Bontgekleurde en gestreepte vlinders weten met snelle vleugelbewegingen optische illusies te creëren, die vijanden misleiden. Dat ontdekten Britse wetenschappers na simulaties van honderden Europese vlindersoorten.
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
De wetenschappers, die hun bevindingen woensdag publiceerden in Nature, deden hun onderzoek niet door langdurige observaties van vlinders in de natuur, maar maakten gebruik van filmopnamen. Van 397 Europese vlindersoorten bootsten ze met computersimulatie van tweeduizend beeldjes per seconde fladder- en zweefvluchten na. Het ging onder meer om koninginnepages, dikkopjes en bruine vuurvlinders.
Vrijwilligers werden uitgenodigd om op een beeldscherm via muisklikken te ‘jagen’ op zowel deze vlinders als op soorten met minder uitgesproken vleugelpatronen. Na drieduizend keer bleek dat de ‘jagers’ de grootste moeite hadden met het vangen van vlindersoorten die contrasterende verticale strepen of bandjes op de achtervleugels hadden.
Dat zou volgens de onderzoekers kunnen verklaren waarom opvallend weinig roofdieren (zoals kleine vogels en vleermuizen) zich hebben gespecialiseerd in het vangen van vlinders tijdens hun vlucht, ondanks hun extreme opvallendheid. Predatoren storten zich veel vaker en succesvoller op nachtactieve motten, die aanzienlijk minder kleurcontrast op de vleugels hebben. De onderzoekers denken dat de gekleurde en gestreepte vlindersoorten zich deels door evolutie op deze manier hebben ontwikkeld.
Er bestaat al veel onderzoek naar de functie van kleuren en strepen op de vleugels van vlinders. Doorgaans is de conclusie dat die dienen als schutkleuren en camouflage, en soms om vijanden af te schrikken. Een bekend voorbeeld van dergelijke ‘mimicry’ is de dagpauwoog: de ‘ogen’ op zijn vleugels zouden niet zozeer afschrikken, maar vogels en andere vijanden het idee geven dat ze in de gaten worden gehouden. Dat laatste zou die vijanden doen denken dat het zinloos is om nog energie te steken in het jagen op die vlinder.
De Britse onderzoekers stellen dat zij met hun werk voor het eerst ook het aspect van beweging meenamen bij het onderzoeken van kleuren en patronen. Hun bevindingen zijn volgens hen mogelijk van belang voor onderzoek naar zoogdieren als zebra’s, slangen en hagedissen. Ook zouden de gevonden effecten van bewegingsverwarring tot toepassingen kunnen leiden in de civiele en defensiesector, stellen zij.
Rob de Vos, curator van de vlindercollectie van Naturalis, noemt het onderzoek interessant, maar plaatst ook kanttekeningen. Zo heeft hij twijfels over de onderzoeksmethode met het beeldscherm. ‘Ik begrijp dat je moeilijk met een camera achter vlinders aan kunt gaan wanneer ze worden aangevallen. Maar ik zie toch liever in de praktijk bewezen dat het werkelijk zo werkt als de onderzoekers beschrijven.’
Dat kleuren en patronen, mogelijk in combinatie met beweging, van grote waarde zijn voor dieren, staat wel vast. Volgens De Vos zijn er voorbeelden bekend waarin vogels gedesoriënteerd raken door kleuren en glimmende vleugels. ‘De grote blauwe morphovlinders uit Zuid Amerika zijn daar een voorbeeld van. Ook staartjes bij blauwtjes en pages, en de lange staarten van komeetstaartvlinders leiden de predators af van de vitale delen van de vlinder, vooral tijdens het vliegen.’
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant