Vruchtbaarheidsartsen Medische technieken als IVF hebben de mogelijkheden voor mensen met een kinderwens vergroot. Toch blijft leeftijd nog altijd de belangrijkste voorspeller van de kans op een zwangerschap, benadrukken fertiliteitsartsen Merel van den Berg en Odine Aandewiel-van Haastert. Ze merken dat veel mensen pas te laat beseffen hoe groot die invloed werkelijk is.
Fertiliteitsartsen Merel van den Berg (links) en Odine Aandewiel-van Haastert.
Vraag veertigers hoe groot zij hun kans op een zwangerschap die maand inschatten, en het antwoord kan zomaar 50 procent zijn, zegt fertiliteitsarts Odine Aandewiel-van Haastert. „En die kans is er nooit, zelfs niet als je twintig bent”, zegt ze. Rond je veertigste levensjaar ligt de kans volgens haar rond de 5 procent per maand.
Het is een van de misvattingen, die Aandewiel-van Haastert en Merel van den Berg, ook vruchtbaarheidsarts, steeds vaker in de spreekkamer horen. Stellen weten meestal wel dat vruchtbaarheid afneemt bij het ouder worden, maar onderschatten hoe snel dat gaat – en overschatten juist wat een vruchtbaarheidsbehandeling nog kan opleveren.
Soms komt dat besef pas in de fertiliteitskliniek. Mensen die ervan uitgingen dat een kinderwens nog toekomstmuziek was, kunnen daar ineens ontdekken dat de mogelijkheden beperkt zijn. „Dan zeggen mensen: shit, als we dit eerder hadden geweten, hadden we misschien andere keuzes gemaakt”, zegt Aandewiel-van Haastert. „Dat gaat ons aan het hart.”
Die gevoelens van spijt willen de fertiliteitsartsen voorkomen. Daarom richtten ze in 2024 Stichting Vruchtbaarheid op en brachten ze deze maand het boek Gaan we het hier nu al over hebben? uit. Zo hopen ze jongeren te bereiken vóórdat een eventuele kinderwens concreet is, zodat kennis over vruchtbaarheid al kan meewegen in keuzes die later moeilijk terug te draaien zijn.
Die boodschap vinden de artsen nodig, omdat we steeds later kinderen krijgen. Waar vrouwen in 1970 gemiddeld 24,3 jaar waren bij de geboorte van hun eerste kind, is dat nu 30,5 jaar. Bij mannen steeg de gemiddelde leeftijd in de afgelopen twintig jaar van 32 naar 32,9 jaar.
Odine Aandewiel-van Haastert (40) is arts Voortplantingsgeneeskunde bij het Meander Medisch Centrum en stemactrice. Daarnaast is ze oprichter van Stichting Vruchtbaarheid.
Merel van den Berg (40) is arts Voortplantingsgeneeskunde in het Jeroen Bosch Ziekenhuis en eveneens oprichter van Stichting Vruchtbaarheid.
Soms is de kinderwens bewust uitgesteld. „Ze willen eerst nog een huis verbouwen of een wereldreis maken”, zegt Aandewiel-van Haastert. „Meestal heel plausibele argumenten die wij goed begrijpen.”
Ook omstandigheden waar mensen minder grip op hebben, kunnen het ouderschap naar achteren schuiven. Zo blijkt uit recent onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI), dat jongvolwassenen het krijgen van een eerste kind vaker uitstellen, omdat zij geen geschikte woning kunnen vinden.
Dat wachten is volgens de artsen geen probleem zolang het een bewuste keuze is. „Je moet vooral vrij zijn om je eigen keuzes te maken over het wel of niet krijgen van kinderen”, zegt Aandewiel-van Haastert. „Maar nu zien we te vaak dat mensen eigenlijk niet weten wat het betekent voor de kansen op een kind.”
Want tegenover die steeds langere aanloop naar het ouderschap staat een biologische werkelijkheid die veel minder veranderlijk is. „Je kunt niet tot op latere leeftijd kinderen krijgen dan vroeger”, zegt Van den Berg. „Dat is een fabeltje dat we echt de wereld uit moeten helpen.”
Hoewel vruchtbaarheid van veel factoren afhangt, is bij vrouwen leeftijd nog altijd de belangrijkste voorspeller van de kans op een zwangerschap. Een vrouw wordt geboren met haar volledige voorraad eicellen. Als ze ouder wordt neemt niet alleen die voorraad af, maar verandert ook de kwaliteit ervan. Daardoor daalt de kans op een zwangerschap en neemt de kans op een miskraam toe. De optimale leeftijd om zwanger te worden ligt tussen de twintig en dertig jaar oud.
Ook bij mannen neemt vruchtbaarheid met de leeftijd af, al gebeurt dat later en geleidelijker. Een zwangerschap kan daarnaast om allerlei redenen uitblijven, bijvoorbeeld om problemen met de eisprong of zaadkwaliteit. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) krijgt wereldwijd één op de zes volwassenen in de loop van hun leven te maken met infertiliteit.
En dat laat zich niet altijd „repareren” met een vruchtbaarheidsbehandeling. Toch leeft die verwachting wel, merken de artsen. „De buurvrouw werd op haar 43ste toch ook zwanger?”, horen ze dan.
Die aanname vinden de artsen niet vreemd. Met in vitro fertilisatie (IVF) wordt een eicel in het laboratorium bevrucht met een zaadcel. En met vitrificatie (invriezen) kunnen eicellen jarenlang worden bewaard. Die innovaties kunnen gemakkelijk het idee oproepen dat een afnemende vruchtbaarheid nog bij te sturen is.
Maar ook een behandeling als IVF heft het effect van leeftijd niet op. Naarmate een vrouw ouder wordt, daalt de kans op een natuurlijke zwangerschap, maar worden ook de kansen op succes bij een behandeling kleiner. Volgens de meest recente landelijke cijfers van de NVOG werden in 2022 bijna 12.500 IVF- en ICSI-behandelingen gestart. ICSI is een IVF-variant waarbij een zaadcel rechtstreeks in een eicel wordt geïnjecteerd. Uiteindelijk leidde ongeveer 45 procent daarvan tot een doorgaande zwangerschap. „Soms hebben mensen het idee: als het zelf niet lukt, dan is er altijd nog IVF”, zegt Van den Berg. „Maar zo werkt het niet altijd.”
Die verwachting zien de artsen ook bij het invriezen van eicellen, dat steeds populairder wordt. Uit een rondgang van WNL in 2025 bleek dat bij bijna alle Nederlandse fertiliteitsklinieken het aantal behandelingen toenam. Amsterdam UMC en Maastricht UMC zagen zelfs een verdubbeling.
Op sociale media beschrijven vrouwen de behandeling als een manier om zichzelf meer tijd te geven: bijvoorbeeld voor het vinden van een partner of voor hun carrière.
Die verhalen kunnen zo bijdragen aan een gevoel van „schijnveiligheid”. Het invriezen van eicellen kan vrouwen meer mogelijkheden geven om later een eigen kind te krijgen, zeker als de eicellen op jonge leeftijd zijn ingevroren. Maar een ingevroren eicel is nog geen toekomstige zwangerschap. Na het ontdooien moet de eicel worden bevrucht, zich ontwikkelen tot een geschikt embryo, innestelen en uiteindelijk leiden tot een geboorte.
„Vaak is de gedachte: één eicel, één zwangerschap”, zegt Aandewiel-van Haastert. „Maar dat is niet zo.” Gemiddeld is de kans ongeveer 5 procent per eicel. Ze ziet ingevroren eicellen dan ook liever als een „schatkistje”: waardevol om achter de hand te hebben, maar zonder garantie.
De gedachte dat vruchtbaarheid maakbaar is, beperkt zich volgens de artsen niet tot medische behandelingen. Vrouwen krijgen ook allerlei adviezen om met supplementen, voeding en leefstijl hun kansen op een zwangerschap te vergroten. Soms horen ze zelfs dat een zwangerschap uitblijft omdat het lichaam er geen „toestemming” voor geeft.
Voor veel claims ontbreekt wetenschappelijk bewijs. „Leefstijl doet er wel toe, en ook roken, gewicht en voeding kunnen de vruchtbaarheid beïnvloeden”, zegt Van den Berg. „Maar er zijn ook factoren waar je geen grip op hebt. Als je tegen iemand die al heel lang probeert zwanger te worden, zegt dat haar lichaam toestemming moet geven voor een zwangerschap, dan vind ik dat heel verdrietig. Want die gaat de schuld dan bij zichzelf leggen.”
Ook een waargebeurd persoonlijk verhaal kan een vertekend beeld geven van de kansen. Een bekende vrouw die op haar 44ste spontaan zwanger wordt, laat zien dát het kan, niet hoe waarschijnlijk het is. „Je hoort eigenlijk alleen die zwangerschap”, zegt Aandewiel-van Haastert. „Maar je mist het proces wat daar mogelijk aan vooraf is gegaan.”
Dat rooskleurige beeld van vruchtbaarheid willen de artsen bijstellen, maar ze willen nadrukkelijk geen angst aanjagen of mensen het gevoel geven dat ze de boot gemist hebben. Die kennis moet vooral meer zelfbeschikking geven. Aandewiel-van Haastert: „Gebruik het om geïnformeerde keuzes te maken.”
Ze willen ook voorkomen dat verantwoordelijkheid voor die tikkende biologische klok vooral bij vrouwen terechtkomt. Leeftijd weegt bij vrouwen zwaarder, maar dat maakt een kinderwens geen individuele verantwoordelijkheid. Bij heterostellen met vruchtbaarheidsproblemen wordt bovendien ongeveer even vaak een oorzaak bij de man als bij de vrouw gevonden. En een kinderwens kan net zo goed spelen bij alleenstaanden, lhbti-stellen of mensen die nog helemaal niet weten met wie en of ze later een gezin willen vormen.
In juli vroeg Stichting Vruchtbaarheid daarom samen met gynaecologen, fertiliteitsartsen en patiëntenvereniging Freya het ministerie van Volksgezondheid om een landelijke strategie om kennis over vruchtbaarheid te vergroten.
Minister Sophie Hermans (VVD) zag daar geen noodzaak voor. Volgens haar ondersteunt de overheid voldoende initiatieven die voorlichting bieden over het krijgen van kinderen en vruchtbaarheid. De artsen vinden dat die voorlichting te laat komt. „We denken nou juist dat er zoveel winst valt te behalen in de fase voordat je een kinderwens hebt”, zegt Aandewiel-van Haastert. In de planning staan daarom bezoeken aan huisartsenpraktijken en verloskundigen, maar ook hogeronderwijsinstellingen om met hun boek mensen in die levensfase te bereiken.
De artsen beseffen dat ze niks kunnen doen aan de praktische belemmeringen voor een kinderwens. Want wie op haar twintigste alles weet over vruchtbaarheid, heeft daarmee nog geen huis, vast inkomen of partner die ook aan kinderen toe is. „Wij kunnen iets doen om kennis te vergroten”, zegt Aandewiel-van Haastert. „Maar wat er allemaal nog meer aan vast hangt, daar hebben wij geen invloed op.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie