Een toenemend aantal vrachtwagenchauffeurs is genoodzaakt langs de vluchtstrook te overnachten, omdat parkeerplekken vol staan. Dat is verboden en levensgevaarlijk, maar veel andere opties zijn er niet. Plannen voor verbetering lopen vooralsnog vast.
Toine Heijmans is algemeen verslaggever van de Volkskrant.
Al tegen vijven begint de levensgevaarlijke, dagelijkse dans om de parkeerplaatsen langs snelweg A67: trucks kachelen kop aan kont naar het benzinestation, spiedende chauffeurs, sommigen proberen een semilegaal plekje en rijden dan weer door, een ander zet z’n combinatie in arren moede op de vluchtstrook, alarmlichten aan, gordijntjes dicht. Verboden en hachelijk. Maar wat moet je? Die rust is wettelijk verplicht.
Uren later, alles vol, duiken in het donker steeds meer schimmen op van langs de onverlichte, smalle snelweg geparkeerde kolossen, hopend op een veilige nacht. In de cabines brandt zacht licht.
Om het vluchtstrookparkeren te voorkomen, heeft Rijkswaterstaat sinds kort door het hele land rood-witte paaltjes neergezet bij op- en afritten. Ze zijn ‘flexibel en overrijdbaar’, laat een woordvoerder weten, en ‘getest op een veilige impact van een voertuig’. Vooralsnog is dit de oplossing voor een overbekend en al jaren bestaand probleem, een smet op het blazoen van transportland Nederland: te weinig parkeerplaatsen en faciliteiten voor trucks en truckers.
‘Je moet er vroeg bij zijn’, zegt de ervaren Franse chauffeur Hanon ‘Jojo’ Jobic door het zijraampje van zijn cabine. Hij rijdt een lading koelmotoren en vond een parkeerplek op de kleine verzorgingsplaats Deersels, niet ideaal maar alla. Past net en de tachograaf is tevreden, het meetapparaat dat exact bijhoudt hoelang hij heeft gereden en gerust heeft. Hij houdt z’n tijden en kilometers voor de zekerheid met de hand bij in een schriftje: acht uur gereden vandaag, 573 kilometer, ‘ça suffit’. ‘Mijn baas begrijpt dat, ik hoef niet tot de laatste minuut door te rijden.’
Vrachtwagenchauffeurs zijn halve wiskundigen: ze dienen een ingewikkeld web van voorgeschreven rijtijden, wetsregels en extraatjes te doorgronden. Tijdens de rit worden ze in de gaten gehouden door zowel hun bazen als de Inspectie Leefomgeving en Transport, die de tachograaf uitleest. Daarom doen ze er alles aan zo efficiënt mogelijk te rusten.
Maar in Nederland zijn de faciliteiten zo notoir slecht, de parkeerplaatsen tot elke vierkante centimeter gevuld als in tetris, dat ze weinig anders rest dan de vluchtstrook. De boete voor parkeren langs de snelweg (320 euro) valt in het niet bij die voor het overschrijden van de wettelijke rijtijden (1.500 euro), dus tel maar uit.
‘C’est la vie’, zegt Eric Belin, de Belgische trucker die op tijd was voor een semilegaal plekje pal voor het benzinestation. ‘Je begint tegenwoordig al vroeg met zoeken, na zes uur is er nergens meer plaats.’ Vroeger gaven chauffeurs elkaar via hun bakkie (zendapparatuur) vrije plekken door, maar bakkies zijn verboden ‘en het is nu ieder voor zich’.
Nederland komt 4.400 parkeerplaatsen tekort, blijkt uit onderzoek, oplopend tot zevenduizend in 2040. Dat is al ruim tien jaar bekend, maar het lukt transportland Nederland niet de truckers fatsoenlijk rust te geven, laat staan een wc, een douche of andere basale kampeerfaciliteiten. Er zijn rapporten gemaakt, Truckparking van de toekomst, Verbeterplan vrachtwagenparkeerplaatsen, werkgevers en werknemers zijn eensgezind (‘parkeercrisis’), er is een Werkgroep Truckparkings. Het vorige kabinet maakte 43 miljoen euro vrij, maar dat ligt op de plank.
