Box 3 Onder grote politieke druk kwam het kabinet met een nieuw voorstel voor het belasten van vermogens in box 3. Per 2028 moet er een nagenoeg volledige vermogenswinstbelasting zijn. De rekening daarvoor komt niet bij werkenden, maar bij spaarders, beleggers en ondernemers te liggen.
Luc Stultiens (PRO), Eelco Eerenberg, staatssecretaris van Financien en Eelco Heinen, minister van Financiën, tijdens de eerste dag van de Algemene Financiële Beschouwingen.
Het kan dus wel. Het kabinet heeft onder grote druk van de oppositie gekozen voor invoering van een volledige vermogenswinstbelasting per 2028. Zo gaat een streep door plannen om dat jaar een belasting op de áánwas van vermogen in te voeren.
Bij een vermogensaanwasheffing wordt de jaarlijkse waardestijging van het vermogen belast, ook als die winst alleen op papier is gerealiseerd en het bezit (vastgoed, aandelen) zelf nog niet is verkocht. Bij vermogenswinstbelasting staat het rendement op het vermogen (rente, dividend) centraal, niet de aanwas ervan: pas als dat vermogen wordt omgezet naar geld op de bankrekening, wordt belasting betaald.
Met deze laatste ontwikkeling in het debat over box 3 maakt de coalitie van D66, VVD en CDA versneld de draai naar een volledige vermogenswinstbelasting. De heffing gaat voor alle categorieën vermogen gelden, behalve voor beleggers in crypto en buitenlandse valuta. Zij krijgen nog twee jaar te maken met een vermogensaanwasbelasting, en gaan pas in 2030 over naar een volledige vermogenswinstbelasting.
De vermogenswinstbelasting komt in de plaats van de huidige manier van belasting heffen in box 3. Die ging uit van fictieve rendementen op bepaalde vermogenscategorieën (sparen, beleggen) en hief daar belasting over. De Hoge Raad haalde dat systeem in 2021 onderuit. Sindsdien wordt gewerkt aan een andere manier om vermogens te belasten, die meer rekening houdt met de werkelijke rendementen van spaarders en beleggers.
Ten opzichte van de eerdere plannen leidt invoering van een volledige vermogenswinstbelasting tot een enorm gat op de begroting. Volgens Financiën gaat het de komende jaren cumulatief om 15 miljard euro. Dat komt doordat de fiscus met het belasten van vermogenswinst pas geld ontvangt na realisatie van die winst, dus bijvoorbeeld als vastgoed duurder is verkocht. Bij het oorspronkelijke plan voor vermogensaanwasbelasting had de belastingdienst de aanwas jaarlijks vastgesteld, en daarover direct belasting geheven.
De vraag hoe dat gat in opbrengsten te dekken, leidde de afgelopen weken tot hoogoplopende spanningen binnen de coalitie. Minister Heinen (Financiën, VVD) wilde een deel van de rekening bij werkenden neerleggen, maar daarvoor zou geen Kamermeerderheid te vinden zijn.
Mede na gesprekken met de oppositie pasten premier Jetten en minister Heinen het dekkingsplan daarom aan. De rekening voor de nieuwe vermogenswinstbelasting komt nu volledig binnen het ‘vermogensdomein’ van de belastingen te liggen. Het voordeel dat beleggers de komende jaren krijgen doordat de aanwas van hun vermogen dus niet jaarlijks wordt belast, moeten spaarders en beleggers collectief opbrengen.
De gevolgen daarvan zijn groot. Zo gaan kleine spaarders en beleggers meer belasting betalen over rendementen die zij vanaf 2028 halen. In de oorspronkelijke plannen zat een vrijstelling voor de eerste 1.800 euro rendement. Pas daarboven zou belasting worden geheven. Die grens wordt nu verlaagd naar 1.000 euro, waardoor honderdduizenden kleine spaarders en beleggers ook belasting moeten gaan betalen over hun vermogen.
In aanloop naar het nieuwe systeem wordt het huidige heffingsvrije vermogen (zo’n 60.000 euro per persoon) voor komend jaar gehalveerd. Het effect is ook hier dat veel meer mensen volgend jaar al box 3-belasting betalen. De aanscherping voor kleine spaarders en beleggers moet zo’n 540 miljoen euro op jaarbasis opleveren.
Tot het nieuwe stelsel ingaat, krijgen beleggers ook een verhoging van het zogenoemde ‘forfaitaire tarief’ voor hun kiezen. Nu gaat de fiscus er vanuit dat beleggers 6 procent rendement halen en wordt op basis van die fictie daarover belasting geheven. Over 2027 zet het kabinet dit percentage op bijna 8, wat de staatskas iets minder dan een half miljard euro extra oplevert. Onder meer de belangenvereniging van vastgoedbeleggers heeft al laten weten dit onacceptabel te vinden.
Het grootste deel van de lastenverlichting voor vermogenden wordt echter uit een andere belastingbox betaald: uit box 2 voor directeuren/grootaandeelhouders, de box voor ondernemers. Een tijdelijke verlaging (tot 2031) van het tarief in box 2 van 31 naar 29,2 procent moet hen verleiden meer winst aan zichzelf uit te keren. Omdat het tarief daarna weer stijgt, ontstaat een prikkel om in de komende vier jaar extra winst uit te keren. Hierdoor wordt deze kabinetsperiode een kleine 4 miljard euro aan extra belastinginkomsten verwacht. Dat lijkt gunstig voor de staatskas, maar het is slechts een verschuiving van belastinginkomsten. Per saldo is dit nog steeds een lastenverlichting voor vermogenden: zij kunnen zichzelf nu goedkoper geld uitkeren dan in de toekomst.
Ten slotte wordt ook lenen uit de eigen bv verder aan banden gelegd. Nu mogen ondernemers nog tot 500.000 euro uit hun eigen bv lenen. Dat is gunstiger dan de winst als inkomen uit te keren. In vijf jaar daalt dat naar maximaal 100.000 euro. Alleen leningen voor financiering van de eigen woning worden daarvan uitgezonderd. Financiën houdt rekening met 3,5 miljard euro aan extra belastingopbrengsten tot 2031 door de aangescherpte leenregels.
Onderbelicht punt van de gewijzigde plannen is dat met name banken niet klaar zijn voor een volledige vermogenswinstbelasting. Zij leveren normaal gesproken al veel data aan de Belastingdienst, die vooringevuld in de aangifteforumlieren komen. Door de jongste wijzigingen moeten belastingplichtigen over het eerste jaar van het nieuwe stelsel – 2028 – die informatie zelf opzoeken en invullen. Dat kan met name actieve beleggers, die voor hun aangifte veel transacties moeten bekijken, veel tijd kosten.
De voorgestelde maatregelen leiden per saldo tot een structureel hogere belasting op vermogen dan onder het oorspronkelijke box 3-voorstel. Deze kabinetsperiode is het verschil met dat oude stelsel 136 miljoen euro, daarna loopt dat op tot jaarlijks 450 miljoen. Dat geld kan het kabinet gebruiken om de lasten op arbeid te verlagen. Het is een kleine, maar voor de linkse oppositie wellicht betekenisvolle verschuiving van het belasten van arbeid naar vermogen.
Door het nieuwe voorstel in een zogenoemde novelle te verpakken, een aanvulling op een bestaande wet, hoopt de coalitie haar – zelf opgelegde – deadline van 1 januari 2028 te halen. Ook een novelle moet een meerderheid in beide Kamers krijgen. Om de nieuwe regels tijdig in de systemen van de belastingdienst in te voeren, moet het politieke proces eind dit jaar zijn afgerond.
In hun brief verwijzen Jetten en Heinen meermaals naar specifieke wensen van oppositiepartijen, waarmee ze in het ontwerp van de nieuwe vermogensbelasting rekening hebben gehouden. Ze hopen dan ook op brede steun in beide Kamers.
Uit de eerste reacties blijkt daar nog niets van. PRO-leider Jesse Klaver toonde zich uiterst kritisch over de box 3-plannen, en ter rechterzijde zijn bijvoorbeeld JA21 en de SGP nog lang niet tevreden. Ook coalitiepartijen CDA en VVD zijn ongelukkig, bleek bij de Algemene Financiële Beschouwingen, met name over het zwaarder belasten van kleine spaarders. De komende maanden willen zij op zoek naar een betere oplossing.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie