Home

Paulien Cornelisse trok iedereen in haar compleet eigen wereld. ‘Taal is mijn alibi’

Paulien Cornelisse (1976-2026) Ze wilde het ongeziene optakelen en van alle kanten monsteren: auteur, columnist en cabaretier Paulien Cornelisse liet haar publiek alles meemaken, van haar fascinatie voor taal tot de ziekte in haar lichaam. „Die cellen, dat ben ik óók.”

Paulien Cornelisse

In 2024 maakte Paulien Cornelisse bekend dat ze aan kanker leed. Daarna keerde ze terug als haar flegmatieke, slimme zelf in tv-quiz De Slimste Mens, waar ze de rol had van jurylid. Onlangs was ze in het nieuwe seizoen te zien met een mutsje op, omdat ze weer ziek was geworden en door chemotherapie haar haardos had verloren. Een reeks nieuwe cabaretvoorstellingen, met de titel Waar was ik gebleven, werd deze week geannuleerd. Deze woensdag is ze overleden, op 50-jarige leeftijd.

Paulien Cornelisse was en deed veel: ze was schrijfster, cabaretier en presentatrice, en in alles wat ze aanraakte knetterde haar volstrekt unieke, originele geest. Dat bleek onder meer in hoe aanstekelijk ze kronkels in de taal wist te betrappen en van commentaar voorzag. De bundeling van haar voor NRC geschreven columns over eigentijdse taalfenomenen in 2009 werd een bestseller, en de titel een gevleugeld begrip: Taal is zeg maar echt mijn ding.

In het cabaret, arm aan succesvolle vrouwen, was ze een opmerkelijke verschijning. Haar droogkomische voordracht koppelde ze aan een werveling van geestige hersenspinsels en wonderlijke observaties. Bij haar debuutprogramma Dagbraken in 2008 beschreef de recensent van NRC haar treffend als een „ietwat verknipte jongedame die ons aankijkt alsof het allemaal volstrekt normaal is wat ze zegt”.

Paulien Cornelisse tijdens de voorstelling Hallo Aarde.

Stand-up comedy

In het cabaret was ze terecht gekomen na een studie psychologie, van 1995 tot 2000 aan de Universiteit van Amsterdam. Van 2001 tot 2004 deed ze stand-up comedy bij de Comedytrain, tot ze besloot dat ze niet goed paste bij deze ‘jongensclub’. Bij het Leids Cabaret Festival werd ze in 2007 tweede. In het jaar van haar cabaretdebuut begon ze ook met de organisatie van vertelmiddagen onder de noemer Echt gebeurd, met collega Micha Wertheim. Voor Dagbraken ontving ze in 2010 de debuutprijs Neerlands Hoop.

Hallo Aarde werd haar tweede solovoorstelling, in 2011, waarin ze andermaal haar gevoeligheid voor hoe mensen communiceren demonstreerde. „Je hebt van die zinnen”, zegt ze in dat programma, „die heel lang doorgaan omdat de punt die je denkt te horen, toch steeds weer een komma blijkt te zijn.” En dat demonstreerde ze door die zin nog een tijdje door te laten lopen.

In 2012 volgde er een tweede bundeling van taalcolumns, En dan nog iets. Daarin verbaast ze zich opnieuw over eigenaardigheden in onze spreektaal, zoals over modieuze termen als ‘komt goed’, ‘dikke doei’ en ‘de gunfactor’. „Taal is mijn alibi”, zei ze daarover. „Het is mijn manier om te laten zien hoe mensen zich gedragen en doen.” Ook dit tweede boek werd een bestseller. Haar roem nam verder toe doordat ze in 2013 de populaire tv-spelshow Wie is de Mol? wist te winnen.

Voor haar derde cabaretsolo, Maar ondertussen (2013) tapte ze haar eigen bloed af en liet haar publiek via een microscoop haar celmateriaal zien. „Die cellen, dat ben ik óók”, zei ze. Het was een knipoog naar het idee dat een cabaretier iets van zichzelf moet laten zien. Het publiek kreeg haar, letterlijk. We leven bewust, maar ondertussen gebeurt er van alles in ons en buiten ons wat aan onze aandacht ontsnapt. Daar wilde Cornelisse het over hebben en dat typeert haar houding en haar blik: het ongeziene optakelen en van alle kanten monsteren.