Het is desinteresse, zegt een Hongaarse chauffeur, die in de stress is, want ‘ik mag nog maar twintig minuten rijden, dan schluss’. Hij loopt achter z’n Knapen-trailer langs en besluit pal voor een verbodsbord te blijven staan. ‘Iedereen wil z’n spullen op tijd, maar wij bestaan niet voor de mensen.’
Tientallen trucks rijden zoekend het terrein op, in kolonne, ze wegen hun kansen, rijden verder. Heel de wereld komt langs: Nederlanders, Denen, Bulgaren, Polen, Slowaken, een Roemeen. Maar ook een Bengalees en een Zimbabwaan. Een Indische chauffeur, Akhil uit Kerala, in Litouwse dienst, besluit Duitsland in te rijden met z’n zeecontainer. Hij mag nog een uur. ‘Het is mijn eerste keer in Europa.’ Drie maanden kamperen langs de snelwegen ‘is erg wennen’.
Dan parkeert een geel-blauwe combinatie als eerste op de vluchtstrook aan de overkant van de weg. De chauffeur gaapt en knipt z’n licht aan, sluit z’n gordijnen: uitstappen kan hem zijn leven kosten. Hopen maar dat niemand achterop knalt.
Cijfers over gevaarlijk geparkeerde trucks zijn er niet, meldt Rijkswaterstaat. Wel is duidelijk dat het aantal bekeuringen stijgt: van driehonderd in 2025 naar inmiddels 287 dit jaar. Onderwijl verdwijnen de plannen voor verbetering in de Hollandse bureaucratische Bermudadriehoek van rijk-provincie-gemeente. Ieder z’n eigen voorwaarden, grondgebied, begroting en belangen. Niemand neemt echt verantwoordelijkheid.
Het is ‘wachten op de eerste catastrofe’ zegt Jelle van Nuland, VVD-Statenlid in de provincie Noord-Brabant die ruim een jaar geleden een duidelijke truckparkingmotie indiende, bijna unaniem gesteund, met de titel Van woorden naar daden. Tien jaar van ‘louter verkenningen en intentieovereenkomsten’ volstaan niet, staat erin, kortom: doe eens wat.
‘Gewoon een goede parkeerplaats met douche en toilet, ik vind dat we dat moeten bieden als transportland.’ Zijn motie is ‘omarmd door het college’, zegt Van Nuland, ‘maar dat moet wel optrekken met rijk en gemeenten’. Zolang dat niet lukt, wil hij dat de provincie zelf aan de slag gaat langs provinciale wegen.
De wil is er wel, zegt ook Don de Jong van rijdersvereniging Vern, maar met alleen het neerzetten van ‘domme paaltjes’ kom je er niet. ‘Het wordt steeds gevaarlijker, en er gebeurt niks.’ Sterker: het aantal parkeerplaatsen loopt terug. Wegrestaurants met parkeerplekken verdwenen, omdat buitenlandse truckers zelf hun potje koken – alles moet goedkoop. Tegelijk hebben andere landen het wel voor elkaar: Polen bouwt ruime, uitstekende verzorgingsplaatsen naast z’n nieuwe snelwegen, en in Frankrijk en Duitsland zijn geen problemen. ‘Als het daar kan, waarom hier dan niet.’
Rijkswaterstaat vindt onderwijl dat chauffeurs kunnen parkeren op betaalde, beveiligde parkings, waarvan er een paar zijn. Maar dat betekent omrijden en tijdsverlies. Langs de A67 is er ééntje, bij Asten, ‘maar die kost 20 euro per nacht’, zegt Hanon Jobic, ‘en de baas betaalt het niet.’
Reken maar uit.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant