Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Sjakie woonde in een klein huisje aan de rand van de stad, met zijn ouders en grootouders. Sjakie hield van chocola, maar het aller-, allermeest verlangde hij naar… TEKSTEN. De familie had niet veel geld. Eens per jaar, op zijn verjaardag, mocht Sjakie ‘op AI’. Dan ging de hele familie naar de openbare bibliotheek, kocht een bonnetje voor tien minuten ‘vrij internet’ en dan mocht Sjakie AI laten schrijven wat hij maar wilde.
Vlak naast Sjakies huis, stond een ENORM DATACENTRUM, stel je eens voor. Dat datacentrum was van Meneer Altman. Daarbinnen werden alle teksten van de wereld verzonnen, zei Opa Klöpping. Volgens Opa Jetten hoefde niemand zelf iets te maken of na te denken. En het meest bijzondere was: er ging nooit iemand naar binnen, en er kwam nooit iemand uit…
‘Maar wie schrijft al die teksten dan?’, vroeg Sjakie. ‘En hoe?’
‘Dat is geheim’, fluisterde Opa Jetten. ‘Top ziekret.’
‘Meneer Altman heeft fantastische uitvindingen gedaan. Hacks door niet-menselijke entiteiten, en een foto van jezelf verjongen of verouderen zoveel je wilt. Hij is een tovenaar’, zei Opa Jetten zuchtend.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
‘O, wat zou ik daar graag eens binnenkijken’, zei Sjakie. En zijn verzuchting werd werkelijkheid. Een paar dagen later stond een bericht in de krant. Meneer Altman zou vijf kinderen eenmalig een rondleiding bieden door zijn Datacentrum. Er zouden vijf toegangskaarten worden uitgegeven. De tickets waren te winnen door in een AI-programma ‘Gouden AIkkel’ te prompten. Die weken promptte de wereld zich het schompes. Drie kaarten werden gevonden door leden van de ShinyHunters en eentje door een kind van Elon Musk. Daarna was er nog maar één over.
‘Die vind ik toch nooit’, zei Sjakie. Maar toen hij een paar weken later op zijn verjaardag naar de openbare bibliotheek ging voor zijn jaarlijkse tien minuten leestijd, aarzelde hij geen seconde en schreef ‘Gouden AIkkel’. Het apparaat antwoordde prompt.
Gefeliciteerd, jij bent de vijfde winnaar.
Op de dag van de rondleiding stond Sjakie op de stoep voor het hek, tussen de andere genodigden. Ze werden omringd door een kleine menigte haveloze types, die ‘Tengels af van onze teksten!’ schreeuwden.
PIEP, PIEP, PIEP. Een door een Oempa Loempa bestuurde truck manoeuvreerde zich achteruit het terrein op.
‘Mijn boeken!’, gilde een schrijver en viel flauw.
‘Waar gehackt wordt, vallen spaanders’, giechelde een ShinyHunter. De woordenwisseling was vast op een handgemeen uitgelopen, als er niet een paar agents tussengesprongen waren.
‘Teksten?’, vroeg Sjakie. ‘Van ménsen?’ Hij wist niet wat hij hoorde.
‘Dat was vroeger zo’, zei Opa Klöpping gehaast. ‘Hup, naar binnen.’
Vlak voor Sjakie het datacentrum binnenging, de plek waar zijn stoutste dromen moeite- en bloedeloos zouden worden gereproduceerd, keek hij nog een laatste keer om. Hem beving het gevoel dat er in dat groepje mensen die zich schrijvers en stukjesschrijvers noemden plots een reusachtig gat geslagen was. Dat iemand ontbrak. Iemand met teksten die altijd een hartelijkheid, een hart bezaten, en die het resultaat waren van veel lezen, veel kijken, veel denken en veel mededogen met de ander. Iemand uit wier werk eenzelfde opgewekte, slimme verbazing sprak als wanneer je haar hoorde praten of wanneer je haar ontmoette. Iemand om enorm te missen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant