels.
Ze vertelde me dat de sok in de medische wereld zo ongeveer het enige is waarmee je je kunt onderscheiden, en dat sokken daarom in het ziekenhuis echt ‘een ding’ zijn.
Ik moest denken aan romanpersonage Adrian Mole, die noodgedwongen en tegen zijn zin rode sokken aandeed naar school en zo eindelijk werd aangezien voor de rebelse revolutionair die hij niet was.
‘Op de ok zit je helemaal ingepakt, maar je sokken zijn van jezelf’, vertelde de technicus vrolijk door. ‘En dan heb je bijvoorbeeld gynaecologen die sokken aantrekken met eileiders erop!’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant