Home

De Nederlandse game-industrie kwakkelt, dus trekken gamebedrijven met spelcomputers naar de Tweede Kamer

Tussen de debatten door nemen enkele Kamerleden woensdag even een controller ter hand. Dat er spelcomputers in perscentrum Nieuwspoort staan, is een initiatief van Videogames Federatie Nederland, dat aandacht vraagt voor de worstelende Nederlandse game-industrie.

is techredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over digitale autonomie, sociale media en games.

Even heeft PVV’er Chris Jansen de highscore. Deelnemers van het evenement ‘Gamen in de Kamer’ kunnen punten verzamelen door games te spelen in Nieuwspoort. Mede dankzij zijn doelpunt in het voetbalspel EA FC, beter bekend als Fifa, belandt Jansen bovenaan het klassement. Geen wonder, want Jansen blaast graag stoom af met een beetje Fifa of Animal Crossing. ‘Er zitten wel meer gamers in de Tweede Kamer’, zegt hij. Dat klopt, want later op de dag gaat Muhaimin Al-Robayi, bestuurslid van Denk, hem voorbij op het scorebord.

Het evenement is georganiseerd door de Videogames Federatie Nederland (VGFN), de branchevereniging voor game-uitgevers. ‘Wij willen dat de game-industrie wordt erkend als relevante sector in Nederland’, zegt Jeroen Derwort, voorzitter van de Dutch Games Association (DGA), die Nederlandse gamemakers vertegenwoordigt en ervoor zorgde dat er Nederlandse games te spelen zijn in Nieuwspoort.

In economische zin is de gamebranche al belangrijk te noemen: volgens onderzoek van de DGA werkten er in 2023 4.291 mensen in de Nederlandse gamesector, verspreid over 614 bedrijven. Samen realiseerden zij een omzet van 763 miljoen euro in dat jaar. Er is dan ook veel vraag: 57 procent van Nederlanders geeft volgens de stichting aan weleens te gamen.

‘Games krijgen op dit moment weinig aandacht in het nationale cultuurbeleid’, zegt Sita Struijke, onderzoeker bij de Boekmanstichting, een onafhankelijk kenniscentrum voor kunst, cultuur en beleid.

Dat is vooral te merken aan de beschikbare subsidieregelingen voor gamemakers, vertelt Struijke. Gamemakers zijn grotendeels aangewezen op de regeling Digitale Cultuur van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Die regeling is volgens Struijke veel breder dan alleen games: er zit bijvoorbeeld ook mediakunst of audiovisuele performance in. Anders dan voor film en podiumkunsten, is er geen fonds voor specifiek gameontwikkeling.

Weinig aandacht

Het resultaat is dat er in 2025 vanuit het Stimuleringsfonds 292 duizend euro is gegaan naar gamemakers. Vergeleken met buurlanden of andere domeinen, zoals film of podiumkunsten, krijgen games in Nederland weinig aandacht in cultuurbeleid, zegt Struijke. Het Vlaams Audiovisueel Fonds investeert sinds 2022 jaarlijks 2 miljoen euro in gameprojecten en in Duitsland is er een fonds van 125 miljoen euro per jaar.

Daarom zagen veel Nederlandse gamemakers zich de afgelopen jaren gedwongen om met buitenlandse ontwikkelaars samen te werken, vertelt Peter de Jong van gamestudio Behaviour Interactive NL. Zo konden ze in aanmerking komen voor buitenlandse subsidies. ‘Bij iemand met een hart voor onze game-industrie doet dat pijn.’

Met ‘Gamen in de Kamer’ willen VGFN en DGA een achterliggend probleem aanpakken: ‘Op het bestuurlijke niveau komen we op sleutelposities altijd mensen tegen die zeggen dat ze ‘niets met games hebben’, aldus Derwort. ‘Ik voel dat zij games alleen zien als iets waaraan hun kinderen verslaafd raken.’

Derwort ontkent niet dat er zulke games bestaan, maar hij vindt dat die houding geen recht doet aan de breedte van wat games kunnen zijn: ‘De waarden die wij als mensen en als land uitdragen, belanden in films en boeken, maar ook in games.’

Neem Polders, een game waar ontwikkelaar Jos Feenstra al twee jaar lang in zijn eentje aan werkt. In de game bestuurt de speler een dijkgraaf, die al polderend een nieuw dorp bouwt voor de overlevenden van een stormvloed in de 16de eeuw. ‘Centraal staat het Hollandse verhaal’, vertelt Feenstra. ‘Ik wilde mensen al spelend laten ervaren hoe het landschap ons heeft gevormd. Ook als antwoord op de polarisatie in ons huidige land: we moeten samen polderen, anders verdrinken we.’

Broedplaats voor innovatie

Het steunen van de game-industrie is volgens Derwort niet alleen belangrijk voor de Nederlandse cultuur. Gameontwikkeling is volgens hem ook vaak een broedplaats voor bredere technologische innovatie: ‘De huidige AI-revolutie is mede mogelijk gemaakt door Nvidia, een bedrijf dat grafische kaarten voor de game-industrie maakt.’

Toch wankelt de Nederlandse game-industrie. Zo sloot Vertigo, een wereldwijde voorloper in virtualrealitygames, in 2024 de gehele Amsterdamse vestiging, waardoor zo’n vijftig werknemers hun baan verloren. Een jaar later verdween ook de Dutch Game Garden, een non-profitorganisatie en incubator voor de Nederlandse game-industrie, wegens het gebrek aan structurele financiering.

Afgelopen juni kreeg studio Playerunknown in Amsterdam een harde klap: de maker van PUBG (wereldwijd 84 miljoen keer verkocht) moest wegens een gebrek aan financiering de ontwikkeling van survivalgame Prologue: Go Wayback! staken.

Koen Deetman, co-oprichter van Keoken Interactive, vertelt dat hij de succesvolle game Deliver Us the Moon (600 duizend keer verkocht) heeft ontwikkeld met crowdfunding: ‘Er was niet echt een andere manier’, zegt hij. Ook moest het spel, en het vervolg Deliver Us Mars, op de markt worden gebracht door buitenlandse uitgevers. Het kleine aantal Nederlandse game-uitgevers durfde het risico niet aan.

De gamende kamerleden lijken wel te spreken over wat ze in Nieuwspoort zien: ‘Een prachtig mooi exportproduct’, zegt Maarten Goudzwaard (JA21) over Polders. ‘Ik neem het mee naar mijn fractie’, voegt hij eraan toe. Dat enthousiasme staat tegenover een lage opkomst: van de 150 uitgenodigde kamerleden komen er uiteindelijk slechts elf opdagen.

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next