Cornelisse bij de voorstelling „Hallo Aarde” gespeeld in het stadstheater van Zoetermeer.

Onrustige cellen

De aandacht voor cellen was een voorbode van de ziekte die ze zou krijgen. In het interview met NRC zei ze toen: „Ik hoorde dat ik onrustige cellen had, een voorloper van baarmoederhalskanker. Het bleek niet ernstig, maar ik was er een tijdje heel angstig van. Tegelijk raakte ik gebiologeerd door die term: onrustige cellen. Aan de dokter vroeg ik of ik dat zo tegen mijn moeder moest zeggen. ‘Nee’, zei zij, ‘want dan denkt ze dat je kanker hebt!’ Het is dus een eufemisme dat toch te eng klinkt.”

Op haar veertigste, in 2016, publiceerde ze een fictieboek met wat zij „kantooravonturen” van een cavia noemde: De verwarde cavia. Haar fascinatie voor Japan, waar ze als student zeven maanden studeerde, kon ze uitleven in twee seizoenen van de documentaireserie met de typische naam Tokidoki (Japans voor ‘soms’, maar vooral bijna ‘okidoki’), in 2018 en 2020. „Geweldige televisie”, schreef NRC. Cornelisse wilde het land niet als een rariteitenkabinet neerzetten, maar wist toch feilloos de vinger te leggen op allerhande buitenissige uitspraken en handelingen.

Ook haar vierde cabaretprogramma, Om mij moverende redenen (2017), getuigde weer van haar vermogen een compleet eigen wereld te scheppen met haar onstuitbare fantasie en knisperende associaties. In dat programma bekijkt ze het leven vanuit het perspectief van mos. Mos kan honderden jaren oud worden, dus de mens zou dit plantje maar onbetekenende wezentjes vinden, met een kort leventje. Dat idee gaf haar rust, zei ze. Aan publiek dat per ongeluk voor traditioneel cabaret kwam legde ze erbij uit: „Bij mij moet je niet zijn voor een mening.”

„„Het is fijn dat ik mijn particuliere gedachten kan overbrengen en dat mensen mij begrijpen.”

Japanse modderbal

Net als in haar derde programma waren in haar vijfde show, Aanstalten (2022) ziekenhuisbezoek, ziekte en kanker bepalende onderwerpen. Ze vertelt over haar beschadigde schildklier, belast met een gezwel dat goedaardig bleek – geen kanker. Maar daarbij had ze genoeg andere rare, vrolijke verhalen, zoals over een Japanse modderbal en een walvis die een duiker opslokte en weer uitspuwde. Verhalen die „toevallig grappig waren”, zoals ze haar cabaret karakteriseerde.

Persoonlijke ontboezemingen over wat haar lijf teisterde, keerden steeds terug in haar optredens, maar herkenbaarheid was daarbij geen streven. „Het is fijn dat ik mijn particuliere gedachten kan overbrengen en dat mensen mij begrijpen. Als ik het beige potlood zielig vind, dan deelt niet de hele de zaal dat met me. Maar ik wil iets maken wat mensen verrast.”

Dat lukte Cornelisse haar leven lang: in haar taalcolumns, haar cabaretprogramma’s, haar ultrakorte observaties op de voorpagina van de Volkskrant, haar boeken en op televisie. Haar onvoorspelbaarheid was haar superkracht, gestut door het talent op te merken wat anderen over het hoofd zien. Dat talent, en haar persoonlijkheid zullen gemist worden.

In het interview over Maar ondertussen in 2013 beschreef ze hoe existentieel haar angst voor de dood was. „Als je 23 bent, kun je de dood nog romantiseren. Ik niet meer, ik ben 37. Er zijn mensen om me heen die wel echt kanker hebben. Ik voel dat ik blij moet zijn dat ik leef. Daar gaat de voorstelling ook over.” Nadenken over de zin van het leven had ze afgeleerd. Dat was stom. „Omdat het in feite betwijfelen is of je wilt leven en die twijfel heb ik niet meer.”

Paulien Cornelisse in 2024.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next