Home

Door Paulien kreeg ik steeds weer zin om te schrijven, ook als ik er geen zin in had of als er niets was om over te schrijven

Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Vaak dacht ik, als ik een column schreef, aan Paulien. Dan dacht ik: wat zou Paulien hiervan vinden? Zou ze hier om moeten lachen? Als schrijver ben ik schatplichtig aan Paulien. De manier waarop ze naar taal keek en daarmee het leven, het alledaagse kon uitpluizen, terug kon brengen naar zijn essentie en die essentie dan weer bevroeg, ja, dat wilde ik ook kunnen. Door echt goede schrijvers krijg je zin om zelf ook te schrijven. Door Paulien kreeg ik steeds weer zin om te schrijven, ook als ik er geen zin in had of als er niets was om over te schrijven.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Omdat ik haar bewonderde, vroeg ik tot twee keer toe of zij het eerste exemplaar van boeken die ik had geschreven mocht uitreiken. De eerste keer kon ze niet, de tweede keer was ze ziek, maar kwam ze toch. ‘Vind je het leuk als ik nog een woordje spreek?’, appte ze. ‘Bij ontvangst van het boek zeg maar. Of is dat eigenlijk helemaal niet de bedoeling?’ Dat was ontzettend de bedoeling, stuurde ik terug. ‘Zijn er wel nootjes?’, stuurde ze toen.

Het ‘woordje’ bleek een liefdevol, grappig mini-essay waarin ze wederom allemaal essenties wist te vatten. Mijn ouders waren trots dat ze er was. Ik was trots dat ze er was. Na afloop gaf ze me haar speech. Die moet ik nog steeds inlijsten.

In de twee jaar die volgden bleef ik Paulien bewonderen. Niet alleen vanwege haar werk, maar vooral om de manier waarop ze, ondanks de ziekte, ondanks al die behandelingen en bestralingen, ondanks al het verdriet en de angst die daarmee gepaard moeten zijn gegaan, stug en rustig door bleef gaan met schrijven, met maken, met het vieren van het leven. Ze was het orkest op haar eigen Titanic (dit zou ze waarschijnlijk een lelijke vergelijking gevonden hebben).

Een paar weken geleden nog, op 26 augustus, schreef ze over een Ikea-krukje dat ze tijdens haar zwangerschap had beschilderd en waar ze nu met haar hoofd op was gevallen: ‘Later, bij de EHBO, vertelde mijn man bij de balie wat er gebeurd was: ‘Ze is met haar hoofd op een krukje gevallen.’ De verpleegkundige typte wat in. ‘Verder nog klachten?’ Vanuit een plastic kuipstoel verderop in de wachtkamer riep ik: ‘Ja, kanker!’ Je moet zoiets in een medische setting niet onvermeld laten.’

Ik kan dit stukje maar één keer schrijven en er is nog zo veel dat ik over Paulien wil zeggen, moet zeggen. Of over haar man, of haar zoon. Maar ik kan de woorden dus gewoon even niet vinden. Iets waar Paulien nooit last van had.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next